Schreeuwend klaarkomen geile kik contacten

Kutjes en piemels onderdanige slaaf

Klik nu op de knop hieronder om je keuze te bevestigen en door te gaan naar FOK. Ja, Ik wil graag een goed werkende site! Je gaat tevens akkoord met onze privacy policy en algemene voorwaarden. Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken. Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site. Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc.

Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen. Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld.

Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id. Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat anderen zich door middel van browsermanipulatie kunnen voordoen als jou. In dit cookie staat je userid opgeslagen. Deze werkt alleen in combinatie met het sessid cookie dat hierboven al vermeld staat. Wat als de zee hier binnenkomt? Een thoriumreactor, dus mini­maal gevaar. Dozijnen kabels verlieten de constructie en liepen via het plafond naar de verschil­lende afdelingen en de incubators.

Een dikke bundel liep het labora­torium in en hij volgde die. Een metalen tank besloeg het midden van de ruimte. Talloze slangen aan een kant van het gevaarte waren verbonden met onbekende machinerie die er geïm­proviseerd uitzag en Harrald herinnerde zich de woorden van Arnold Janssens.

Een bundel glasvezel­kabels liep naar een donkere kast in de hoek waarin twee dozijn computers in hoog tempo ledjes lieten oplichten. Harrald vroeg zich af waar de computers het zo druk mee konden hebben. Hij liep naar de tank en opende een klep bovenop.

De bundel licht die naar binnen viel raakte een paar lichtblauwe ogen waarvan de pupillen snel tot puntjes krompen. Harrald haalde scherp adem en boog zich verder voorover. Haar hoofd lag grotendeels onder­gedompeld in een melkachtige vloeistof en slangen en kabels bedekten haar lijf, voor zover hij dat kon zien door het kleine kijkvenster. Naast de tank vond hij een lijst instructies, ook danig vergeeld, maar leesbaar.

Hij las het document verder door en op de laatste bladzij las hij de kledingvoorschriften en de plek waar hij haar kleding kon vinden. Buiten het laboratorium haalde hij die uit de kast en legde alvast een dikke broek en tuniek voor haar klaar. Terwijl hij wachtte, doorzocht hij de verschillende ruimten.

Spullen die hij nog bruikbaar achtte stopte hij in zijn rugzak. Na een uur begonnen de sloten van de tank te draaien en Harrald telde twaalf doffe klikken op rij terwijl de sloten en zegels zich openden. Hij stond op en ging met een handdoek naast de tank staan. Het deksel splitste zich en een deel schoof naar boven, het andere deel naar beneden. De vloeistof waarin Ariadne gelegen had, was afgevoerd en haar lichaam leek schoon­gespoeld.

De slangen vielen een voor een van haar lijf, haar huid sloot zich meteen. Zodra de laatste was losgekoppeld ging ze langzaam overeind zitten. Haar blauwe ogen knipperden, alsof ze voor het eerst haar omgeving kon zien. Harrald staarde naar de naakte vrouw in de tank voor hem. Voor zover hij kon zien was ze compleet, waren er geen elektrische of elektronische compo­nenten zichtbaar en kon ze volledig doorgaan voor een echt mens. Het leek even alsof hij moeite had met ademen en hij bedacht zich dat hij Ariadne een bijzonder mooie vrouw vond.

Ze was ook de enige vrouw van zijn leeftijd die hij kende, vrijwel alle andere waren de veertig gepasseerd, meestal flink. Ariadne bracht haar handen omhoog en bekeek ze. Daarna reikte ze omhoog en wrong haar lange, blonde haar uit. Ze keek hem onder­zoekend aan. Harrald keek vol bewondering hoe haar borsten omhoog getrokken werden door die beweging. Hij voelde lust en tegelijkertijd schaamte. Hij strekte een hand naar haar uit terwijl hij in de andere hand de handdoek omhooghield, zodat ze wist wat hij bedoelde.

Zou ze eigenlijk wel kunnen praten , bedacht hij zich. Kan het nog stommer? Ariadne pakte zijn hand en stond in een vloeiende beweging op. Haar grip voelde krachtig aan. Voorzichtig stapte ze over de rand en nam de handdoek van hem aan. Ze droogde zich af met lang­zame bewegingen, alsof ze haar lijf ook zelf eerst wilde onderzoeken. Ze kleedde zich in de spullen die hij haar aanreikte.

Broek en tuniek pasten alsof ze voor haar gemaakt waren. En dat zal ook wel zo zijn, dacht Harrald. Verdraaid, ze ziet er goed uit.

Haar stem bleek melodieus met een mechanische ondertoon, alsof wat ze wilde zeggen en wat er uit haar keel kwam, niet helemaal op elkaar aansloten. Haar gezicht bleef onbewogen tijdens de opsomming.

Harrald knikte en glimlachte. Ik heb niet overal antwoord op, maar ik kan je vertellen dat er oorlogen zijn geweest en bioterrorisme. Ik woon met mijn familie in een dorp op een paar dagen hiervandaan. Ik denk dat we de laatste mensen op Aarde zijn. Harrald haalde diep adem en wreef over zijn voorhoofd.

We verbouwen ons eigen voedsel en zoeken de rest in verlaten gebouwen in de omgeving. Vooral zaden en gedroogde, vacuümverpakte waren zijn voor ons interessant. Ze lijkt wel een robot, dacht Harrald. Maar dat is ze ook. Geavanceerd, gebouwd met een doel en op zoek naar informatie. AI, stond in de brief, kunstmatige intelligentie. Meer dan de helft is de vijftig gepasseerd. Of werden ziek en onvruchtbaar, of stierven bij de geboorte van hun eerste kind.

Ariadne knipperde met haar ogen. Onze radio reikt tot aan wat vroeger Zuid Spanje was. Ik zocht al een paar jaar naar deze plek. Daarvoor moet de omgeving veilig zijn. Daarom vroeg ik naar de toestand buiten. Je kunt hier in ieder geval niet blijven, de zeespiegel is gestegen en de zee nadert de buitenwijken van Eind­hoven. En ik denk niet dat deze kelder lang waterdicht blijft als er zeewater in de ventilatie terecht­komt.

Ariadne liep naar de computer in de hoek van het laboratorium en hield haar hand op een van de apparaten. Biodreiging van niveau vier. De buitenlucht bevat schadelijke virus­sen. Onze voorouders waren blijkbaar immuun. Ariadne zweeg een paar seconden en haar ogen leken leeg, alsof ze afwezig was.

Toen het leven er weer in terugkeerde, zei ze: Harrald liet haar voor gaan de trap op. Haar eerste stappen waren houterig, maar werden heel snel vloeiend en krachtig. Terwijl hij achter haar liep dacht hij: Ik heb jou gevonden, dat is alles wat ík nodig heb. Ze liepen door de heuvels van Eindhoven toen de zon onderging. Harrald zocht een droge, beschutte plek en zette daar zijn tent op. Bij het licht van een klein vuur at hij nog wat van zijn rantsoenen. Hij bood Ariadne een stuk brood, maar ze weigerde.

Ze schudde langzaam haar hoofd. Dat zal wel komen. Dit lichaam is erg zuinig met energie. Je zou het een soort slaap kunnen noemen. Wij mensen hebben dat nog steeds nodig. Hij keek haar aan, maar ze vertelde niet verder, dus spande hij zijn draden rond het kamp en hing daar de verklikkers aan.

Ze zijn zeldzaam tegenwoordig, maar een hele enkele keer wordt er nog een wakker door rondstampende mensen. Als ik op een plek ben waar duidelijk mensen hebben gewoond, dan luister ik ook nog wel eens aan de grond. Je hoort ze graven.

Daar zijn ook de verklikkers voor. Roep me als er iets is. Harrald was meteen klaarwakker, hoewel nog gedesoriënteerd. Hij greep als eerste zijn machete en rolde de tent uit. Het vuur was een hoopje gloeiende as en in het rode licht zag hij Ariadne gehurkt vlak naast zijn tent zitten. Harrald zag een bleke figuur die wankelend dichterbij kwam. In de lichtcirkel van het vuur zag hij lange, donkere haren rond een uitgeteerd gezicht.

Het was ooit vrouwelijk, nu zonder ogen, gaten waar­doorheen tanden zichtbaar waren, kleren onher­kenbare rafels. Resten aarde vielen bij elke stap van het lichaam van de melaatse. De melaatse veranderde meteen van richting bij het horen van zijn stem. Zodra ze hem naderde stapte hij langs haar grijpende armen en liet de machete met een zieke dreun in haar hoofd landen, hard genoeg om de ruggengraat te breken. Ze zonk geluidloos in elkaar.

Ariadne schudde van nee. Zij lag onder een hoop aarde op de achterbank en begon ineens te bewegen. Harrald leunde op de machete en voelde zich ineens heel erg moe. Zijn slaap was onderbroken en hij had nog te weinig rust gehad. En dan, ineens, komen ze overeind. Of ze graven zich uit hun graf. Het lijkt op een soort infectie, maar het is nooit heel duidelijk geweest wat het veroorzaakte. En sommige mensen waren er ontvankelijk voor, andere niet. Voor Harrald iets kon doen, stak ze haar rechter­wijsvinger in de wond die hij zojuist gemaakt had.

