Prive slavin rimboe

.

Vrouw zoekt lul lekker rimmen




.

Mijne heren, Maandag bied ik mijn chique bloedmooie Hollandse slet ex fotomodel Mirthe, 39jr. Mijne heren, Maandag bied ik mijn chi Ik zoek via deze weg een Meesteres die van anal play houd en dat wil doen met een afgetrainde jongem Ik zoek via deze weg een Meesteres die v In opdracht van mijn meester bied ik mij aan als slavin en gebruiksvoorwerp. Ik ben te huur voor In opdracht van mijn meester bied ik mij Hans uit Nieuw Vennep. Zo nu en dan is erg opwindend om voor mij onderdanig te zijn.

Dit natuurlijk wel op een veilige en r Zo nu en dan is erg opwindend om voor mi Hee leuk dat je op mijn advertentie kijkt. Nu heb ik je aandacht. Ik ben een jonge van 22 die graa Hee leuk dat je op mijn advertentie kijk Leather slet uit Oost- West- en Hoi lekkere kerels en geile dames, Dit geile jonge sletje is stout geweest. En daarom is het hoog Hoi lekkere kerels en geile dames, Di Tv Tanya uit Etten-Leur. Hallo dames, Jullie zullen vast wel denken.. Hallo dames, Jullie zullen vast wel d Ik ben Tim uit Apeldoorn en op zoek naar een vaste meesteres om bijna vaak te dienen en daar ook tij Ik ben Tim uit Apeldoorn en op zoek naar Hallo, Ik ben Raymond een onderdanige slet van 39 jaar.

Ik hou veel van anaalspel bij mezelf. Hallo, Ik ben Raymond een onderdanig Vrijdag 08 juni Leidschendam, eventueel Algemeen Barebangs Bukkake Erotisch uitgaan. Body to body massage Massage door dames Massage door paren Massagesalons Prostaat massage Tantra massage. Automonteurs Autorijles Betaling in natura Kappers Klusjes en onderhoud. Betaald sexcontact Gratis sexcontact. Voor uw en onze veiligheid en om gebruik te blijven maken van Sexjobs dient u akkoord te gaan met: Ik verklaar minimaal 18 jaar te zijn, de algemene voorwaarden van Tease Media B.

Ik verklaar hiermee dat ik het privacystatement gelezen heb. Ja, ik ga ermee akkoord. Sexjobs maakt gebruik van cookies. Dit zijn top advertenties. Uw advertentie ook promoten als top advertentie? Jonge onderdanige man op zoek naar.. Geil, stijlvol en onderdanig Ook hij werd met alle pracht en praal ontvangen door de koning van Kandy, die opnieuw vroeg om hulp van de Hollanders en ook Sebald zegde zijn hulp toe.

De heren zeventien van de V. Men was van plan daar het hoofdkwartier van de Nederlanders te vestigen voor het gehele Aziatische gebied. Ook had men wel eens gedacht aan Malakka, maar dat was zo stevig in handen van de Portugezen dat dat vooralsnog onmogelijk leek.

Ook Java had men op het oog, maar de voorkeur ging toch uit naar Ceylon. Sebald de Weert zelf echter was degene die aan dit plan een vroegtijdig einde maakte.

De koning had namelijk als afscheid een groot feest georganiseerd op het strand vlakbij de stad Batticalao. De Hollanders en vooral Sebald keken de ogen uit hun hoofd naar de geschenken en de exotische dansen van half ontklede meisjes en wilden ook hun steentje bijdragen aan de verhoging van de feestvreugde. Sebald liet wijn aanrukken van zijn schepen en het feest werd alsmaar luidruchtiger en Sebald zelf, waarschijnlijk overmand door vermoeidheid, de tropische temperatuur en de vele glazen wijn, begon zich steeds amicaler op te stellen tegenover de koning.

Toen de koning aanstalten maakte om terug te gaan naar zijn paleis en tegenover Sebald de opmerking maakte dat hij terug moest keren naar zijn echtgenote, die hem al zo lang niet had gezien, antwoordde Sebald: De koning ontstak in grote woede en verzocht de Hollanders om Sebald gevangen te nemen.

Zij weigerden echter, waarop de koning in woede ontstak en Sebald de Weert met 49 schepelingen op staande voet liet ombrengen. Dat was een slecht begin en tevens de reden, dat de Heren Zeventien van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in elk geval niet Ceylon kozen voor hun hoofdkwartier in dat Verre Oosten.

Het duurde zeker 30 jaren voordat de koning zelf opnieuw contact zocht met de Nederlanders, die zich op dat moment al gevestigd hadden in verschillende plaatsen aan de kusten van het Subcontinent van India. Nu zagen ook de Hollanders hun kans en Hollandse schepen arriveerden opnieuw voor de kusten van Sri Lanka. Baticalao werd veroverd en spoedig volgden andere steden, zoals Trincomalee en Galle.

Het duurde nog enkele jaren voordat ook Colombo in Nederlandse handen viel. De koning van Kandy, die zo vaak de Hollanders verzocht had om hem te bevrijden van de Portugezen, kon natuurlijk niet weten, dat hij met het in huis halen van de Hollanders in feite nog slechter af was, want binnen de kortste keren begonnen de Hollanders de kuststreken van Ceylon te koloniseren.

