Geile seks films club jacqueline loon op zand

Een vliegtuig, maar dan ondergronds en met een buis errond. Voor studenten van de TU Delft is de hyp Seksverslaafden kijken dwangmatig porno, masturberen tegen heug en meug, en zien in elke bedpartner Ze ogen stoer, vloeken veel en schieten raak, maar eigenlijk zijn de jongens van het hiphopcollectie Wat is het verband tussen de terreur van IS en een Nigeriaanse prostituee die wordt uitgebuit in Bru Lees de volledige krant digitaal.

De jarige actrice geeft zichzelf bloot, letterlijk en figuurlijk. Zij is op dat moment een wereldberoemd actrice, hij een volstrekt onbekende Belgische regisseur.

Toch geeft hij haar het Toch geeft hij haar het mede door Hugo Claus geschreven script van Mascara. Of ze niet geïnteresseerd is in de rol van Gaby Hart, de zuster van commissaris Sanders? Ze leest het pak papier en zegt ja als Conrad bereid blijkt om zich aan haar agenda aan te passen en de opname uitstelt.

Ze voelt sympathie voor hem, en het verhaal over de notabelen die zich in een mondaine badplaats uitleven, ,,blijft haar bezig houden'', zoals ze later aan verbaasde journalisten uitlegt.

Rampling volgt als actrice altijd haar instinct. Het hoogste salaris en de meest ambitieuze Hollywood-projecten -- altijd gemeten in budget -- interesseren haar niet. Opmerkelijke rollen, opmerkelijke regisseurs, dat telt.

Alles wat ik nodig heb, is kwaliteit'', zegt ze na de draaidagen in Oostende. Ook gereputeerde namen maken weleens vergissingen, en hun mislukkingen zijn vaak de ergste. Het zijn niet meer de grote namen als Woody Allen Stardust memories , en Sidney Lumet The verdict , die haar vragen voor prominente hoofdrollen. Ze is meer te zien in onbeduidende tv-films dan in de bioscoop.

En de schaarse rolprenten die wel in roulatie komen, zoals The wings of a dove , trekken bijna geen toeschouwers. Voor filmliefhebbers onder de dertig is Rampling een vergane glorie, een verbleekte ster uit het verleden. Een naam op de hoezen van smoezelige videobanden die niemand nog huurt.

Haar instinct voor fascinerende rollen, hoe ongewis ook, redt haar van een anonieme ondergang. De onbekende is dit keer de talentvolle Franse regisseur François Ozon. Hij heeft geen geld. En ook geen uitzicht op financiering. Hij heeft nauwelijks meer dan een idee voor een film, maar hij wil die met haar maken. Hij wil de schoonheid van rimpels filmen, vertelt hij haar met zijn vriendelijkste glimlach. De schoonheid van ouderdom, zonder make-up geacteerd, zonder filter geschoten.

Rampling zal 95 minuten onafgebroken in beeld zijn. Ze hoeft alleen maar toe te happen. Het wordt geen gemakkelijke productie. Het geld dat Ozon nergens kon vinden, komt ook niet uit de lucht vallen zodra hij kan schermen met de naam van Rampling. Hij neemt een gok: Het laatste restje krediet van Rampling en het eerste, voorzichtig opgebouwde krediet van hemzelf, halen uiteindelijk voldoende productiebedrijven over de streep.

Uit Duitsland, Japan en Italië. Een halfjaar later kunnen ze de film voltooien. Het resultaat is Sous le sable , dat onmiddellijk wordt herkend als een meesterwerk. Het toont het verdriet van Marie Drillon. Haar man verdwijnt tijdens een dagje uit aan het strand. Zomaar, zonder een spoor achter te laten. Niemand die kan zeggen of hij is verdronken of weggelopen. Met haar dubbelzinnige blik en een stem die op hetzelfde moment alles en niets verraadt, weet alleen Rampling alle conflicterende en verwarrende emoties over te brengen.

De vanzelfsprekendheid waarmee ze uit de kleren gaat, is even overtuigend als toen ze doorbrak met Il portiere di notte. Haar aanwezigheid schroeit van het doek. De glansrol zet Rampling terug in het centrum van de aandacht. Vele mensen zien haar weer eens. Nieuwe filmliefhebbers ontdekken haar, en ze fluiten de jury op het filmfestival van San Sebastián uit als Sous le sable niet alle prijzen wint. Nog geen jaar later krijgt ze een ere-César voor haar hele oeuvre.