In een vloeiende beweging likte ze vervolgens het puntje van haar vinger af. Heb ik er goed aan gedaan haar… het te wekken? Ze is wel heel erg anders. Zijn ogen dwaalden naar haar gezicht en hij betrapte zich erop dat hij met aandacht naar haar borsten staarde. Ze is ook wel erg mooi. Hoe zou ze voelen? Met die gedachte sliep hij weer in.

Een schraal zonnetje kwam net boven de horizon uit en verlichtte de uitgestrekte moerassen van de Peel. Harrald werd wakker en bekeek vanuit zijn tent hoe het oranje licht speelde over begroeide heuveltjes. Boompjes wierpen oneindig lange schaduwen over poelen vol kroos en riet. Hij lag op zijn zij en voelde haar lichaam. Zijn hand rustte op haar zij, ze lagen lepeltje-lepeltje.

Haar blonde haar was een pluizige bos voor zijn gezicht en onwillekeurig voelde hij zich hard worden en raakte hij door zijn broek heen haar billen.

Heel voorzichtig werkte hij zich op zijn linkerelleboog omhoog zodat hij haar goed kon bekijken. Hij schraapte zijn keel. Ariadne draaide zich op haar buik en keek hem aan. En ik moet wennen aan dit vlees. Ze schudde haar hoofd in een heel menselijk gebaar. Mijn enige oefening was de spier­stimulatie van de tank om me op kracht te houden. Maar voorbij in een oogwenk. Harrald keek haar bewonderend na en volgde. Ze stond kaarsrecht, gezicht naar de horizon, een zacht briesje speelde met haar blonde haar.

Nu hoor ik vloeiende zinnen en proef ik emotie in wat je zegt. En wat ben je? Ze draaide zich om en glimlachte. Mijn bouwers hadden daar heldere ideeën over. En ze hebben me heel veel mee­gegeven om die taak uit te voeren. Toen Harrald zijn verklikkers en draden opruimde, zag hij het lichaam van de vrouw die hij gisteravond neergeslagen had.

Het lijf was in dozijnen stukjes uit elkaar getrokken en onderdelen waren netjes op een rij gelegd en opengemaakt. Hij keek naar Ariadne en riep: Ze kwam bij hem staan. De nagels en tanden zitten vol met eitjes en waar­schijnlijk helpen muggen bij verspreiding. Harrald pakte zijn spullen verder in en met de zon nu ruim boven de horizon zocht hij zijn weg terug langs de poelen en veenmatten van de Peel. Hij vertelde over de rietsoorten, planten en dieren die hier voor­kwamen en ze luisterde aandachtig.

Hij wees naar het heuveltje. Ariadne legde haar hand op zijn arm. Dit is een normale fysiologische reactie. De kilometers die volgden, zweeg Harrald. Zijn hoofd was druk. Hij verbaasde zich over de opmerkzaamheid van Ariadne. Tegelijk proefde hij in haar doen en laten een mechanische kwaliteit die hem voorzichtig deed twijfelen aan haar menselijkheid. Dan keek hij weer naar haar soepele bewegingen en bewonderde hij haar lichaam.

Dat was voldoende om de verschillen te bagatelliseren en excuses te bedenken. Ze heeft alleen in virtuele werelden geleefd, zonder echte mensen, zonder contact. Alsof ze door wolven is opgevoed. Zijn boomstammen lagen nog op de plek waar hij ze had achtergelaten. Twee mensen bleek teveel. Ariadne loste het op door achter het vlot te gaan lopen en het voort te duwen, waarbij ze regelmatig tot haar nek in het water liep. Mijn doel is de mensheid redden, weet je nog?

En of er voldoende voor­zieningen zijn. Ze staken de Maas over en overnachtten hoog op de oever. Deze keer kwam Ariadne wel meteen bij hem in de tent liggen.

Ze voelde ijskoud en hij trok haar tegen zich aan en wikkelde zijn slaapzak om hen beiden heen. Via de radio heb ik gehoord over bizarre mutaties in de Russische bossen, soms gruwelijk, maar soms ook handig.

Uit Amerika hebben we niets meer gehoord. Harrald moest even nadenken over de referentie. Toen hij wilde vragen wat dan zijn rol was, hoorde hij een zacht snurken. Met een glimlach stopte hij de slaapzak wat dichter om haar lijf. Ze kwamen via de noordkant bij het dorp. Het open veld stond in bloei, krokussen, narcissen en felblauw paaldansgras dat sensueel kronkelde in het minste briesje. Het dodengat was nog bijna kaal. Zoals elk jaar wilde er bijna niets op groeien behalve wat hard­nekkige distels.

Herten, zwijnen, konijnen en soms zelfs een beer. Compound jachtbogen, maar ook jacht­geweren, pistolen en volautomatische wapens. Dat de begroeiing dichterbij mocht komen was een acceptabel risico, wapens die niet werkten of weigerden, waren dat niet. Ariadne keek omhoog en leek even te luisteren. Morgen heb ik een boodschappenlijstje voor je. Zoals een paar dagen geleden stond zijn moeder hem weer op te wachten.

Harrald herkende de emoties die op haar gezicht verschenen toen hij Ariadne aan haar voorstelde, een mengsel van opluchting, blijdschap en nieuwsgierigheid. Harrald dacht niet dat hij ooit tranen in de ogen van zijn vader zou zien, maar bij deze gelegenheid vloeiden ze rijkelijk en hij kreeg meer omhelzingen dan hij in lange tijd had gehad.

Hij keek opzij naar Ariadne die geamuseerd leek, hoewel hij haar uitdrukkingen, voor zover ze die had, nog niet zo goed kon lezen als hij zou willen. Hij wees naar de stoelen rond de tafel, vervolgens opende hij een van de kasten en pakte daaruit glazen, een fles wijn, brood, kaas en droge worst. Daarvoor heb ik alle benodigdheden. Gerard lachte en pakte een hand van Maria in de zijne.

Haar ogen glommen vol trots, telkens wanneer ze naar haar zoon keek. Harrald hief zijn hand. Ik ging op zoek naar de incubators in Eindhoven, zoals we besproken hadden.

Maar die incubators waren niet operationeel en konden dat ook niet worden. Ik vond daar aanwijzingen voor een ander project van De Philips, genaamd Ariadne. De grootste medische geleerden van toen hebben haar ontworpen en geconstrueerd. Ariadne is niet menselijk. De ideale vrouw om kinderen mee te krijgen. Met de juiste hormoonpreparaten zijn de kinderen binnen anderhalve maand rijp voor geboorte en ik kan eten dat ik binnenkrijg direct in melk omzetten.

Ariadne grijnsde witte tanden bloot. Vrijwel alles in mij is organisch en zelfreparerend. Maria schraapte haar keel. Wat let je om meer van jouw soort te produceren? Maria hief haar hand op. Het is gewoon een vraag die bij me opkwam. Voor zover ik weet ben ik en blijf ik uniek. Ariadne bleef naar zijn ouders kijken met haar licht­blauwe ogen terwijl ze zijn vraag beantwoordde.

Ik geef je de coördinaten van een opslag met medische voorzieningen die ik nodig zal hebben het komende jaar. Tenzij je weet wat je zoekt, zul je er niets vinden. Neem een paar flinke rugzakken mee. Het is niet zwaar, maar wel veel. Ze spraken bijna een uur over inrichting van kraam­zalen, medische voorzieningen en het inzetten van de mensen van het dorp bij de opvoeding van de kinderen.

Toen Harrald gaapte, legde Ariadne haar hand op de zijne. Ik kan zelf ook wel wat rust gebruiken. Is er een gebouw waar ik kan overnachten? Jullie moeten allebei uitgerust zijn voor wat jullie van plan zijn.

Hij trok Ariadne omhoog en nam haar mee naar een van de kleine huisjes op het terrein. Nu de bevolking gekrompen was, waren veel van de huisjes meestal leeg, maar ze werden goed onderhouden voor noodgevallen. Harrald liet haar zien waar de voorzieningen waren en maakte haar bed op. Daar is altijd wel iemand wakker. Ariadne kwam vlak voor hem staan en sloeg haar linkerarm om zijn nek.

Ze trok hem zachtjes tegen zich aan en hij voelde haar zachte borsten en het draaien van haar heupen tegen zijn middel. Haar rechter­arm gleed omhoog langs zijn dij en ze liet haar hand tussen zijn benen glijden en kneep zachtjes. Ze fluisterde in zijn oor: Harrald legde zijn rechterhand op haar rug, boog zich iets voorover en drukte zijn lippen op de hare. Ze reageerde en speelde met zijn lippen en tong. Onwille­keurig vergeleek hij haar met Lotte, zijn enige referen­tie en hij was aangenaam verrast.

Ariadne legde haar hand nu op zijn borst en duwde hem van zich af. Harrald zocht zacht zingend zijn eigen bed op, maar hij kon niet in slaap komen.