Toch is de koning erin geslaagd om gedurende de jaar, dat de Hollanders in Ceylon verbleven, onafhankelijk te blijven in de ongenaakbare en voor de Hollanders bijna onbereikbare hooglanden van zijn eiland. De Engelsen, die na Ceylon in handen kregen, is het uiteindelijk wel gelukt om de koning te verslaan en af te zetten. Meer dan jaar was Ceylon een koninkrijk geweest. Dat eindigde in , het jaar dat de eerste koning in Nederland de troon besteeg.

Het begon met de Liefde. Japan Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen In de schitterende t. Wel heeft hij een aantal namen veranderd, zoals de naam van het Nederlandse schip, dat in het jaar als eerste Japan bereikte.

Dit houten boegbeeld bestaat nog steeds, terwijl het schip zelf tijdens een tocht over de binnenzee op weg naar Osaka in een storm verging. Het houten boegbeeld van Erasmus bevindt zich nu in het museum in Tokio en is sedert gekwalificeerd tot "Nationale schat".

Dit heeft dan ook te maken met het feit dat Japan tot de dag van vandaag enorm veel waarde hecht aan het langdurige contact met de Nederlanders. Ook de naam van de stuurman, in de serie "Shogun", John Blackthorne genaamd, is veranderd. Zijn eigenlijke naam was William Adams en zijn graf op het eiland Hirado wordt nog regelmatig door veel Japanners bezocht. De bedoeling was om met deze vijf schepen via de straat Magelaan een reis rond de wereld te maken en o.

Japan aan te doen. Het werd een rampzalige tocht. Geen enkel schip heeft de reis rond de wereld volbracht, alleen het schip "De Liefde" is uiteindelijk - na bijna twee jaar - aangekomen in Japan. De kapitein van het schip "De Liefde", Gerrit van Beuningen was al op de kust van Chili met nog een aantal bemanningsleden door inboorlingen vermoord.

Zijn opvolger als kapitein, Jacob Qaeckernaeck kreeg al vrij snel de gevreesde scheurbuik en moest in feite tegen zijn zin het commando van het schip overdragen aan zijn Engelse stuurman William Adams. Toen het schip uiteindelijk in Japan arriveerde konden van de 24 nog in leven zijnde bemanningsleden er slechts 6 op hun benen staan. William Adams heeft uiteindelijk na een moeizame beginperiode het vertrouwen van de Shogun kunnen winnen en heeft op die wijze de basis gelegd voor de handelscontacten tussen Nederland en Japan.

Hij bereikte een hoog aanzien, maar heeft nooit de kans gekregen om terug te keren naar zijn vrouw in Engeland, ondanks al zijn smeekbeden liet de Shogun hem niet gaan. Ook de andere overlevenden van het schip "De Liefde" hebben in Japan een hoge status bereikt. Een paar van hen hebben uiteindelijk opnieuw contact kunnen krijgen met de Nederlanders in Thailand. Pas zeven jaar na hun vertrek hoorde men in Nederland dat er nog overlevenden waren.

Vanaf kregen de Nederlanders op het eiland Hirado een vaste plek aangewezen, waar zij handel konden drijven met Japan. Dat ging een aantal jaren behoorlijk voor de wind, maar rond gelastte de Shogun om de Hollandse handelspost in Hirado met de grond gelijk te maken. Het toenmalige opperhoofd, zo werd de leider van de Hollanders genoemd, was de Fransman François Caron.

Hij gehoorzaamde de Shogun en liet de Factorij tot bijna de laatste steen afbreken. Deze gehoorzaamheid maakte zoveel indruk op de Shogun dat hij besloot om het contact met de Hollanders te handhaven en alle andere kooplieden uit het Westen van zijn grondgebied te verjagen.

Japan werd een "gesloten land". Niemand mocht er meer uit en niemand mocht er meer in, behalve een handjevol Chinezen en een paar Hollanders. In de haven van Nagasaki was een klein kunstmatig eilandje gebouwd, in de vorm van een waaier. Het werd "Deshima", of "vooreiland" genoemd en op deze plaats mochten de Hollanders zich vestigen. In feite was het een soort gevangenis. De Hollanders mochten het eiland namelijk onder geen beding verlaten. De brug naar het vaste land werd dag en nacht bewaakt.

Tezamen met de paar Hollanders die er zaten werd het eiland bewoond door meer dan Japanners, hoofdzakelijk bewakers en tolken. Vanaf deze kleine plek is het de Hollanders gelukt om meer dan jaar handel te drijven met het gesloten Japan.

Vooral hun veelvuldige contacten met de tolken had tot resultaat dat toch veel westerse ideeën het gesloten Japan binnenkwamen. Deze tolken beheersten al vrij snel de Nederlandse taal en begonnen Nederlandse boeken te vertalen.

Boeken over scheepvaart, flora en fauna. Slechts één keer per jaar mochten de Nederlanders het eilandje Deshima verlaten en dat was om een bezoek te brengen aan de Shogun. De Shogun woonde in zijn kasteel in Edo, dat nu Tokio heet. Het was een tocht van meer dan 6 weken over de zogenaamde Tokaido.

De Tokaido is een honderden kilometers lange weg, dwars door Japan. Tijdens deze tocht hadden de Hollanders natuurlijk de gelegenheid om veel van Japan te zien en als zij hun einddoel bereikt hadden was het de gewoonte om de Shogun kostbare geschenken aan te bieden, als dank voor het feit dat zij vanuit Deshima handel mochten drijven.