En, het belangrijkste, ook regisseurs weten haar weer te vinden. In dit nog altijd prille decennium gaf ze al meer intrigerende vrouwen gestalte dan in de hele jaren De Internet Movie Database geeft maar liefst vijf titels, in verschillende fases van productie, waaraan Rampling meedoet. Dat juist Sous le sable voor een ommekeer zorgde, is geen toeval.

De rol van Marie Drillon is de rol van Ramplings leven. Voor het eerst gaf ze artistiek uiting aan het grootste verdriet uit haar leven. De rouw om de echtgenoot in de film is de rouw om haar oudere zuster in het echte leven. Sarah Rampling was 23 toen ze in overleed aan een hersenbloeding. Zij was Charlottes soulmate , ,,ongeveer de enige vriend die ik had.

Samen zongen ze als The Rampling Sisters Franse chansons in donkere nachtclubs. Tot hun vader, een strenge kolonel bij de Navo, daar een eind aan maakte.

De jonge Charlotte ° 5 februari had tot dan een onbezonnen, losgeslagen leven geleid. Het swinging London van de jaren was de ideale plek om te rebelleren tegen de vader voor wie ze nooit iets goed kon doen. Ze vroeg op haar vijftiende aan een vriend van haar vader of hij met haar naar bed wilde. Ze werd drie keer zwanger, en elke keer onderging ze een abortus.

De volgende dag stond ik alweer te tennissen. Charlotte Rampling leed aan anorexia en was vreselijk in de war. Ze vluchtte naar ashrams in India en reisde enkele maanden met zigeuners door Afghanistan. Later kwam ze terecht in een boeddhistisch klooster in Eskdalemuir, in Schotland.

De ,,geile'' Tibetaanse monniken die uit China waren ontsnapt, bevroren er van de kou. Ze bleef net zo lang tot de kalme en zwijgzame atmosfeer haar tot rust had gebracht. Ook als actrice veranderde ze voorgoed. Na haar ontdekking in een reclamespot speelde ze een slanke, goed gebouwde en bleke brunette in The knack Ze leek voorbestemd voor een carrière als archetypische schoonheid-met-hoge-jukbeenderen tot ze zou verwelken en zou worden vervangen door de volgende inwisselbare schoonheid.

Maar ze koos een ander pad. Ze kon geen entertainment meer maken. Ik kon geen lol meer hebben. Ze beklaagt zich over de leegheid en de nep van de entertainment-industrie. Ook de toen al sterke marketingmachine, gericht op de sterrencultus, wijst ze af. Het leidt er alleen maar toe dat acteurs de verhalen gaan geloven die over hen worden verteld -- en zo hun eigen talenten verwoesten. Ik werk niet met iemand voor wie ik geen sympathie heb en wiens ideeën tegengesteld zijn aan de mijne.

Ik wil regisseurs die me uit mijn eigen mysterie halen en me van het gebaande pad halen'', wees ze onlangs als constante in haar rollen aan. Maar wie is Chanel anders dan Chanel? En zie je me al in de rol van Jackie Onassis? Ik kreeg nochtans de kans om Jackie Onassis te spelen.

Dat is toch pure waanzin? De films die, met haar aanlokkelijke hoofd op het affiche, van de lopende band rolden, vindt ze de minste uit haar oeuvre. Begrijp het niet verkeerd. Ze heeft niets tegen films die de hypocrisie van het leven bedekken met aangename muziek, aangename acteurs en aangename verhaaltjes.

Maar het zijn niet de films die zij kan maken. Als ze de keus heeft tussen twee rollen, dan duikt ze altijd op de mooie en gevaarlijke. Ook een keer zelf georganiseerd, in de tijd met mijn eerste vriendin. Over het spel zelf zou ik nog veel kunnen schrijven en ik ben er veel mee bezig geweest.

Een sterk punt van mij was om tijdens het spelen niet de spellen te analyseren en een discussie met je partner aan te gaan over begane fouten.