In het donker van zijn kamer besefte hij dat hij met een robot, een kunst­matige mens, gekust had. Wat hem het meest aan zichzelf deed twijfelen was dat hij er plezier aan beleefd had. Haar lichaam tegen het zijne wond hem meer op dan Lotte ooit gedaan had en zijn interesse voor de andere vrouw was geheel verdwenen. De hemel kleurde roze en oranje toen Harrald de poort uitstapte en die achter zich in het slot trok.

Rijp lag als een witglinsterende deken over het veld en lage flarden mist lichtten op als mysterieuze sluiers in het eerste zonlicht. Hij snoof de ochtendlucht van het bos diep in en begon te lopen. De instructies van Ariadne waren duidelijk. Hij maakte zich hooguit zorgen over de eventuele aarde die hij moest weg­schep­pen om bij de bunker te komen die ze beschreven had.

Onderweg was hij in zijn hoofd bezig met de belofte van Ariadne, niet zozeer wat ze had gezegd met hem te willen doen die avond, maar wel de mogelijkheid dat er over niet al te lange tijd een kind of zelfs kinderen zouden komen.

En dan nog wel acht of meer per jaar. Hij zag zich al met een stel hummeltjes achter een bal aan over een veldje rennen. Hij kende die beelden alleen uit de archieven, maar ze waren hem altijd bijgebleven. In gedachten verzonken liep hij bijna met zijn hoofd een cluster galspinnen in. Pas op het laatste moment merkte hij de felgroene stippen op hun dikke achterlijven op. Heel voorzichtig stapte hij achteruit, bedacht op struikeldraden en gaten in de grond. Galspinnen vormden grote nesten. Ze joegen collectief en vingen vaak prooi die een enkele spin nooit zou kunnen vasthouden.

Harrald had wel eens een jonge ree gevonden, dood en stijf en helemaal bedekt met galspinnen. Hij zocht een nieuwe weg op respectvolle afstand van het nest.

Rond het middaguur vond hij de resten van het oude clubhuis van de golfbaan die ooit op het terrein was gevestigd en van daaruit kon Harrald zich oriënteren. Doelgericht liep hij over heuveltjes en door greppels, zich goed ervan bewust dat onder hem een oude landingsbaan moest liggen met gebouwen en bunkers. Alles was overwoekerd en onder een dikke rottende humuslaag verdwenen, maar zoals hij in Eindhoven had gezien, de resten van gebouwen en constructies bleven zichtbaar als regelmatige vormen in het landschap.

Hij verspilde ruim twee uur aan het lokaliseren van de juiste plek om te gaan graven. Telkens op een ruime halve meter diepte raakte hij beton met zijn schep en het was niet duidelijk waar de deur zich bevond.

Daarom groef hij op regelmatig afstanden smalle voren in de aarde om te zien of hij bij een rand van de bunker was gekomen. Toen hij uiteindelijk de uitsparing vond die hij zocht, stond de zon hoog aan de hemel.

Harrald zweette van de inspanning. Hij dronk lauw water uit zijn veldfles en een paar honingkoeken die zijn moeder voor hem had ingepakt. Met zijn schep groef hij net genoeg aarde weg om te zien dat de deur die hij zocht inderdaad hier in de grond zat, waarna hij in een monotoon ritme aarde en zand begon weg te scheppen.

Drie uur later had hij een paar kubieke meter grond verplaatst en was de deur vrij. Er zaten roestplekken op en het rubber rondom was poreus, maar de verzegeling van de ruimte was intact. Zijn koevoet maakte korte metten met het slot. Binnen vond hij een grote kelder gevuld met stellages die, in het licht dat van buiten naar binnen viel, duide­lijk gevuld waren met in plastic verpakte voorraden, het merendeel voorzien van een rood kruis of een rode halve maan.

Harrald nam zijn eerste rugzak en wandelde langs de stellages. De labels op de planken waren verdroogd en hier en daar verkruimeld. Gestaag vulde hij elk van zijn drie rugzakken tot hij die maar net kon dragen.

Hij wist vrij zeker dat hij regelmatig zou moeten uitrusten, maar dat maakte niet uit, hij kon altijd nog een keer terugkomen om voorraden bij te vullen. Buiten was de lucht grijs geworden en hij voelde een frisse westenwind die regen beloofde. Hij dacht aan Ariadne, grijnsde en begon aan de lange tocht terug naar het dorp. Onderweg neuriede hij liedjes uit een ver verleden die iets met liefde te maken hadden.

Bij het vervallen clubhuis rustte hij de eerste keer uit. Terwijl hij om zich heen keek naar de resten van muren en veelal vergane stof en hout van bekleding en meubels, vroeg hij zich af hoe het zou zijn te leven in een wereld waar mensen zorgeloos konden rondlopen en waar ook vooral veel meer mensen bestonden.

Met nieuwe energie trok hij de rugzakken weer omhoog en begon aan het volgende deel van de tocht terug, met een ruime boog om het nest galspinnen heen. Zijn vermoeidheid maakte dat hij af en toe struikelde op de ongelijke bosgrond. Na de derde keer besloot hij rustiger aan te doen, want hij herkende zijn eigen haast die werd ingegeven door zijn verlangen naar de vrouw die thuis op hem wachtte.

De avond is nog jong , Harrald, beter wat later en in één stuk dan vroeg met een gebroken been. De zon was al ruim onder de horizon gedoken en het laatste licht viel op de onderkant van de donkere wolken die hun water naar beneden lieten druppelen en dat steeds fanatieker deden.

Harrald was blij toen hij het lichtje bij de poort van het klooster voor zich zag. De regen had hem door­weekt. Hij prees zich gelukkig dat hij waterdichte rugzakken had meegenomen. Zodra hij bij de poort kwam zwaaide die open. Hij verwachtte zijn moeder, maar het was Ariadne. Ze was gekleed in een strakke, zwarte jurk die haar figuur accentueerde en verder niet veel aan de verbeelding overliet. Hij vermoedde dat het een erfstuk was uit de tijd dat mensen veel waarde hechtten aan uiterlijk vertoon.

Normaal wachten ze me op. Ik zag je aankomen en ik wilde ze niet storen. Harrald haalde diep adem en volgde haar, mateloos gefascineerd door het zachte wiegen van haar heupen. Voor hem opende ze de deur en stapte naar binnen. Ze ging in de deuropening staan, lachte naar hem en wenkte hem dichterbij met een gekromde wijsvinger. Zodra hij voor haar stond haakte ze haar vinger achter zijn riem en trok hem achter haar het huisje in. Hij legde de rugzak bij de anderen en ving haar vervolgens in zijn armen.

Hij kuste haar, eerst zacht, maar al snel begerig. Zijn handen gleden over haar rug en billen en hij kneedde haar zachte vlees. Ariadne trok zijn trui over zijn hoofd, daarna zijn hemd. Ze streelde zijn borst en buik en hij kreeg kippenvel van haar vingers en de frisse lucht. Ze staarde in zijn ogen terwijl ze zijn riem losmaakte en de knoop van zijn broek lostrok. Harrald liet zijn handen langs haar nek glijden, naar beneden en over haar volle borsten, die zijn handpalmen aange­naam vulden.

Ze liepen kussend en strelend naar de andere kamer, waar het bed stond. Harrald trok haar jurk over haar hoofd en bekeek haar naakte lichaam. Zijn eigen lichaam reageerde meteen en hij slaakte een zucht van verlichting toen Ariadne zijn broek en onderbroek naar beneden trok en hem bevrijdde.

Ze lagen naast elkaar en Harrald streelde met zijn linkerhand over haar schouder, langs haar borsten en daarna verder naar beneden naar haar heupen. Ariadne drukte zich dicht tegen hem aan en sloeg een been om zijn middel terwijl ze hem diep kuste en zijn hand tussen haar benen leidde. Een minuut of een eeuwigheid later liet ze zich achterover vallen en trok ze Harrald bovenop zich. Hij gleed makkelijk bij haar naar binnen en stootte eerst in een rustig ritme, maar al gauw sneller en harder.

Ariadne sloeg haar benen om hem heen en spoorde hem aan, trok hem verder naar binnen met haar handen. Tegelijk voelde hij haar nagels diepe voren in zijn onderrug krassen wat hem een extra orgasme bezorgde. Uitgeput lag hij op haar na te hijgen, zijn armen om haar hoofd en zijn wang tegen de hare. Ariadne duwde hem zacht van zich af. Daarmee kan ik jaren vooruit.

Harrald grinnikte en rolde op zijn zij. Maar ik hoop toch dat het niet bij één keer blijft. Ariadne stapte uit bed en trok haar jurk aan. Toen hij overeind kwam voelde hij een steek in zijn onderrug. Zijn hand kwam met een rode veeg bloed terug. Hij volgde Ariadne het huisje uit en samen liepen ze over het pad dat naar het klooster voerde. Vlak voor de ingang voelde hij zijn benen zwak worden en als Ariadne hem niet had opgevangen, was hij gevallen. Ariadne opende de deuren van de grote zaal en Harrald verstijfde toen hij de slachting zag die daar was aangericht.

De geur van bloed, braaksel, stront en bovenal angst hing zwaar in de lucht. Hij zag dichtbij, op een tafel, de lichamen van zijn ouders, in nette stukken opgedeeld met een vlijmscherp mes, hun hoofden naast elkaar met een uitdrukking van afgrijzen.