Nog heden ten dagen zijn de Japanners zich sterk bewust van de eeuwenoude contacten met Nederland. De laatste jaren heeft de gemeente Nagasaki het plan opgevat om het oude Deshima, dat nu volledig in de nieuwe stadswijken is opgenomen, in zijn oude glorie te herstellen.

Barbaren in de Chinese Zee. Taiwan en Thailand Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen De activiteiten van de Nederlanders in de landen rondom de Chinese Zee in het begin van de 17de eeuw hebben ertoe bijgedragen dat de Hollanders de bijnaam kregen van "de Rode Barbaren" en inderdaad het is onvoorstelbaar wat zij daar allemaal hebben uitgespookt.

En dat alles omdat zij handel wilden drijven met het grote China. Terwijl de Hollanders in Japan met veel tact het voor hen onbekende gebied benaderden en daarmee succesvol de eerste schreden zetten tot langdurige handelscontacten, liep het volkomen fout met China. Dat is het onderwerp van de aflevering van deze maand van "Nederlanders Overzee".

Hij had dus als het ware Cornelis Houtman opgevolgd. Die tweede schipvaert was enorm succesvol. Maar liefst 8 schepen waren uit Nederland vertrokken en bereikten in korte tijd Bantam.

Jacob van Neck handelde krachtdadig en wist binnen de kortste keren vier schepen vol te laden met specerijen en keerde in recordtijd terug naar zijn vaderland. Maar deze keer had Jacob van Neck andere plannen. Direct na aankomst in Bantam stuurde hij enkele schepen volgeladen terug naar Holland en met de resterende vloot wilde hij proberen de handel met China te openen, via de Molukken, waar hij een kort oponthoud had op het eiland Ternate.

Hij had het plan om naar het Zuiden van Thailand te varen, maar zijn schepen kwamen terecht in de uitlopers van een orkaan.

Ook al vanwege het feit dat hij het niet zo nauw nam met de navigatie is het een Godswonder dat zijn schepen niet vergingen en op een bepaalde dag voor een onbekende kuststrook aankwamen.

De twee kleine bootjes die hij uitzette om de kust te gaan verkennen, werden ogenblikkelijk overmeesterd en de bemanning werd gevangen genomen.

Hij had Macao, de Portugese enclave op het vasteland van China, bereikt. Dit was de eerste mislukking van een lange reeks die nog zou volgen. Toen Jacob van Neck begreep dat het onmogelijk was om voet aan wal te zetten, vertrok hij met zijn schepen naar het zuiden, naar Patani, een florerende handelsplaats in het zuiden van Thailand, het toenmalige Siam.

In Patani had hij het geluk dat hij gastvrij werd ontvangen en enige handel kon drijven en daar was het ook dat na enige weken een Zeeuwse vloot landde onder leiding van Gerrit van Roy.

De Hollanders en de Zeeuwen beconcurreerden elkaar nog steeds en zo kon het gebeuren dat er weer enige tijd later nog een Hollandse vloot verscheen voor de kusten van Patani. Deze keer was het Jacob van Heemskerk, die voor weer een andere Compagnie probeerde handel te drijven in het Verre Oosten. Het moet een onvoorstelbaar gebeuren zijn geweest, dat daar aan de andere kant van de wereld drie Hollandse vloten elkaar op dezelfde plek ontmoetten en elkaar probeerden de handel af te troggelen.

Dat was in het jaar In werd een nieuwe poging gedaan om contact te leggen met China. Een vloot onder leiding van Van Warwijck vertrok naar Macao, maar daar aangekomen begreep Van Warwijck dat het onmogelijk was om Macao te veroveren. Hij week uit naar een paar kleine eilandjes voor de kust van China, de zgn. Pescadores, de eilanden van de vissers. Maar een Chinese vloot verdreef hem van de eilanden. Nog heden ten dage kun je op een eeuwenoude steen met Chinese tekens, ingemetseld in de muur van een oude tempel, lezen dat "de Rode Barbaar" Van Warwijck door de Chinezen van het eiland was verdreven.

Het duurde tot voor wederom een poging werd gewaagd. Het werd een gigantische mislukking. Honderden Nederlanders vonden de dood op het land en in de golven. Ook Reyerszoon week uit naar de Pescadores. Hij nam de eilanden in bezit en met meer dan door hem gevangen genomen Chinezen begon hij met de aanleg van een groot fort.

De Chinese gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden aan het fort bouwen en in één jaar stierven meer dan Chinezen. Maar ook voor Cornelis Reyerszoon was het slechts van korte duur. De Chinezen bedreigden hem zodanig dat hij de Pescadores moest verlaten. Wèl gaven zij hem de gelegenheid een fort te bouwen op het nabijgelegen eiland Formosa, dat nu Taiwan heet, en daar op een zandplaat vlak voor de kust werd het Fort Zeelandia gebouwd, een gigantisch fort.

De handel met de schepen uit China verliep uitermate traag en moeilijk en dat was de reden dat de Hollanders zich steeds meer voor Formosa zelf gingen interesseren en zo was het toch nog voor korte tijd een voor de Hollanders vrij succesvolle kolonie, maar het duurde niet lang. Rond verscheen een grote Chinese vloot voor de kust van Formosa onder leiding van Coxinga. Zeven maanden lang werd Fort Zeelandia belegerd en uiteindelijk moesten de Hollanders het fort overgeven.