Dat is niet bevorderlijk voor de spellen die nog komen. En ook dat leverde extra punten op. Vele echtparen maakten liever tijdens het spelen al veel ruzie. En na de bridgeavond met andere, bevriende jonge bridgers geregeld doorzakken in de Pijpenla, het nachtcafé vlak naast de sociëteit.

En dan de volgende morgen brak weer aan het werk. Ook mijn zus Hélène, mijn jonge tante Diana en later ook nog mijn moeder heb ik aan het bridgen en de club geholpen. Diana vond daar later haar man met wie ze later zou trouwen, Jan Overwater, hij speelde met zijn vriend Casper Smits.

Maar ik vond het een te klein en benauwd wereldje en had wel mijn hoogtepunten bereikt binnen de club. Ik zou naar een betere club moeten gaan en dan nog serieuzer gaan trainen en studeren. Maar daar had ik geen enkele zin in en op een dag ergens in ben ik met Overtricks en het bridgen gestopt.

Het echte leven lonkte met veel aantrekkingskracht. Een Haagse culturele instelling en vertoningsplek voor kunstvideo's, documentaires, installaties en avantgarde-muziek. Ze hadden een bescheiden zaal met een beamer, mm-projectie en een podium. En het was ook een café. Praten met mensen, dingen doen en aan de bar hangen. Tom was de directeur en daar had ik direct een goed contact mee.

Later werden we enige tijd goed bevriend. Gingen we samen squashen en daarna lunchen in de kokschool in het Bezuidenhout. Hij was ook een enorme womanizer en om de haverklap een nieuwe vriendin, vaak een buitenlandse.

Als ik met Tom op stap ging zei hij altijd: Aardige kerel en met veel humor. Op een gegeven moment heeft hij zelf een enorme kabelschakelstellage gebouwd om alle monitorpunten in het gebouw met elkaar te verbinden. Maar het werd een chaos aan kabels met onduidelijke labels. Ik noemde het de Leotron. Vaste gasten waren ook de boek vormgever Ludo en zijn vrouw Grietje die een modezaak had in de Molenstraat, ik geloof alleen zwarte kleding.

Ik denk ook aan Adelbert, ook vormgever. Op een gegeven moment hing er van de Kijkhuisvrijwilliger Hennie een affiche in de stad.

Zijn portret groot in zwart-wit en de tekst erbij luidde ongeveer: Kom donderdag naar het Kijkhuis voor de saaiste man van de wereld. En dan zijn naam ergens. Even enorme heisa en veel verdachten in Kijkhuiskring. Later bleek het om een grap van onbekende huisgenoten van Hennie te gaan. Er was ook nog de boekhouder Auke, annex fotograaf.

Die exposeerde een keer in het Kijkhuis, daar waren wel vaker foto- of video-exposities. Achter de bar stonden Wilma en Ank. Later ging die laatste relatie na lange tijd voorbij. Wilma en Ank waren ook altijd bezig met bloemen en bloemschikken.

De zus van Ank, Dien, ging later voor de films van Peter Greenaway werken voor de kleding. Maar de bar in het Kijkhuis liep voor geen meter; buitenstaanders vonden het café niks, te veel insidegebeuren. Dat was waar, maar ik trok me er weinig van aan. En hier leerde ik mijn eerste twee nieuwe vrienden kennen. Maarten die schoonmaakte en vrijwilliger was en zijn beste vriend Marc.

Hij werd later ook vrijwilliger. Maarten en Marc kenden elkaar al lang en ik kwam daar als derde persoon aanhangen. Maarten studeerde toen nog geschiedenis en Marc werkte als boekbinder op het Rijksarchief. We waren alle drie even oud en waren alle drie tweelingen.

En we hadden alle drie vaders die aan de alcohol waren, net als wij. Maarten zat altijd goed in de losse contacten met vrouwen en Marc had al jaren een vaste vriendin, Linda.

Die leerde ik ook goed kennen omdat ze aan de overkant van mij woonde op de Ieplaan, in het mooie kraakpand. Linda was een beeldschone slimme meid, wilde verder in de journalistiek. Ik kwam ook wel eens alleen bij haar op de thee en ze knipte ook wel mijn haren. Overigens net als mijn tante Diana dat wel eens deed.

Linda haar beste vriendin was Daphne en ook die leerde ik kennen. Veel mee gelachen en geouwehoerd. Het waren een soort van echte vriendinnen, zonder bedoelingen.