Onwille­keurig spuugde hij zijn maag leeg. Overal waar hij keek waren lichamen, de meesten met een rare knik in hun nek, maar ook een aantal met ingeslagen hoofden, opengetrokken borstkassen en op de grote leestafel lag een berg naakte vrouwen bij wie de buik was opengesneden zodat ingewanden naar buiten stulpten. De jongere mannen waren gevaarlijk, want niet alleen sterk maar ook gevormd naar patriarchale standaar­den.

Dat strookt met de zienswijze van mijn bouwers voor de opvoeding van de kinderen, dus moest ik ze opruimen. Van de vrouwen had ik eieren nodig met jullie specifieke genetische weerstand tegen de virussen die in de lucht zweven.

Het oogstproces in deze omstandigheden is niet optimaal, ze hebben het niet overleefd, maar ik heb gelukkig voldoende eieren geoogst. Dus ben je niet nuttig meer, gewoon het laatste obstakel.

Maar niet lang meer. Ariadne liep door de verlaten gangen van het klooster naar de kraamkamers die ze had ingericht. Ze had alle bewoners van het dorp naar de grote hal gebracht en daar omgebracht. In de komende dagen zou ze de lichamen begraven.

Nu inventariseerde ze wat ze nodig had en hoe ze de eerste kinderen zou opvoeden en trainen, conform de richtlijnen die haar waren meegegeven. Een nieuwe start voor de mensheid, vol wetenschap, nuttige tijdsbesteding, perfectionisme en intelligentie, een vredig samenzijn van gelijk­ge­stemden.

Toen ze langs de radiokamer liep hoorde ze de radio kraken. Hoe is het bij jullie? Hier is het nu echt lente. Ariadne zweeg en overwoog. Ze zette de radio uit en dacht Misschien hebben we ook wat soldaten nodig…. Achter het glas hing een open­gesneden varken aan een haak, die op het eerste gezicht niet van echt was te onderscheiden. De kop lag eronder, op een grote schaal op een rood-wit-geblokt kleedje. Ernaast kondigde een schoolbord met houten lijst de aanbiedingen van de week aan: Het was al avond, maar het licht in de slagerij was nog aan en de deur achterin de winkel, naar de keuken en daarachter het slachthok, stond open.

Met een stekende pijn in zijn hoofd sjorde Berend zich half overeind, tot hij met zijn rug tegen de deur­post leunde. Vanaf de vloer keek hij verdwaasd de keuken rond, knipperend tegen het felle licht van de TL-buizen. Hij moest gevallen zijn. Berend voelde aan zijn hoofd. Het was alsof er een strak­getrokken band over zijn voorhoofd zat. Vlak boven zijn rechteroor was de pijn een stuk scherper, maar hij bloedde niet. Mooi zo, niet aanzitten. Hij keek op zijn horloge, stond moeizaam op en trok zijn slagersschort recht.

Hij wreef over zijn voorhoofd en masseerde zijn slapen, waar zijn haar grijs begon te worden. Hoofdschuddend controleerde hij de deuren, deed alle lichten uit en stapte de straat op. Hij sloot de slagerij af en liep met wankele passen over de stoep naar huis. Het was laat en de straten waren stil. Willem zou al wel zitten te wachten. Berend trok zijn schouders hoog op tegen de regen.

Willem zat aan tafel, met de pannen voor hem op het zware tafelkleed. Zijn bord was, op wat vegen jus na, leeg. Hij voelde dat Willem naar hem keek terwijl hij de aardappels en de net iets te lang gekookte boontjes opschepte en begon te eten.

Hij kauwde met gebogen hoofd. Aan de overkant van de tafel klonk een diepe zucht. Berend keek de zitkamer in, waar in het donker de grote Friese klok tikte. De plafonnière boven de eettafel wierp een flauw schijnsel op het beige tapijt. Toen Berend was uitgegeten, ruimde hij af en zette koffie, zoals elke avond. Willem haalde de boeken uit de eikenhouten kast in de zitkamer en legde deze met de pennendoos op tafel, zoals elke avond. Hij sloeg twee schriften open en hield zijn hand op naar Berend.

Maar Berend stond bij het aanrecht en staarde naar buiten, waar de regen bleef vallen. Hij stak opnieuw zijn hand uit. Maar Berend was de keuken al uit en klom met dichte ogen de trap op. Hij liet zijn kamer donker, kleedde zich snel uit en stapte in bed. Inderdaad niet best , dacht hij. Hij snapte niet wat er nou was gebeurd.

Met zijn knieën en de dekens hoog opgetrokken, probeerde hij zichzelf in slaap te denken. Als die pijn in zijn hoofd morgen maar weg was, dat zou een stuk schelen. Willem vertrok al vroeg naar de slagerij, zoals elke ochtend. Berend sleepte zich naar de badkamer, naar de keuken, naar de voordeur. Hij had aan één stuk door geslapen, maar was doodop wakker geworden. Zijn hoofdpijn was gelukkig groten­deels weggezakt en wat overbleef, een zeurende pijn laag in zijn achterhoofd, was te negeren.

Het klapstuk en de oerhammen waren nog steeds in de aanbieding, maar de koteletten wiste hij uit. In plaats daarvan schreef hij met geoefende, zorgvuldige halen: Berend keek naar de letters, wierp een blik op de lege straat en zette er een uitroepteken achter. De pijn barstte in alle hevigheid los, alsof iemand met alle macht op zijn hoofd instak en in zijn hersenmassa wrikte.

Vanuit de ruimte achter de winkel klonk een vreselijk, ijzingwekkend gekrijs. Berend haastte zich naar de deur. Berend bleef met een verwarde uitdrukking naar zijn broer kijken. Willem haalde zijn schouders op en draaide zich weer naar het hakblok. Hij hief zijn arm op en liet het zware mes met kracht neerkomen. Het staal hakte door het gevilde konijn op het houten blok voor hem, door vlees, pezen en bot. Tegelijkertijd klonk weer dat afschuwelijke gekrijs, zo luid en ondraaglijk dat Berend achteruit wankelde en steun moest zoeken aan de toonbank.

Willem was zich duidelijk niet bewust van het ijselijke geluid dat met elke houw tegen de tegels van de keuken kaatste. Berend vluchtte de straat op. Hij deed een paar passen richting het plein, deed weer een paar passen terug en zonk door zijn benen. In de miezerregen, gehurkt tegen de gevel van de slagerij, probeerde Berend zijn gedachten te ordenen.

Hij begreep niet waar dat allesdoordringende geluid vandaan was gekomen — en vooral, waarom Willem het niet had gehoord. De band trok weer strak om zijn voorhoofd. Na een poosje stond hij op en haalde diep adem. Niets aan de hand en nou hup weer naar binnen. Heel voorzichtig drukte Berend de klink naar beneden, zijn oren tot het uiterste gespitst. Toen hij de deur opende, rinkelde boven hem vrolijk de winkelbel. Hij zoog zijn adem naar binnen en sprak zichzelf nogmaals toe.

Hij keek de winkel rond. Alles zag er uit zoals het er uit hoorde te zien, behalve dat de krijtdoos open op de grond lag en het bord met de aanbiedingen niet in de etalage stond. De zware houten voordeur viel langzaam achter hem dicht. Op zijn hoede liep Berend naar de keuken, maar ook daar was alles normaal. Willem stond zijn handen te wassen. En dunner dan de vorige keer hè. Boven Berend zoemde de TL-buis. Op het hakblok, in een dikkig plasje bloed en vocht, lagen twee nette konijnebouten.

De kleinere delen, de niertjes en de lever waren iets apart gelegd. De kop lag er ontveld naast. Berend keek ernaar en slikte weer. Met een boog schuifelde hij om het hakblok heen, naar de stalen werktafel. Naast de runderlende lag het grote snijmes, het scherpste dat ze hadden in de slagerij. Berend wist dat Willem niet veel op had met carpaccio, maar dat de klanten het graag kochten.

Heel dun snijden, dat was de truc. Berend waste zijn handen en plaatste het mes bovenop de lende. Onwillekeurig draaiden zijn ogen naar het konijn in stukken. Hij rilde en concentreerde zich weer op het vlees in zijn handen. Met kracht drukte hij het mes naar beneden en schreeuwde. Het mes viel uit zijn handen, net naast zijn voet. Voor hem lag de runderlende, met een heel dun lapje vlees er nog net aan vast. Berend schudde zijn hoofd.

Hij keek naar de deur waar Willem door was verdwenen, maar achter bleef het stil. Had zijn broer niets gehoord? Berend klemde zijn kaken op elkaar, pakte het mes op en ging vast­beraden voor de werktafel staan. Onzin , dacht hij, gewoon negeren. Hij ademde diep uit door zijn neus en zette het lemmet op het vlees. Heel precies sneed slager Berend een zeer dun plakje carpaccio. De lende schreeuwde het uit.

Berend probeerde het uit alle macht te negeren. Zijn hoofd bonsde en iedere keer als zijn mes even rustte op het werkblad, beefden zijn handen. Zonder geluid gilde Berend mee, met vertrokken, open mond.