De hulp uit Batavia, die vaak beloofd was, kwam te laat. Het was de zoveelste mislukking van "de Rode Barbaren" in de Chinese Zee. Ook via Thailand, het toenmalige Siam, hebben de Hollanders geprobeerd handel te drijven met China.

Uiteindelijk heeft dat wel geresulteerd in een handelspost in Siam. Maar toen in de legers uit Birma de hoofdstad van Siam aanvielen, veroverden en volledig verwoestten, werd ook de Nederlandse handelspost met de grond gelijkgemaakt.

Het duurde tot laat in de 18de eeuw voordat de Hollanders eindelijk, samen met andere westerse landen, een handelspost kregen in Kanton. Jarenlang waren de pogingen op een mislukking uitgelopen, maar eindelijk is het "de Barbaren" dan toch gelukt vaste voet te krijgen in China al was dat dan ook onder zeer strenge voorwaarden en moeilijke condities.

Aflevering 7 - Eenzaam tussen miljoenen. India Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen Bijna honderd jaar voordat de eerste Nederlanders voet aan land zetten in India hadden de Portugezen zich daar al gevestigd in de belangrijkste kustplaatsen, met als hoofdkwartier Goa. Het was echter op de lange duur onmogelijk voor de Portugezen om de duizenden kilometers lange kusten van India te beschermen tegen die indringers uit de lage landen en dat was de reden dat de Hollanders zich langzaam maar zeker op steeds meer plaatsen konden vestigen.

Dat is het onderwerp van deze aflevering van 'Nederlanders Overzee'. Een oude 17e-eeuwse kaart van India toont aan dat de Nederlanders rond langs de kust talloze vestigingen hadden.

Alleen Goa was en bleef in Portugese handen en ondanks het feit dat de Hollanders Goa een paar jaar lang met hun schepen geblokkeerd hadden was het op een gegeven moment zelfs helemaal niet meer nodig om de stad in te nemen.

De Portugese invloed in India was in feite door de Hollanders overspoeld en ze lieten daarom Goa uiteindelijk met rust. Indiase katoen en de kleurstof indigo, peper en kaneel waren voor de Nederlanders de belangrijkste handelsartikelen die zij in India konden vinden. De eerste schepen uit Zeeland kwamen in aan in Surat. Maar de twee Zeeuwse kooplieden, die handel wilden drijven, werden ogenblikkelijk door de Portugezen gevangen genomen en opgeknoopt.

Dat was een slecht begin. In was het Pieter van den Broecke die in de haven van Surat verscheen, de weg naar de handelsvergunning van de Groot Mogol met smeergelden plaveide en een Nederlandse handelspost opende. Hij pakte de zaken energiek aan, was een levensgenieter, joviaal in de omgang met de inheemse bevolking, een stevige drinker en recht door zee.

Van den Broecke trok dieper het binnenland in, op weg naar de Groot Mogol, die op dat moment in Agra resideerde. Rond de stad Agra lag het beste productiegebied van de indigo en het is dan ook geen wonder dat Van den Broecke vrijwel onmiddellijk besloot om ook hier een Nederlandse handelspost te vestigen. Agra, zo schreef hij aan de Heren Zeventien, kan een der beste melkkoeien van India worden.

Maar Agra lag heel ver van de kust, ver van Surat, met een ossenkaravaan deed je wel een maand over de reis. Als de omstandigheden tegenzaten ten minste twee maanden. Niemand kon controle, laat staan gezag uitoefenen vanuit Surat over een zo afgelegen plek en de Hollanders die er zaten gingen dan ook hun eigen gang. De knoeierijen van de V. Deze situatie was bijna toonaangevend voor alle Nederlandse vestigingen in India.

Het was de tijd dat voor de afkorting van de V. Tot vandaag de dag zijn langs de Coromandel- en Malabarkust van India talloze Nederlandse overblijfselen te vinden. Sommigen zijn in uitstekende staat bewaard gebleven en worden door de Indiase overheid in stand gehouden.

Het zijn "protected monuments" beschermde monumenten. Andere zijn nagenoeg verdwenen en overwoekerd door de wildernis. Eén van die goed bewaarde overblijfselen is de grafsteen van Johannes Kruijff en Catharina van den Briel.

Hij was de zoon van een dominee, tevens klerk van de handelspost in Masulipatnam. In de verslagen van de arts Daniel Havart wordt hij ten tonele gevoerd "tot spiegel van anderen en als waarschuwing, dat men zich nooit te diep in de strikken der liefde moet begeven en geen geloof moet geven aan loze geruchten".

Hij gaf zijn genegenheid aan haar en haar ouders te kennen en na enige maanden kreeg hij de dochter zover dat zij hem het jawoord gaf, mits men met trouwen zou wachten tot een bekwame gelegenheid. Beiden waren zeer verheugd, konden van elkaar geen ogenblijk scheiden. Hij wilde alleen daar zijn waar zijn bruid was, en zij bleef pal als een rots en doof voor alle praats van medeminnaars die haar hand begeerden, en verlangde niets anders dan zich met hare Kruijff gepaard te zien.

Het hart van onze Kruijff werd ijskoud, zijn liefde veranderde in bittere haat en hij trok zich de kwaadsprekerij zo aan dat hij er de tering van kreeg. Doodziek werd hij opgenomen in het huis van de moeder van de bruid, een zachtaardige gastvrije matrone, die wekenlang zwoegde om hem genezen te krijgen. En in een andere kamer in hetzelfde huis lag de bruid, die op haar beurt ziek werd van verdriet; wekenlang lagen ze daar onder hetzelfde dak zonder dat ze elkaar ooit zagen of spraken: De bruid, ijlend en verzwakt, geplaagd door koorts en verbittering, stierf als eerste.