Ik leerde ook de andere mensen uit Linda haar pand kennen, Harm de ex-drummer van de Mo met zijn geluidsstudio in de kelder, Hans de fotograaf, Pieter en Maarten, de eigenaar van de Nastasta. Daphne ging lange tijd met Harm, maar ze werd slecht behandeld en ging uiteindelijk bij hem weg. Later is ze de Kunstacademie gaan doen. Ik herinner me ook nog een bijzonder verjaardagsfeestje bij Linda. Met alle aanwezigen hebben we 's nachts in een kring elkaars hand vastgehouden en een rituele, sentimentele dans uitgevoerd op Shine on You crazy Diamond van Pink Floyd.

In de eerste maanden bij het Kijkhuis ben ik een keer stomdronken geworden. Puur uit vrolijkheid en niet naar huis willen. Toen de zaak diep in de nacht sloot kon ik niet meer naar huis. Het Kijkhuis werd afgesloten en ik bleef en ging slapen op een paar stoeltjes in de achterzaal. De volgende morgen word ik wakker gemaakt door Wilma. Die had in een spoor mijn schoenen en broek gevonden toen ze aan het werk wilde.

Ze was totaal verrast. Ik stond op en voelde me kiplekker en op en top, over de top. Ik was voor het eerst dronken geworden vanuit pure vrolijkheid en niet uit ellende. Het voelde als een doorbraakmoment, ondanks de drank. Wilma hielp me verder op de been met een ontbijtje en een sapje.

Daarna een dubbele cappuccino. Wilma kende ik overigens van de Puchposter uit begin jaren zeventig. Zit een blond meisje op een Puch, had ik in mijn kamer hangen. En dat meisje was Wilma. Dat heeft me altijd getroffen. Met Marc en Maarten ook veel op stap, ieder weekend en ook door de week. Uit eten, café's, de nachtdisco. En snacken 's nachts bij Hugo Snackcar. En er waren vaak ook andere mensen van het Kijkhuis bij, zoals Jan en Anja.

Jan was een vriend van Tom en architect, hij vormde met Anja een hecht stel. Anja was zelfstandig etaleuse voor modezaken. Ook deed ze de inrichting voor het Kijkhuis en het Videofestival.

Ik heb ze goed leren kennen. Er zat een heel kringetje omheen met ook veel losse figuren die soms opdoken. Legendarisch in kleine kring waren de World Wide Video Festivals die het Kijkhuis ieder jaar organiseerde.

Weinig publiek, maar wel veel buitenlandse makers die werden uitgenodigd. Waanzinnig hectische dagen en lange nazitten aan de bar. Ik introduceer Lester bij het Kijkhuis en hij wordt portier bij het festival. Maarten, Marc, Chris en ik doen de techniek van het starten van de video's, verspreid over de diverse locaties.

Ook de weken die eraan vooraf gingen waren druk en levendig. Bijvoorbeeld de catalogus die op tijd af moest zijn, altijd over de deadline heen. Allerlei mensen die van 's ochtends tot 's nachts aan het werk waren. Met de nodige fricties af en toe. Ook Erik werkte voor het Kijkhuis, later zou hij ook voor het Filmhuis gaan werken. Ik heb ook nog met Lester later samen video's gestart vanuit de controleroom.

Van een festival herinner ik me ook de komst en het verblijf van de Duitse cultacteur Udo Kier. Een homo die met zijn dronken kop zijn liefde voor Lester bekende die toen portierde.

Over Lester zei hij steeds: He's just the doorman. Een andere kwoot van Udo was: Dann treffen wir uns im Buldog. Ik heb hem toen nog een keer 's nachts overeind geholpen toen hij op de grond ging liggen voor de Nieuwe kerk.

Hij kon niet meer overeind komen zo lam. Hij had ook geen cent bij zich, alles moest het Kijkhuis of anderen betalen. En zo raakte je met allerlei internationale mensen, mannen en vrouwen in contact. Ik heb ook nog de videokunstenaar Servaas geholpen bij het inrichten van een installatie.

Later nog bij hem thuis geweest in Hoorn. Ging zijn dochtertje op mijn schoot zitten. Nog een visje gegeten in de haven. Maar tien dagen later krijg ik opeens allemaal blaasjes op mijn buik en gezicht.