En ieder plakje dat hij sneed, werd net iets dikker, net iets slordiger dan het vorige. Toen hij de hele lende had versneden, merkte hij dat er tranen over zijn wangen liepen. Zijn handen trilden en zijn vingers waren verkrampt. Vanuit de deuropening stond Willem naar hem te kijken, een plastic doos met oerhammetjes in zijn handen.

Even was het stil, op de hevige piep in Berends oren na. Het mes viel uit zijn hand met een scherpe klang op de tegels en nog voordat Willem iets kon zeggen, snelde Berend de slagerij uit, de straat op, naar huis. In de piep in zijn oren echode het geluid van de gillende lende. Sta ik daar alleen. Ik kan niet tegelijk in de winkel staan én het vlees maken, dat weet je. Komt door je gepieker. Het harde, droge tikken van de Friese klok leek Willem aan te sporen.

De broers keken elkaar lang aan, totdat de klok vijf uur sloeg en een einde maakte aan het gesprek dat ze nog nooit onder woorden hadden gebracht. Berend waste in de ouderwetse badkamer zijn gezicht en trok een dikkere trui aan. Buiten joegen de blaadjes langs de ramen.

Hij ging op de rand van zijn bed zitten en probeerde na te denken totdat Willem hem naar beneden riep, waar de pannen al op tafel stonden en de lamp al aan was. Hij schoof aan, maar schepte niet op. Hij dacht aan hun moeder, hoe hij aan haar hand meeliep naar de slagerij, waar pa dan aan het werk was met een jonge Willem aan zijn zij en waar pa moeder in het slachthok stiekem een kus op haar wang gaf.

Hij dacht aan de plakjes worst, die hij op zaterdagmiddag mocht uitdelen aan de klanten, nadat hij er eerst heel zorgvuldig kleine Hollandse vlaggetjes in had geprikt. Hij dacht aan de jaloezie die hij voelde toen Willem pa vertelde dat hij de slagerij wilde overnemen en pa hem daadwerkelijk omhelsde. Hij dacht aan de dag dat hij, in stilte gehol­pen door zijn broer, weer in zijn oude slaapkamer was getrokken terwijl de rouwkransen nog in de woon­kamer stonden.

De woonkamer, die moeder ooit had ingericht en die Willem nooit had veranderd. Hij dacht aan hoe Willem altijd bij pa en moeder was blijven wonen en alle zorg op zich had genomen, tot aan het einde. En hij dacht aan de zonnige ochtend toen ze samen op de stoep voor de slagerij stonden en zich afvroegen of de naam op de gevel en het raam nu aangepast zou moeten worden.

Toen hij opkeek waren zijn ogen vochtig. Hij hoopte dat Willem nog iets zou zeggen, maar zijn broer richtte zich tot de aardappels. Maar Berend kreeg geen antwoord over zijn lippen. Hij staarde, met ogen zo wijdopen gesperd dat zijn hele iris wit was omrand, naar de saucijs op Willems bord.

Zijn mes had een snee in het vel gemaakt, waar het vlees zich nu doorheen perste. Een klein plasje jus breidde zich eronder uit. Het was een korte maar harde kreet geweest, rauw en vol wanhoop. Willem schudde zijn hoofd en wees met zijn mes op Berends lege bord.

In de volgende, langgerekte kreet, klonk pijn en afgrijzen. Berend haalde zijn handen van zijn oren en keek van zijn broer naar de saucijs. De schreeuw was korter dan eerst, maar joeg een rilling over Berends rug. Willem hapte in het vlees terwijl hij Berend aan bleef kijken.

Een straaltje vocht liep langs zijn kin. Weer een schreeuw, weer een rilling. Vol afschuw keek Berend naar zijn broer. Met elke kauwende beweging klonk een gesmoorde kreet; de saucijs schreeuwde in golven, net zolang tot Willem de laatste hap doorslikte.

Berend rende de kamer uit, naar boven, naar zijn slaapkamer waar de vergeelde posters van vroeger nog aan de muren hingen. Beneden aan de eettafel at Willem verder, onder het waakzaam oog van de portretten van pa en moeder op de schoorsteenmantel, met als enige geluid in de ruimte het tikken van de Friese klok.

Hij zag voor zich hoe Willem daar stond, met zijn jas al aan en zijn blik op de klok. Even later hoorde Berend de deur in het slot vallen. Hij kneep zijn ogen stijf dicht en wenste dat hij sliep, wat niet hielp. Hij stond toch maar op. De ontbijttafel was nog niet afgeruimd, op Willems bord en koffiekopje na. Met wantrouwen keek Berend naar de boterhamworst die in een plasticje naast de botervloot lag. Hij trok de koelkast open om melk voor in de koffie te pakken maar schrok van de leverworst die naar hem toe rolde en op de grond viel.

Berend begon zenuwachtig te lachen. Absurd , was het woord dat de halve nacht door zijn hoofd had gespookt. Met trillende handen dronk hij zijn koffie, leunend tegen het aanrecht.

Na de laatste slok zette hij de ontbijtboel op het aanrecht en trok zijn jas aan. Toen Berend de deur achter zich dicht trok, rolde de leverworst tegen de plint. Bij de slagerij stonden twee vrouwen onder de houten luifel te schuilen.

Berend mompelde een goedemorgen en wurmde zich tussen de dames door naar binnen. Willem stond iets in te pakken voor een oudere meneer, wiens regenjas op de vloer drupte. Aan zijn voeten snuffelde een kleine witte terriër, die opkeek van het belletje aan de deur. Berend keek naar het hondje, dat net als hij stokstijf bleef staan en terugstaarde. De terriër begon te grommen. Het hondje ging zitten, maar bleef Berend aankijken tot hij door de deur achter de toonbank was verdwenen.

In het bijkeukentje trok Berend zijn jas uit en deed zijn slagersschort om. Hij haalde twee handen door zijn natte haren en veegde ze af aan het schort. De voordeur viel dicht en Berend hoorde Willem vragen wie er dan aan de beurt was. Hij haalde diep adem, en ging aan het werk. Hij werkte de bestellijst bij, zette koffie en wilde net de schoonmaakspullen pakken toen hij een ijselijke gil hoorde vanuit de winkel. Berend zocht steun aan de werkbank. Maar er kwam geen antwoord, alleen hartelijk gelach.

Haar moeder rekende af en ze liepen de winkel uit. Voor Willem lag een snij­plank met daarop een mes en een halve gekookte worst. Kunnen we vanmiddag wat plakjes uitdelen. Voorzichtig legde Berend zijn hand op de worst. Met zijn andere hand pakte hij het mes. Aarzelend keek hij over zijn schouder door de deuropening, maar hij zag Willem niet.

Hij keek weer naar de worst. Heel zachtjes kneep hij er in. Hij voelde het vlees spannen onder zijn vingers.








Amateur escort utrecht vrouw met grote dildo


Je gaat tevens akkoord met onze privacy policy en algemene voorwaarden. Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken. Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site. Je browser ondersteunt geen javascript.

Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc. Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie.

Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Met zijn knieën en de dekens hoog opgetrokken, probeerde hij zichzelf in slaap te denken. Als die pijn in zijn hoofd morgen maar weg was, dat zou een stuk schelen. Willem vertrok al vroeg naar de slagerij, zoals elke ochtend.

Berend sleepte zich naar de badkamer, naar de keuken, naar de voordeur. Hij had aan één stuk door geslapen, maar was doodop wakker geworden. Zijn hoofdpijn was gelukkig groten­deels weggezakt en wat overbleef, een zeurende pijn laag in zijn achterhoofd, was te negeren. Het klapstuk en de oerhammen waren nog steeds in de aanbieding, maar de koteletten wiste hij uit. In plaats daarvan schreef hij met geoefende, zorgvuldige halen: Berend keek naar de letters, wierp een blik op de lege straat en zette er een uitroepteken achter.

De pijn barstte in alle hevigheid los, alsof iemand met alle macht op zijn hoofd instak en in zijn hersenmassa wrikte. Vanuit de ruimte achter de winkel klonk een vreselijk, ijzingwekkend gekrijs. Berend haastte zich naar de deur. Berend bleef met een verwarde uitdrukking naar zijn broer kijken. Willem haalde zijn schouders op en draaide zich weer naar het hakblok. Hij hief zijn arm op en liet het zware mes met kracht neerkomen.

Het staal hakte door het gevilde konijn op het houten blok voor hem, door vlees, pezen en bot. Tegelijkertijd klonk weer dat afschuwelijke gekrijs, zo luid en ondraaglijk dat Berend achteruit wankelde en steun moest zoeken aan de toonbank. Willem was zich duidelijk niet bewust van het ijselijke geluid dat met elke houw tegen de tegels van de keuken kaatste.

Berend vluchtte de straat op. Hij deed een paar passen richting het plein, deed weer een paar passen terug en zonk door zijn benen. In de miezerregen, gehurkt tegen de gevel van de slagerij, probeerde Berend zijn gedachten te ordenen. Hij begreep niet waar dat allesdoordringende geluid vandaan was gekomen — en vooral, waarom Willem het niet had gehoord.