Vlak voor haar dood werd haar geest nog eenmaal helder, en dit is wat ze zei: Eenentwintig jaar, één maand en achttien dagen oud, stierf ze. De hele stad liep uit om haar te begraven en door iedereen werd ze beklaagd, omdat ze zo lieftallig, goed van hart en vrolijk welbespraakt was geweest voor ieder die haar goed kende. Ook de bruidegom, Johan Kruijff, vergezelde het lijk op haar laatste tocht, ofschoon hij zo zwak was dat hij nauwelijks op zijn benen kon staan.

En toen hij hoorde wat zijn bruid op haar doodsbed gezegd had, en dat alle geruchten vals waren geweest, werd hij radeloos van smart, en zo ziek, dat hij voelde dat hij de dans van de dood niet zou ontspringen. Op zijn sterfbed vroeg hij vergiffenis aan de ouders van het meisje en verzocht, als laatste wens, dat hij naast haar mocht worden begraven. Op nieuwjaarsdag stierf Johan Kruijff en voegde zich bij zijn bruid, onder deze steen: Deze en andere gebeurtenissen aan de kusten van India werden door de Hollanders uitvoerig beschreven.

En elke keer komt in deze geschriften de eenzaamheid naar voren waarin de Hollanders ver van huis moesten werken, maar vooral moesten wachten, soms maanden en maanden lang, op een schip uit het vaderland. Zij waren met recht eenzaam tussen miljoenen. Rond werd in de Verenigde Staten van Amerika een belang­rijke grondwetsvergadering ge­houden.

Vertegenwoordigers van allerlei bevolkingsgroepen waren daarbij aanwezig: Engel­sen, Nederlanders en zelfs Fran­sen. En het scheelde maar één stem of het Nederlands zou de officiële voertaal geworden zijn van wat nu de machtigste natie ter wereld is.

Dat gebeurde dus niet. Maar nog steeds zijn er veel Nederlandse overblijfselen te vinden in de U. Over de Hollanders die naar Amerika trokken begin 17 e eeuw gaat deze aflevering van "Nederlanders Overzee".

Omdat de door de Portugezen ontdekte vaarroute via Kaap de Goede Hoop naar het verre China en Japan voor de Hollan­ders verboden gebied was, waren zij wel genoodzaakt om naar andere mogelijk­heden te zoeken. Al voor het jaar waagden zij verschillende pogingen om via de Noordelijke IJszee en boven Rus­land om naar het Verre Oosten te zeilen.

Iedereen kent nog steeds het beroemde verhaal uit die tijd van de overwintering op Nova Zembla van Willem Barends en Jacob van Heemskerk.

De Hollanders schreven geschiedenis in dat koude noorden, maar bereikten noch China noch Japan. Nadat al meer dan tien jaar de route om het zuiden, de verboden route van de Portugezen, werd gekozen besloot men toch opnieuw een poging te wagen via de Noordelijke IJszee.

De Engelsman Hudson namelijk strooide geruchten rond dat hij daar een doorvaarroute wist. Een­maal in dienst van de V. Ook daar vond hij ech­ter geen doorgang, wél een brede rivier die nog steeds zijn naam draagt, de Hud­son River. Toen de geruchten van zijn ontdekking van dat gebied Nederland bereikten duurde het niet lang of verschillende kooplieden zonden er schepen heen om handel te gaan drijven met de Indianen.

De artikelen die de Indianen te koop aan­boden waren de huiden van herten en bevers. In die tijd een zeer lucratief artikel, dat de Hollanders al jaar lang uit Rusland vandaan haalden. De activitei­ten van die loslopende kooplieden en opgerichte maatschappijtjes rond Man­hattan liepen steeds meer uit de hand en ze beconcurreerden elkaar bij het leven. In werd dan ook de West Indische Compagnie opgericht waarvan het be­stuur, de Heren Negentien, al snel het besluit nam om het eiland Manhattan aan te kopen en daar een fort te bouwen.

Het was Peter Minuit die in voor de W. In korte tijd werd het fort Amsterdam op­getrokken en werden er huizen, kroe­gen, een kerk en een molen gebouwd. Ook de galg ontbrak niet.

Maar het vredi­ge leven was ver te zoeken. Vooral het optreden van gouverneur Kieft bracht heel wat problemen. Zijn benadering van de Indianen lokte heel wat moeilijkheden uit en een sterke man was nodig om in de kolonie orde op zaken te stellen. Zijn afgeschoten been werd begraven op het eiland Curaçao in een keurig koepelgraf. En met zijn houten been kon Peter Stuy­vesant zijn regelmatige woede aanvallen uitleven op de houten vloer van zijn wo­ning aan de rand van de stad Nieuw Am­sterdam op het eiland Manhattan.

In korte tijd keerde orde en rust terug en verdubbelde het aantal inwo­ners in een paar jaar tijd. Maar de Engel­se kolonies in het noorden, in Nieuw En­geland en in het zuiden in de staat Virgi­nia groeiden nog veel sneller. Bovendien hadden zij zich voorgenomen om de Hollanders er met zoveel mogelijk mensen uit te werken. Zij noemden dat "crowding out the Dutch".