Ik denk aan een soa of erger. Naar de dokter en die begint te lachen. Ik heb de waterpokken gekregen. Normaal krijg je dat als kind, komt bij volwassenen zelden voor. Later bleek uit een intentingsboekje bij mijn ouders dat ik inderdaad de waterpokken niet had gehad. Maar in ieder geval wel tien dagen ziekjes binnen moeten zitten. Maar waar zou ik nu door besmet zijn geraakt?

Ik dacht toen na mijn herstel dat het mijn laatste kinderziekte was en dat ik nu echt volwassen was geworden. Was dat maar waar. Het Kijkhuis organiseerde ook een paar maal tv-avonden rondom het werk van Wim T. Schippers en Koot en Bie. Een maal op zo'n avond aan de bar gestaan met Harry Touw, alias Fred Hachee.

Omringd door alleen maar nostalgische mannen. Jaren later zou ik een interview met Harry Touw doen voor Doen. Maar hij krijgt kanker en heeft nog maar kort te leven. Toen dacht ik nog, een reden te meer om hem op te zoeken. Maar ik kreeg hem aan de telefoon en de man was totaal gebroken en niet in staat tot een interview. Ik heb het daar toen bij gelaten. Ik ben altijd een liefhebber geweest van Haagse humor.

Het Kijkhuis werkte ook een keer mee aan een grote tentoonstelling van videokunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Ik heb daar ook geholpen. Ik was ook op de besloten opening aanwezig waar zo'n honderd genodigden aan tafeltjes een uitgebreide Indische rijsttafel kregen geserveerd. Ik zat naast de theaterontwerper en operaregisseur Bob Wilson. Aan een tafeltje achter mij zat Brian Eno. Bob Wilson kende ik al van een enscenering van Philip Glass zijn opera Einstein on the Beach, gezien in het Circustheater op Scheveningen.

Op het einde kwam Philip Glass nog het toneel op. Ik was toen diep onder de indruk van zijn muziek. Later zou die belangstelling volledig verdwijnen. Laurie Anderson versus Madonna.

Maarten was schoonmaker en had de sleutels van het Kijkhuis. Een paar uitzonderlijke keren 's nachts nog met Maarten en Marc naar binnen gegaan. Dan namen we de zogenaamde Bomba. Een flesje Brandtbier upje en daarnaast een tequila. Een keer legendarische nachtbroodjes in de oven gemaakt met warme paté en druipende camembert. We haalden ook jointjes in de Dizzy Duck in het Zeeheldenkwartier. Het waren de eersete keren dat ik blowde. Veel gekkigheid die nergens over ging. Marc, Maarten en ik zijn nog eens in een taxi naar onze huizen gebracht.

Maarten zou als eerste uitstappen, maar kon dat niet. Laat de meter maar doorlopen, zei hij en bleef minstens vijf minuten in de taxi zitten om bij te komen. Schieten me ineens nog twee festivalgenodigden te binnen. Tony Ousler en Cindy Klein. En Albert als creatief mede-directeur en programmeur. En zijn latere vrouw Gerda. Ze waren altijd in de stemming voor een laatste drankje en gesprekje.

Albert stond op de festivals 's avonds altijd op dezelfde plek. Daar stond hij om bekend. Het jaar daarop komt er een Franse videokunstenares 's middags weer het Kijkhuis inlopen. Het laatste moment van toen ze weg ging was Albert aan de bar. En verdomd, ze komt een jaar later weer binnen en staat Albert daar met een calvados nog steeds, op precies dezelfde plek aan de bar. En Dino die nog serieus heeft geflikflooid met een dame in de kelder.

Willem de Ridder zou een sm-performance geven in het Kijkhuis. Het was verwant aan de gewelddadige, erotische salons van de Amerikaanse Annie Sprinkle.

Ik had daar wel video's van gezien: De performance in het Kijkhuis bestond uit een band die continu muziek maakte en met Willem op keyboard. Dan liep er nog een cameraman rond Jan van Meatball die alles live opnam en waarvan je de beelden direct op monitoren voor het podium kon zien. De hoofdact bestond uit sm-sessies met een meesteres en een aantal slaven.