De band trok weer strak om zijn voorhoofd. Na een poosje stond hij op en haalde diep adem. Niets aan de hand en nou hup weer naar binnen. Heel voorzichtig drukte Berend de klink naar beneden, zijn oren tot het uiterste gespitst.

Toen hij de deur opende, rinkelde boven hem vrolijk de winkelbel. Hij zoog zijn adem naar binnen en sprak zichzelf nogmaals toe. Hij keek de winkel rond. Alles zag er uit zoals het er uit hoorde te zien, behalve dat de krijtdoos open op de grond lag en het bord met de aanbiedingen niet in de etalage stond.

De zware houten voordeur viel langzaam achter hem dicht. Op zijn hoede liep Berend naar de keuken, maar ook daar was alles normaal.

Willem stond zijn handen te wassen. En dunner dan de vorige keer hè. Boven Berend zoemde de TL-buis. Op het hakblok, in een dikkig plasje bloed en vocht, lagen twee nette konijnebouten.

De kleinere delen, de niertjes en de lever waren iets apart gelegd. De kop lag er ontveld naast. Berend keek ernaar en slikte weer. Met een boog schuifelde hij om het hakblok heen, naar de stalen werktafel. Naast de runderlende lag het grote snijmes, het scherpste dat ze hadden in de slagerij.

Berend wist dat Willem niet veel op had met carpaccio, maar dat de klanten het graag kochten. Heel dun snijden, dat was de truc. Berend waste zijn handen en plaatste het mes bovenop de lende. Onwillekeurig draaiden zijn ogen naar het konijn in stukken. Hij rilde en concentreerde zich weer op het vlees in zijn handen. Met kracht drukte hij het mes naar beneden en schreeuwde. Het mes viel uit zijn handen, net naast zijn voet.

Voor hem lag de runderlende, met een heel dun lapje vlees er nog net aan vast. Berend schudde zijn hoofd. Hij keek naar de deur waar Willem door was verdwenen, maar achter bleef het stil.

Had zijn broer niets gehoord? Berend klemde zijn kaken op elkaar, pakte het mes op en ging vast­beraden voor de werktafel staan. Onzin , dacht hij, gewoon negeren.

Hij ademde diep uit door zijn neus en zette het lemmet op het vlees. Heel precies sneed slager Berend een zeer dun plakje carpaccio. De lende schreeuwde het uit. Berend probeerde het uit alle macht te negeren.

Zijn hoofd bonsde en iedere keer als zijn mes even rustte op het werkblad, beefden zijn handen. Zonder geluid gilde Berend mee, met vertrokken, open mond. En ieder plakje dat hij sneed, werd net iets dikker, net iets slordiger dan het vorige.

Toen hij de hele lende had versneden, merkte hij dat er tranen over zijn wangen liepen. Zijn handen trilden en zijn vingers waren verkrampt. Vanuit de deuropening stond Willem naar hem te kijken, een plastic doos met oerhammetjes in zijn handen. Even was het stil, op de hevige piep in Berends oren na. Het mes viel uit zijn hand met een scherpe klang op de tegels en nog voordat Willem iets kon zeggen, snelde Berend de slagerij uit, de straat op, naar huis.

In de piep in zijn oren echode het geluid van de gillende lende. Sta ik daar alleen. Ik kan niet tegelijk in de winkel staan én het vlees maken, dat weet je. Komt door je gepieker. Het harde, droge tikken van de Friese klok leek Willem aan te sporen. De broers keken elkaar lang aan, totdat de klok vijf uur sloeg en een einde maakte aan het gesprek dat ze nog nooit onder woorden hadden gebracht.

Berend waste in de ouderwetse badkamer zijn gezicht en trok een dikkere trui aan. Buiten joegen de blaadjes langs de ramen. Hij ging op de rand van zijn bed zitten en probeerde na te denken totdat Willem hem naar beneden riep, waar de pannen al op tafel stonden en de lamp al aan was. Hij schoof aan, maar schepte niet op.

Hij dacht aan hun moeder, hoe hij aan haar hand meeliep naar de slagerij, waar pa dan aan het werk was met een jonge Willem aan zijn zij en waar pa moeder in het slachthok stiekem een kus op haar wang gaf. Hij dacht aan de plakjes worst, die hij op zaterdagmiddag mocht uitdelen aan de klanten, nadat hij er eerst heel zorgvuldig kleine Hollandse vlaggetjes in had geprikt.

Hij dacht aan de jaloezie die hij voelde toen Willem pa vertelde dat hij de slagerij wilde overnemen en pa hem daadwerkelijk omhelsde. Hij dacht aan de dag dat hij, in stilte gehol­pen door zijn broer, weer in zijn oude slaapkamer was getrokken terwijl de rouwkransen nog in de woon­kamer stonden. De woonkamer, die moeder ooit had ingericht en die Willem nooit had veranderd.

Hij dacht aan hoe Willem altijd bij pa en moeder was blijven wonen en alle zorg op zich had genomen, tot aan het einde. En hij dacht aan de zonnige ochtend toen ze samen op de stoep voor de slagerij stonden en zich afvroegen of de naam op de gevel en het raam nu aangepast zou moeten worden.

Toen hij opkeek waren zijn ogen vochtig. Hij hoopte dat Willem nog iets zou zeggen, maar zijn broer richtte zich tot de aardappels. Maar Berend kreeg geen antwoord over zijn lippen. Hij staarde, met ogen zo wijdopen gesperd dat zijn hele iris wit was omrand, naar de saucijs op Willems bord. Zijn mes had een snee in het vel gemaakt, waar het vlees zich nu doorheen perste. Een klein plasje jus breidde zich eronder uit. Het was een korte maar harde kreet geweest, rauw en vol wanhoop.

Willem schudde zijn hoofd en wees met zijn mes op Berends lege bord. In de volgende, langgerekte kreet, klonk pijn en afgrijzen. Berend haalde zijn handen van zijn oren en keek van zijn broer naar de saucijs. De schreeuw was korter dan eerst, maar joeg een rilling over Berends rug. Willem hapte in het vlees terwijl hij Berend aan bleef kijken. Een straaltje vocht liep langs zijn kin. Weer een schreeuw, weer een rilling. Vol afschuw keek Berend naar zijn broer.

Met elke kauwende beweging klonk een gesmoorde kreet; de saucijs schreeuwde in golven, net zolang tot Willem de laatste hap doorslikte.

Berend rende de kamer uit, naar boven, naar zijn slaapkamer waar de vergeelde posters van vroeger nog aan de muren hingen. Beneden aan de eettafel at Willem verder, onder het waakzaam oog van de portretten van pa en moeder op de schoorsteenmantel, met als enige geluid in de ruimte het tikken van de Friese klok.

Hij zag voor zich hoe Willem daar stond, met zijn jas al aan en zijn blik op de klok. Even later hoorde Berend de deur in het slot vallen. Hij kneep zijn ogen stijf dicht en wenste dat hij sliep, wat niet hielp. Hij stond toch maar op. De ontbijttafel was nog niet afgeruimd, op Willems bord en koffiekopje na.

Met wantrouwen keek Berend naar de boterhamworst die in een plasticje naast de botervloot lag. Hij trok de koelkast open om melk voor in de koffie te pakken maar schrok van de leverworst die naar hem toe rolde en op de grond viel. Berend begon zenuwachtig te lachen. Absurd , was het woord dat de halve nacht door zijn hoofd had gespookt.

Met trillende handen dronk hij zijn koffie, leunend tegen het aanrecht. Na de laatste slok zette hij de ontbijtboel op het aanrecht en trok zijn jas aan. Toen Berend de deur achter zich dicht trok, rolde de leverworst tegen de plint. Bij de slagerij stonden twee vrouwen onder de houten luifel te schuilen. Berend mompelde een goedemorgen en wurmde zich tussen de dames door naar binnen.

Willem stond iets in te pakken voor een oudere meneer, wiens regenjas op de vloer drupte. Aan zijn voeten snuffelde een kleine witte terriër, die opkeek van het belletje aan de deur. Berend keek naar het hondje, dat net als hij stokstijf bleef staan en terugstaarde. De terriër begon te grommen. Het hondje ging zitten, maar bleef Berend aankijken tot hij door de deur achter de toonbank was verdwenen. In het bijkeukentje trok Berend zijn jas uit en deed zijn slagersschort om.

Hij haalde twee handen door zijn natte haren en veegde ze af aan het schort. De voordeur viel dicht en Berend hoorde Willem vragen wie er dan aan de beurt was. Hij haalde diep adem, en ging aan het werk. Hij werkte de bestellijst bij, zette koffie en wilde net de schoonmaakspullen pakken toen hij een ijselijke gil hoorde vanuit de winkel.

Berend zocht steun aan de werkbank. Maar er kwam geen antwoord, alleen hartelijk gelach. Haar moeder rekende af en ze liepen de winkel uit. Voor Willem lag een snij­plank met daarop een mes en een halve gekookte worst. Kunnen we vanmiddag wat plakjes uitdelen. Voorzichtig legde Berend zijn hand op de worst. Met zijn andere hand pakte hij het mes.