De talloze brieven die Peter Stuyvesant naar de Heren Negentien stuurden en waarin hij vroeg om meer manschappen, meer kanonnen en meer schepen werden niet beantwoord.

Uiteindelijk zat er voor Peter Stuyvesant niets anders op dan zich zonder slag of stoot over te geven aan de Engelsen. Ondanks het feit, dat de Neder­landse kolonisatie van een deel van Brazilië slechts 30 jaar heeft geduurd is dit feit nog steeds bij bijna elke Braziliaan bekend en weet hij er ook over te ver­tellen.

In elk geval kent de Braziliaan de naam van prins Johan Maurits van Nassau, een achterneef van Willem van Oranje, die in het verre Brazilië zeven jaar lang gouver­neur is geweest. Hij voerde een voor die tijd buitengewoon democratisch be­wind, en hij was de initiatiefnemer van de allereerste wetgevende vergadering in Amerika. Tijdens die vergadering wa­ren er vertegenwoordigers van niet al­leen Hollanders, maar ook van Portuge­zen, Joden en van Indianen aanwezig.

Naast zijn bestuurlijke capaciteiten was Johan Maurits ook een groot kunstlief­hebber en in zijn gevolg had hij maar liefst 48 kunstenaars meegenomen. En dat is de reden, dat in de aflevering van "Nederlanders Overzee" over Brazilië heel wat schitterende prenten voorko­men, die gemaakt zijn in de tijd dat Jo­han Maurits daar de scepter zwaaide.

Hij werd zo geliefd bij Portugezen en In­dianen dat hij de bijnaam kreeg van "Maurits, de Braziliaan". Toen hij uitein­delijk vertrok en terugging naar Neder­land hebben de Indianen hem op de schouders door de branding naar zijn schip gedragen In het jaar werd Brazilië ontdekt en werden grote delen van de kuststrook in bezit genomen door de Portugezen, die op weg waren naar Azië.

Vanaf dat moment werden de Braziliaanse India­nen min of meer onder de voet gelopen en stierven ze bij duizenden aan Europe­se ziekten. In Brazilië, dat wil zeggen in het gedeelte waarin de Hollanders in het begin van de 17de eeuw geïnteresseerd waren, lagen de rijke suikerdistricten. En dat was het noordwestelijke gedeelte vanaf Salvador de Bahia de Todos Santos, ofwel Sal­vador in de Allerheiligenbaai.

Al in was er - op initiatief van de zo­juist opgerichte West Indische Compag­nie - een grote vloot uitgezonden onder leiding van o. Hij bombardeerde met zijn kanonnen Salvador, beklom samen met zijn trompetter als eerste het zogenaam­de waterfort, joeg de Portugezen op de vlucht en nam de stad in. Een staaltje van krijgskunst dat er wezen mag! Maar in Nederland was men niet zo onder de indruk van deze prestatie. Toen hij echter een paar jaar later de zilver­vloot veroverde, stond heel Holland wél op zijn kop.

Piet Hein heeft hierover toen nog zijn verbazing uitgesproken. Naar zijn mening was de verovering van Sal­vador een veel grotere prestatie ge­weest. Omdat de Portugezen herhaaldelijk pro­beerden het verloren gebied te herwin­nen, stond de Nederlandse kolonie in Brazilië continu onder zware druk. Keer op keer herhaalde hij die vraag, maar de Heren 19 van de West Indische Compagnie wa­ren alleen geïnteresseerd in winst, liefst heel snelle winst.

Zij voelden niets voor koloniseren en hadden amper geld om te investeren in soldaten en kanonnen. Johan Maurits diende daarop zijn ont­slag in en keerde terug naar Nederland.

Een paar jaar later werd de Nederlandse kolonie onder de voet gelopen door de Portugezen. De West Indische Compag­nie had alles nagelaten om het suikerge­bied voor de Hollanders te behouden. In Nederland zeiden ze dan ook: Westkust Afrika Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen Ze ruil­den deze gebieden met de Engelsen voor delen van Sumatra in Indonesië.

Met die ruil in kwam een eind aan een periode van meer dan jaar waar­in de Hollanders vele steunpunten en forten bezaten in landen als Senegal, Sierra Leone en vooral Ghana. In die jaar hebben de Hollanders daar vooral handel gedre­ven in goud en slaven.

Al vóór hadden de Portugezen een enorm groot fort in Gha­na aan de Goudkust, dat zij het kasteel St. George d'Elmina, oftewel kasteel Sint George van de Mijn noemden.

Daarmee wilden zij de indruk wekken dat zij zelf de goudmijn in handen hadden, maar niets was minder waar. De Portugezen waren afhankelijk van zwarte tussenhan­delaren, die het stofgoud zelf opkochten bij krijgerstammen in de binnenlanden van donker Afrika. Begrijpelijk dat de Hollanders hun ogen richtten op dit kas­teel Elmina en al in een groot­scheepse aanval uitvoerden, gefinan­cierd door het beroemde handelshuis van Bartholomeus de Moucheron, een Belg die na de verovering van Antwer­pen door de Spanjaarden, ijlings naar Middelburg was verhuisd.

De aanval mislukte volkomen. Jaren lang hebben de Hollanders toch op die kusten handel kunnen drijven door het uitzetten van sloepen. Zo wis­ten zij regelmatig de Portugezen te slim af te zijn. Nu was het kustgebied zo groot dat het ook bijna onmogelijk was voor de Portugezen om dat continu te verdedigen.