Zwepen en ook gewichten. Willem de Ridder had carte blanche gekregen en niemand wist wat er van te voren ging gebeuren. De kleine zaal zat vol. Ik was er met Liesbeth, Marc en Linda. Al snel liepen mensen weg. En na een half uur zat er nog een man of tien. Ik vond het niet aangenaam om naar te kijken, maar wilde toch blijven zitten. Ook kon je je fixeren op de monitoren en dan was het niet echt, maar tv en makkelijker verdraagbaar.

Toch zijn Liesbeth en ik net niet tot het einde gebleven en verlieten de zaal. Marc en Linda bleven zitten. Veel nagepraat, ook met Willem en met de sm-ers die meededen. Ze waren ingehuurd van de bekende Haagse sm-salon Domo. Nog nooit zoiets meegemaakt.

En als het Kijkhuis dicht ging, dan gingen we door naar de Pijpela. Een nachtcafé op het Noordeinde. Kwam ik al op woensdagnacht na de bridgeclub. Maar met het Kijkhuis gingen we dan met een heel clubje. Cees benoemde zich dan wel tot de reisleider. Eindigden we in de Schele Indiaan. En Gradje met zijn vriendin. Gradje zei altijd als we naar een nachtkroeg zochten: En dan gaan we zo, dan gaan we zo en dan gaan we zo, en dan zijn we thuis.

Mensen die er ook bij hoorden, Rolf met zijn vriendin Thea en de kleine Gerrit die zelf de videokunst in ging en later een relatie kreeg met de veel grotere en struise Jaqueline. Er hing ook een jonge vrouw bij die overal opdook. Ik kon niet met haar overweg, maar Dino weer wel. Haags Filmhuis Naast mijn halve baan op kantoor en het vrijwilligerswerk in het Kijkhuis had ik nog volop tijd over. Ik ben toen het Filmhuis aan de Denneweg binnengestapt en gevraagd of ze nog vrijwilligers konden gebruiken.

De eerste directrice, Dorine, was net weg en werd opgevolgd door het producentenduo Kees en Denis. En ik kon gelijk aan de slag als leerling-operateur.

De nieuwe directie programmeerde iedere dag een klassieker in de cinematheek en er werden meer dingen georganiseerd. Ik denk nu aan de festivals rondom Audrey Hepburn en Jeanne Moreau. Beiden waren ook aanwezig. Het waren de hoogtijdagen dat het Filmhuis het grootste filmhuis van Nederland was.

Ook werden er vanuit het Filmhuis films geproduceerd. Het was in die jaren een levendige bijenkorf met veel mensen die met film bezig waren. En wij die aan het kantoor waren verbonden vormden een kleine, hechte familie: We zagen elkaar dagelijks en aten ook vaak in het Filmhuis of gingen eten bij toko Frederik.

Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Maar ik wilde meer dan alleen projecteren en ondernam eigen initiatieven. Ook was ik een voortrekker rondom de automatisering en verleende ik hand- en spandiensten voor de administratie.

Later werd ik betrokken bij de vrienden van het Filmhuis. Ik organiseerde mede tientallen zondagmiddagprogramma's. Ik inviteerde voor een programma allerlei Haagse filmmakers die ik had leren kennen. Ook heb ik met Nico de piano voor het Filmhuis gekocht. Daar werden zwijgende films mee begeleid door een paar bekwame, jonge pianisten.

Van Nico kwam het idee om een Haagse filmprijs in te stellen ter gelegenheid van de toen gehouden Haagse Salon in Pulchri. Er kwam een eenmalige uitreiking van de Willy Mullensprijs die gewonnen werd door Heimrich Faassen voor een video-installatie. Verder deden vrijwel alle Haagse film- en videomakers mee. Van Nico Bunnik tot Paul Driessen. De fraaie oorkonde en koker was gemaakt door Marc.

In de jury zaten in ieder geval Lilly en Gert. De eerste voorzitter was Sjoerd, later Nico en daarna Erik. Ik herinner me nog een mooie zondagmiddag en de vrienden het filmpaar Jaques Demie en Agnes Varda hadden uitgenodigd. Ik was van beiden hun -tegengestelde- werk bijzonder enthousiast.

Het werd een genoegelijke middag en ontmoeting. Met weemoed denk ik terug aan al die bar- en kassameisjes, aan al die uren voor de bar, vooral als Willy er achter stond. Hij bracht weer zijn eigen mensen mee. En altijd lekkere muziek.