Aarzelend keek hij over zijn schouder door de deuropening, maar hij zag Willem niet. Hij keek weer naar de worst. Heel zachtjes kneep hij er in. Hij voelde het vlees spannen onder zijn vingers. Even dacht hij dat het stil bleef, maar toen hoorde hij, als van heel ver weg, een zacht kreunen. Snel ontspande hij zijn vingers, maar hij liet niet los.

Weer kneep hij in het vlees, iets harder dit keer, en weer kreunde de worst, ook harder dit keer. Heel langzaam kneep hij zijn hand verder dicht. Het vlees werd plakkerig door de warmte van zijn huid en begon zich tussen zijn vingers door te persen.

Het gekreun zwol aan tot een schor, gorgelend gekrijs, dat abrupt stopte op het moment dat Berend de worst doormidden kneep. Hijgend staarde Berend naar de stukken op de snijplank en de restjes gekookt vlees die aan zijn handpalm vastplakten. Opnieuw een schreeuw, nu vanuit de keuken. Het geluid hield aan en begon te pulseren, alsof de adem in vlagen uit iemands longen werd gedrukt. Berend rende naar achteren en zag Willem grote brokken rund in de elektrische gehaktmolen gooien. Toen het vak boven op de molen vol was, draaide hij zich om en begon het varkensvlees dat op de werkbank lag in stukjes te snijden.

Het malen van de vleesmolen kon het pul­serende geschreeuw van het vlees niet overstemmen en daarbij voegde zich nu de korte, droge kreten van de hamlappen. Berend klemde zijn handen om zijn hoofd. Vaag hoorde hij ergens het winkelbelletje en daarna zijn naam. Verdwaasd liep hij naar de winkel, waar de oudere meneer met zijn hondje aan de andere kant van de toonbank stond. Berend wilde hem tegenhouden maar de man had het vlees al gepakt en gooide het naar de hond, die het behendig opving.

Het werd, met een korte, afgekapte kreet, in één keer weggehapt. Berend probeerde zijn aandacht erbij te houden: Berend gebaarde dat iedereen even moest wachten en liep naar achte­ren, waar de kreten waren opgehouden.

Willem stond te wrikken aan de vleesmolen, die was gestopt met malen. Berend liep om het apparaat heen en keek of deze nog was aangesloten. Berend zuchtte en voelde aan de stekker, die stevig in het stopcontact zat. Hij haalde de bak van de molen en keek naar het maal­mechanisme daaronder. Berend liet het snoer door zijn vingers glijden, van het stopcontact tot aan het apparaat, waar de plug scheef in stak.

Een verpletterend gekrijs weerkaatste tegen de tegels van de keuken. Berends handen schoten over zijn oren en hij kromp op zijn hurken ineen. Het vlees in de molen schreeuwde, maar daar bovenuit klonk de stem van Willem: Berend rukte de stekker uit het stopcontact en het gekrijs verstomde.

Vanchter de machine hoorde Berend zijn broer de keuken door strompelen, terwijl messen, borden en metalen schalen op de grond kletterden.

Met stampend hart en een bonkend hoofd hees Berend zich aan de werkbank omhoog. In de hoek van de keuken zakte Willem zacht jammerend tegen de muur op de grond. Hij had zijn rechtervuist slordig in zijn slagersschort gewikkeld en klemde de pols stevig vast met zijn andere hand.

De zwart-witgeblokte stof kleurde in hoog tempo rood. Op de werkbank voor Berend lag het vlees dat Willem uit de bak had gevist: Berend boog zich iets voorover en keek in de mond van de molen.

Tussen de met bloed bevlekte messen van het maalmechanisme hingen flarden van iets, als afgestroopte worstevellen. Met trillende hand haalde Berend een stuk flard uit de machine en staarde naar het dunne, rozerode streepje vinger van zijn broer.

Berend stond op de stoep en keek naar de slagerij aan de overkant van de straat. De winkel was donker. Op het bordje aan de deur stond gesloten. Er was een papiertje onder geplakt met daarop in stiftletters: Berend dacht aan Willem, die nu aan de eettafel zou zitten, of in de grote stoel voor het raam.

Zou hij onderhand al hebben ontbeten? Berend bedacht zich dat hij vandaag weer bood­schap­pen zou moeten doen, en hoopte dat hij in de super­markt een nieuw recept kon vinden. De vegetarische maaltijden maakten Willems stem­ming er niet beter op, maar Berend durfde geen vlees te bereiden. Hij hoopte dat hij op tijd thuis zou zijn om de verpleegster te vragen hoe het ging met Willem, en met zijn hand. Berend stak de straat over en stak de sleutel in het slot, maar hij duwde de deur niet open.

Om de slagerij maandag weer open te hebben, moest hij vandaag de boel opruimen, schoonmaken en in orde krijgen. Voorlopig zou Willem niet aan het werk kunnen. Wat nou, als ze de slagerij niet meer open zouden doen? Wat nou, als ze de slagerij zouden verkopen? Op het moment dat hij het dacht, voelde Berend zich lichter worden. Hij draaide de deur weer op slot en zette koers naar huis.

Heel voorzichtig klampte hij zich vast aan het idee, dat langzaam meer vorm kreeg. Zijn broer zat in de grote stoel bij het raam en staarde naar buiten. Maar Willem reageerde niet en bleef naar buiten staren. Berend schonk wat water in en zette het glas op het tafeltje naast Willems stoel. Zelf ging hij op de andere stoel zitten, en keek naar zijn broer.

Willems ogen waren glazig, de huid onder zijn ogen was grauw en slap. Willems ogen volgden een mevrouw met een door­zichtige paraplu die aan een lange rode riem een hondje uit een perkje probeerde te trekken, maar het hondje bleek sterker dan het er uitzag en bleef op scheve pootjes scharrelen tussen het onkruid.

Er was geen goede manier om de vraag te stellen, dus Berend stelde hem maar gewoon: Berend keek van het verband om Willems hand, waar aan de bovenkant een klein streepje donkkerrood opbloeide, naar zijn eigen vingers, die zenuwachtig aan elkaar pulkten.

Willem draaide zich naar het raam. De mevrouw had het hondje eindelijk uit het perkje weten te trekken en liep de hoek van de straat om. Ik ben sláger, ik hoor het vlees te maken! En komen ze ooit van het idee af dat mijn vingers misschien wel in hun gehakt zitten? Berend hield zijn mond. Hij dacht er aan dat hij straks alleen in de slagerij zou staan en dat al het vlees door zijn handen zou moeten.

Misschien zou hij een hulpje aan kunnen nemen om de klanten te helpen, maar er moest wel iemand aan het werk in het slachthok.

De vleesmachine bedienen en de worst snijden. De lendes en de hamlappen. De rode stukken rosbief met hun grove vezelstructuur, die bloeden als je er op drukt. Die krijsen als je er een mes in zet. Willem keek weer naar buiten. Ritmische halen aan die ouderwetse gehaktmolen. Zekere, geoefende handen die de worst draaien. Berend keek naar de slagerij aan de overkant van de straat en haalde diep adem. De lucht boven het pand was donkergrijs. Het viel hem op hoe slecht de gevel eigenlijk in de verf zat.

Berend stak de straat over, stak de sleutel in het slot en duwde de deur open. De tegels op de vloer waren viezig en de ramen moesten nodig worden gelapt. De aanbiedingen van vorige week stonden nog op het bord. Berend zuchtte en draaide de deur achter zich op slot. Hij liep om de toonbank heen en stapte over de snijplank die op de grond lag, met stukken worst er om heen.

In de keuken deed hij de lampen aan, die zoemend en knipperend tot leven kwamen. Op het aanrechtblad en om de kraan zaten rode vegen. Berend staarde naar de theedoeken die in roodbevlekte prop­pen in de gootsteen lagen. Met vastberaden blik trok hij zijn jas uit, hing deze aan de kapstop onder de klok en haalde roze, plastic handschoenen uit het keukenkastje. Terwijl Berend een emmer vol liet lopen, poetste hij de vegen op het aanrecht weg.

Hij deed ook in de winkel en het slachthok de lampen aan, zette de radio aan en begon de slagerij schoon te maken. Ja pa, dacht Berend, morgen is het maandag. Hij schrobde de gootsteen en de kastjes onder die vorsende blik. Ja pa , dacht Berend, ik zal er zijn, voor je klanten. Hij zette nog meer druk op de schuurspons, tot zijn knokkels wit waren. Als een echte Meertens. Berend voelde de hoofdpijn weer opkomen, maar poetste door. Halverwege de middag was de winkel schoon, was de slachtruimte schoongespoeld en was het grootste gedeelte van de keuken weer aan kant.

Alleen de vlees­machine moest nog schoon. Naast de molen stond nog steeds de bak met brokken rund, toegeëigend door een aantal dikke zwarte vliegen. Berend droeg de bak met gestrekte armen naar de koelcel en kieperde het leeg in het afgesloten afvalvat. Met een mat geluid vielen de rode, opgedroogde stukken vlees op het vet, de zenen en de botten in de emmer. Met zijn kaken stijf op elkaar geklemd spoelde Berend het maal­mechanisme van de vleesmolen schoon.