De Hollandse kooplieden bleven proberen om een vast steunpunt te krijgen aan die kust van Afrika en met hulp van de Staten Generaal werd een vloot uitgezonden om een nieuwe po­ging te wagen. Bij kasteel Elmina aange­komen begrepen zij dat het onmogelijk was om het fort te veroveren. Vandaar dat zij 50 km verderop aan land gingen en daar van de plaatselijke koning toe­stemming kregen om het enorme fort Nassau te bouwen. Vandaag de dag rest daarvan alleen nog maar een ruïne. In werd een nieuwe poging om kas­teel Elmina te veroveren een faliekante mislukking.

Toen echter in Johan Maurits van Nassau benoemd werd tot gouverneur van Brazilië en de suikerplantages aldaar schreeuwden om werkkrachten, besloot ook hij een poging te wagen en dit keer met succes. Een dagenlang bombardement van het kasteel Elmina demoraliseerde de Portugezen zo dat zij uiteindelijk de vlucht namen.

De Neder­landers drongen het fort binnen en na­men er bezit van. Daarna volgde het ene Portugese fort na het andere en werden zij van deze kusten weggevaagd. De Hollanders gingen nu ook handel drijven in slaven. Het is een wijd verbreid misverstand dat de Europeanen en dus ook de Hollanders zelf het oerwoud in drongen om slaven te vangen.

Want net als bij de goudhandel waren het ook hier zwarte tussenhandelaren die van strijd­lustige krijgerstammen de slaven op­kochten en doorverkochten aan de blan­ke bezitters van de forten langs de kust. Terwijl in Nederland de dominees debat­teerden over de vraag of de neger wel een mens was of een dier en wat voor soort dier hij dan eigenlijk wel kon zijn, vulden de Hollandse schepen zich met slaven. Deze schepen waren met speciale tussendekken aangepast aan de nieuwe "handelswaar".

Er ontstond een soort driehoeksruil: Daar werden de slaven weer geruild tegen goederen die vervolgens terugkeerden in Nederland en daar de pakhuizen vulden van de West Indische Compagnie. Er zijn in de loop der eeuwen ongeveer 15 miljoen slaven uit Afrika weggevoerd. In werd door de Fransen, vanwege de Revolutie, de slavernij afgeschaft. Spoedig daarna gevolgd door de Engelsen. Dit alles zeer tegen de zin van de Hollanders. Pas meer dan 50 jaren later, op 1 juli , werd ook door de Nederlanders, als laatste Europeanen, de slavernij officieel afgeschaft.

Wie vandaag de dag als blanke de westkust van Afrika bezoekt wordt daar gastvrij onthaald en de mensen zijn er blij en vrolijk. Alsof er nooit iets gebeurd is. In zette Jan van Riebeeck als gouverneur voet aan wal bij de Tafelberg en werd daarmee de stichter van Zuid-Afrika.

Hij was geboren in Culemborg en had al heel wat zeereizen voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie achter de rug. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat hij chirurgijn zou worden, maar hij zag al spoedig in dat je met handel heel wat sneller rijk kon worden. Hij bezocht zelfs Japan en China tot hij door de VOC beticht werd van privé handel en daarop noodgedwongen terug keerde naar Amsterdam. Het was op die terugtocht dat hij in contact kwam met overlevenden van het schip "De Haerlem" dat in de Tafelbaai was gezonken.

Het bleek dat de overlevenden van de "Haerlem" zich daar prima in leven hadden gehouden met hetgeen ze daar vonden en verbouwden in hun zelf aangelegde groentetuin. Al voor waren de Portugezen als eersten bij de Kaap geland. Het was Bartholomeus Diaz die daar een Portugees landingskruis liet planten en de kaap de "Stormkaap" noemde.

Enkele jaren later vond hij de dood bij diezelfde kaap, waar zijn schip verging in een vliegende storm. De Portugezen hadden intussen de naam Stormkaap veranderd in Kaap de Goede Hoop, omdat ze verwachtten dat ze voorbij die Kaap terecht zouden komen in het rijke Azië. Voor het land achter die Kaap had in feite niemand belangstelling, noch de Portugezen, noch de Engelsen, de Fransen of de Hollanders.

Toch werd al spoedig de Tafelbaai door de Hollanders gebruikt als een soort postkantoor waar onder grote stenen brieven werden neergelegd die dan door andere vloten werden opgehaald. De grote stenen zelf werden voorzien van inscripties. Een aantal van deze stenen is bewaard gebleven en bevindt zich in het Museum in Kaapstad.

Nadat Jan van Riebeeck met zijn drie schepen daar was aangekomen begon hij ogenblikkelijk met het bouwen van een fort en de aanleg van de Compagniestuin.

Tenslotte moest die plek een herberg aan de Kaap worden, een verversingspost halverwege de lange reis tussen Nederland en het verre Indië. En zo verscheen schip na schip in de Tafelbaai en ankerde daar om vers voedsel en vers water in te nemen. Het werd al snel een gewoonte om vanaf de z.

Seinheuvel een kanonschot af te vuren zodra een schip aan de horizon verscheen. Het is nog steeds een traditie om elke dag om precies Met de talloze schepen kwamen er ook heel wat mensen naar Kaapstad. Zij vormden het begin van een aparte bevolkingsgroep: Daar brachten ze meer geld op dan in Indië zelf, en mee naar Nederland nemen had geen zin, want daar was het bezit van een slaaf verboden.