Het vel en het vlees van Willems vingers had hij er direct na het ongeluk kokhalzend uitgepulkt om mee te nemen naar het ziekenhuis, hoewel dat eenmaal daar geen zin bleek te hebben gehad. Er tikte iets in de metalen bak waarin Berend het mecha­nisme schoon­maakte. Berend fronste en roerde langzaam met zijn gehandschoende vingers door het bloederige water tot hij iets hards voelde. Hij pakte het op en hield het omhoog, maar zijn hand trilde zo dat de nagel die hij uit het water had gevist tussen zijn vingertoppen door glipte.

Met ongefocuste ogen en slappe benen werkte Berend door. Zijn hoofd was te vol en te druk om goed na te denken. In gedachten hoorde hij keer op keer het verpletterende gekrijs tegen de tegels weerkaatsen: Doodop en met een bonkend hoofd kwam Berend thuis. Hij liet zijn jas van zijn schouders op de grond glijden en sleepte zichzelf de trap op. Berend draaide zich om, sjokte de trap weer af, raapte zijn jas op en trok deze aan terwijl hij de deur weer uit liep, richting de supermarkt.

Die avond maakte Berend een simpele stamppot, waar Willem commentaar op leverde. Na het eten waste hij niet direct af, wat Willem afkeurde. Berend wilde niet over de slagerij praten, maar Willem bleef vragen of er nog genoeg voorraad was voor morgen. Hij had een bestellijst gemaakt die hij onder Berends neus schoof en hem op het hart drukte daar morgen­ochtend direct mee aan de slag te gaan.

Berend knikte en ging naar boven. Eenmaal in bed dacht hij aan de volgende dag en aan al dat vlees waar hij worsten van moest draaien. Aan de messen die hij nodig weer zou moeten slijpen. Aan het nepvarken dat in de etalage hing en aan de grote stukken echt varken die in de koelcel op hem lagen te wachten.

In zijn slaap hoorde hij het vlees om hem roepen, maar zo gauw hij het aanraakte begon het onbedaarlijk te krijsen en smolt het onder zijn handen tot een slijmerige, bloederige smurrie.

Met zijn hoofd zwaar in zijn handen leunde Berend op de toonbank. Er was nog geen enkele klant geweest, hoewel het briefje niet meer op de deur hing. Willem zou die middag nog even langskomen, had hij gezegd, maar Berend vroeg zich af of zijn broer het had gemeend. Berend zuchtte en keek op de klok. Zijn ogen schoten onwillekeurig naar links, naar het portret dat ernaast hing.

Pa staarde hem doordringend aan in zwart-wit. Berend keek terug, zonder te knipperen. Hij draaide bij, hief zijn kin op en keek het portret strak aan. Zijn ogen vernauwden zich en begonnen te prikken. Elk moment nu, kon zijn blik een gaatje in het glas boren. Hij kon het smeulende papier al bijna ruiken. Berend schrok van het plotselinge winkelbelletje en knipperde. Hij draaide zich om en wreef in zijn ogen, die nog steeds prikten.

Zonder op ant­woord te wachten, bracht ze haar neus vlak bij de vitrine voor de toonbank en fronsde naar de vele lege schaaltjes. Berend slikte een antwoord in en bekeek de vrouw.

Ze droeg grote, hangende oorbellen, die haar oorlellen uitrekten. Bij iedere beweging van haar hoofd zwaaiden de oorbellen heftig heen en weer. Berend zag dat de gaten in haar oren ook waren opgerekt. Het vlees van de lellen was donkerder dan haar hals en had wat bruinige vlekjes. Berend vroeg zich af wat voor geluid het zou maken als hij er in sneed. De vrouw stond recht voor hem, met haar keurig ingekleurde wenkbrauwen hoog opgetrokken.

Even keken ze elkaar zwijgend aan over de rauwe stukjes vlees in de vitrine, totdat de vrouw de stilte doorbrak: Hij pakte een schaal uit de keuken en legde er in de koelcel een dozijn karbonades op. Met benauwde blik pakte hij elk stuk vlees heel voorzichtig beet, zodat hij er niet in zou knijpen. De karbonades gaven geen kik. Hij pakte grote vellen duplexpapier en begon de karbonades in te pakken. De vrouw legde een hand vol kleingeld op de toonbank.

Er liepen kleine rode adertjes over de achterkant van haar hand. Haar vingers leken wat opgezwollen en de huid om haar zorgvuldig gelakte nagels stond strak. Die huid deed Berend denken aan frankfurters. Het vlees zou vast hoog en schril gillen, als hij die worstjes door zou hakken.

Berend huiverde en keek de vrouw geschrokken aan. Gehaast deed hij de karbonades er in en gaf het aan de vrouw, die het met opgetrokken wenkbrauwen aannam en hoofd­schud­dend de winkel uitliep. Berends blik zakte naar de karbonades in de vitrine. Het waren dikke, roze stukken stevig vlees, met een helderwit randje vet en de rib er nog aan. Berend liep naar de koelcel en keek om zich heen. Hij begon tournedos, steaks, runder­lendes, oerhammetjes en kalfs­niertjes in zijn armen te laden.

Achterovergeleund draaide hij zich om, liep naar de keuken en stortte alles uit op de grote werktafel. Terug in de koelcel legde hij lamsbouten, lamsschouder en gepikeerd gebraad op de grote bak met al gemalen gehakt en zette dit bij de rest.

Berend ver­zamelde de worsten die aan het rek naast de deur hingen en haalde de rij gevilde konijnen en geplukte kippen van de haken. Hij bekeek de smalle, kale dieren die in twee enorme vleestrossen hulpeloos aan zijn vingers hingen en plofte ze op het werkblad. Berend deed een stap achteruit.

Met bonzende slapen haalde hij het grote, platte hakmes van de muur. Hij overzag het vlees dat voor hem lag met een blik vol achterdocht, terwijl hij het mes scherpte aan de keramische slijpstaaf.

Hij meende een zacht gejammer te horen. Een klagelijk geluid, net op de grens van zijn gehoor. Hij legde de slijpstaaf weg en hief het hakmes hoog. Recht voor hem, op het glanzende RVS, lag het grootste braadstuk dat de slagerij verkocht.

Duivels­gebraad, dat zachtjes leek te ademen. Met alle kracht die hij in zijn armen had, liet Berend het hakmes neerkomen op het vlees. Het mes ging er bijna in één houw doorheen en de punt kraste schril op het werk­blad. De schreeuw van het braadstruk was zo luid dat Berend naar zijn oren wilde grijpen.

Maar hij hield het mes vast en begon in te hakken op de konijnen, de kippen en de lamsbouten. Het vlees gilde en krijste en Berend krijste mee, probeerde het gegil te over­stemmen. Hij pakte een tweede mes en hakte met venijn in op elk stuk roze varken, rund of kalf wat hij onder zijn messen kon krijgen.

Het gegil zwol aan en leek oneindig door te echoën. Hij liet het mes vallen en begon schreeuwend en huilend met zijn handen het vlees verder uiteen te rijten.

Zijn hoofd was volledig gevuld met wanhopige kreten en het gebonk van zijn eigen hartslag. Hijgend en snikkend stond Berend in de keuken van de slagerij. Zijn hele lichaam trilde en zijn benen voelden slap. De verschillende stukken vlees begonnen weer te jammeren, te loeien en te mekkeren. Door zijn tranen heen keek hij naar de ravage op de werkbank, en in die roze-rode ravage viel hem een klein, wit botje op.

Met zijn pols wreef Berend over zijn ogen. Het was een vorkbeentje, dat recht omhoog stak uit een aan flarden gerukte kip. Berend leunde voorover en plukte het botje uit de vogel, die kreunde.

Hij bekeek het bijna hoefijzervormige beentje van alle kanten in het TL-licht. Het was nog helemaal gaaf. Berend pakte de twee uiteinden van het wensbeentje vast en sloot zijn ogen. Hij trok zijn handen uit elkaar en het botje knapte in twee ongelijke stukken. Met zijn blik op het kermende vlees, bracht Berend langzaam zijn linkerhand richting zijn linkeroor. Toen hij het halve beentje in zijn oor voelde, stootte hij het daad­krachtig met de scherpe punt naar binnen.

Het botje prikte door zijn trommelvlies en Berend hapte naar adem. De pijn was plotseling en hevig en zijn oor begon te suizen, maar het gejammer en geblèr leek zachter.

Hij bracht zijn rechterhand, met het grootste gedeelte van het wensbotje, richting zijn rechteroor. Met iets meer moeite kreeg hij het recht voor zijn gehoorgang. Hij sloot zijn ogen en prikte. Hier vind je gratis sexadvertenties. Ik heb vroeger ook wel wat modellen werk gedaan en ik was danseres op grote feesten.

Meisje komt gillend klaar. Geile seksfilmpjes Van stil muisje tot wilde tijger! Zakelijke erotisch aanbod Nadoe0n: Dikke kerstvrouw Sex met jonge vrouwen Rijpe vrouwen sexverhalen Boods tube Thaise massage zoeterwoude Seksproblemen Kun jij mij vandaag laten klaarkomen Fayewildate: Partners Wij zijn alleen partners met partijen die kwaliteit kunnen garanderen.