Ook deze slaven vormden weldra een belangrijke groep in en rond Kaapstad. Met de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Hottentotten en de Bosjesmannen, hadden de Hollanders het op een akkoordje gegooid.

Zij leverden vee en moesten volgens de VOC-regels goed behandeld worden. Op papier was dat makkelijker gezegd dan in de praktijk gedaan. Vooral toen de veestapel terugliep werden zij min of meer gedwongen in dienst te treden van de Hollanders. En zo kon het gebeuren dat zij door hun huidskleur en door het werk dat zij deden al snel door de kolonisten min of meer gelijk gesteld werden met de slaven.

Dus, alhoewel ze officieel vrij waren werden ze min of meer behandeld als slaven. De nederzetting aan de Kaap werd al snel te groot om van de Compagniestuin alleen te kunnen leven, vandaar dat Jan van Riebeeck toestemming vroeg aan de VOC om grond uit te geven aan Vrijburgers. De VOC was in eerste instantie fel tegen. Zij wilde helemaal geen kolonie. Toch kreeg Van Riebeeck uiteindelijk toestemming en 9 vrijburgers begonnen een boerenbedrijf ten noorden van Kaapstad.

Zij noemden zich vol trots: Er waren nu dus ook al twee groepen blanken, de VOC-dienaren, in feite ambtenaren, en de vrijburgers. Onder het bewind van de latere gouverneur Van der Stel kwamen die vrijburgers zelfs in opstand, louter en alleen om het feit dat de gouverneur en zijn ambtenaren zich steeds meer verrijkten en elkaar de beste stukken grond toebedeelden.

De belangrijkste voorman van de Vrijburgers was een zekere Adam Tas. Hij stelde een klaagschrift op dat door veel van zijn medestanders werd ondertekend.

Helaas werd zijn klaagschrift onderschept door de gouverneur en verdween Adam Tas voor meer dan een jaar in "het zwarte gat", een gevangenis binnen kasteel De Goede Hoop. Een kopie van het klaagschrift werd echter naar Holland gesmokkeld.

De Heren 17 konden uiteindelijk niets anders: Het verhaal van Zuid Afrika is vooral het verhaal van de vrijburgers en de kolonisten die vanuit het bruggenhoofd aan de Kaap met heel hun hebben en houden en hun ossenwagens steeds verder opdrongen in die onmetelijke, eenzame ruimte erachter.

Zij streken overal neer, ver van de bewoonde wereld. Eén gezin op soms wel meer dan 10 km2. Vrij vaak hadden deze kolonisten een Hollandse vrouw bij zich, vandaar dat vermengingen met slavinnen op het platteland veel minder voorkwam dan in Kaapstad.

Ook bleven zij, door hun geïsoleerdheid, veel sterker vasthouden aan hun religie, hun tradities en hun manier van leven. In de eeuwen daarna verspreidden die Voortrekkers zich als een olievlek naar het noorden en het oosten.

Het was een koppig en eigenzinnig ras van Afrikaners dat voor geen hindernis uit de weg ging. De Zoeloes waren zo'n hindernis.

De verschrikkelijke slag aan de Bloedrivier was het gevolg. Er is heel wat strijd geleverd voordat de Voortrekkers met wankele verdragen vrede met de Zoeloes konden sluiten. Maar veel vaker gebeurde het dat de Zoeloes verjaagd werden en wegtrokken naar andere gebieden. Rond ging in het verre Kaapstad het gezag van de Hollanders over in Engelse handen.

Voor de Voortrekkers een signaal om weer ten strijde te trekken. Zij riepen hun eigen republieken uit, Transvaal en Oranje Vrijstaat, tot ze uiteindelijk zwichtten voor de Engelse overmacht.

De herberg aan de Kaap is uitgegroeid tot een machtig hotel voor miljoenen gasten van alle kleuren en rassen, waarvan het grootste deel echter nooit verder komt dan de achterdeur. Onbedoeld heeft de VOC de kiem gelegd voor de Apartheid. De Hollanders maakten al onderscheid tussen ambtenaren en Vrijburgers, tussen vrijen en on-vrijen, tussen blanken, kleurlingen en zwarten.

In werden er in Zuid-Afrika verkiezingen gehouden en dat betekende dat wat in eeuwen geleidelijk was ontstaan in een wet werd vastgelegd, "de Apartheid". Een term die in alle talen wordt verstaan. Van Koopman tot Kolonist Indonesië Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen De Banda eilanden zijn een paar heel kleine eilandjes, gelegen rond een vulkaan, de Gunung Api Vuurberg , waar door de enorme vochtigheid van de lucht en de vruchtbare bodemgesteldheid de nootmuskaat uitstekend gedijt.

Rond lukte het Jan Pieterszoon Coen door bloedig ingrijpen de Banda eilanden te onderwerpen aan het gezag van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Zodoende kwam ook de nootmuskaat, een van de allerduurste specerijen ter wereld, terecht onder het monopolie van de Nederlanders. Het eiland werd ingedeeld in perken en Hollanders werden aangesteld als perkenier. Het werk werd gedaan door ingevoerde slaven: Toch was de positie van de Hollanders in "de Gordel van Smaragd " rond nog zeer wankel.

Belangrijke steden en gebieden waren òf nog in Portugese handen òf dreven zelf handel met andere naties zoals de Engelsen en de Fransen.



Sexopstrand geile grieten