Willy zorgde ook voor de legendarische Filmhuisfeestjes die een tijd lang iedere maand werden georganiseerd. Ook werd er ieder jaar een gezellig personeelsuitje georganiseerd, zoals een keer naar Tim Burton's Batman en een nazit in de Cocktail Lounge in het Zeeheldenkwartier, georganiseerd door Eljo. Ik denk verder nog aan Barbara met haar noorderlijke accent, Willemien, Els, Irmgard, Domenique, Guido de brombeer die later ging met het zusje van Carlie, Ingrid , Jan de wiskunde-operateur, inval-operateur Theo, de lekkere Nicolette, Jannah en haar moeder Liesbeth, Tom met wie ik het cryptogram van zaterdag uit de Volkskrant en NRC wel mee deed en ging later met Angelique en nog zo veel anderen.

Zoals Marcel, de vrijwilliger in de bibliotheek Kees, de barman en conservatoriumstudent. En ook de fotograaf Lars, die wilde ik vragen voor de hoofdrol in mijn drama-video. Maar in de periode van opnamen zat hij voor lange tijd in het buitenland. Toen moest ik de rol spelen. Natuurlijk de charmante Zizi met Italiaanse invloeden.

De Vlaamse operateur Eric die contrabassist was, de aantrekkelijke Willemien. Beiden beginnend fotografen en een stel. Hans achter de bar en Annemarie achter de kassa. Hij met bril, zij klein. En dan waren er nog twee Karinnen, de ene wilde in de publiciteit werken en de andere was net van de fotovakschool, de laatste Karin was een bekende van Edo en Marco.

En Maarten heeft ook nog een tijdje achter de bar gestaan. Hij had toen een korte, onzichtbare relatie met Carlie. Later stond ook Wilma van het Kijkhuis achter de kassa, vanwege haar relatie met Rien die Kees en Denis was opgevolgd als directeur van het Filmhuis.

Herinner me nu ook nog André, was een soort van stagiair of iets, was wat ouder dan ik en manusje van alles. Een bijzondere herinnering is Tjitske, een heel mooie jonge vrouw die zwanger werd en nog mooier.

Niet van mij, nooit iets mee gehad. En Anniek, die was net van de filmacademie af. Had een korte Sinterklaasfilm gemaakt. Die werd later uitgezonden op tv. Ik heb er voor gezorgd dat de film ook minstens een week in het Filmhuis heeft gedraaid als voorprogramma. En Kees-barman kreeg wat met Anniek of andersom.

En dan was er nog het leuke zusje van Denis dat Nederlands studeerde. Monica, ze werd kassameisje. Veel mee gepraat en geflirt. En dan waren er ook de onbekende liefdeslevens van Kees Dorine en Eveline en later de bedrijfsleidster van Schlemmer en Denis in ieder geval kort Eljo , die later trouwde met de mooie en elegante Simone.

Ik kon goed samenwerken met Denis. En in zijn slipstream zaten er voor korte of langere tijd allerlei productiemensen in het Filmhuis, vanwege de productiemaatschappij AllArts van Kees en Denis.

Maar ik bemoeide me alleen met het Filmhuis en de familie die we daar met elkaar vormden. Toch was die synergie het succes van het Filmhuis. Veel namen, veel mensen en dan ben ik er nog een aantal vergeten. Zoals dat schonkige jonge meisje dat achter de kassa stond, heel meisjesachtig.

En heete dat dikke meisje niet Lisa? En de boekhouder achter de Sperry, de computer die ik later thuis kreeg als mijn eerste eigen computer. Later nam Hans met zijn vrouw en bedrijfje de boekhouding van het Filmnhuis over.

En dan nog twee gezichten zonder namen; een jong meisje, vrouw met kort haar, niet uit Den Haag afkomstig, kassameisje. Net als -ik noem haar maar zo- Nathalie, een dame van Franse afkomst, ook achter de kassa. Later had ze wat met Erik, heette ze niet Tina? Erik woonde tot hoge leeftijd nog bij zijn ouders. De bloedmooie dochter van Paul Driessen, de boze buurman Jan die op een feestje in het Filmhuis voor mijn neus met zijn dronken kop honderd gestapelde bierglazen van de bar afschuift.

Een jarenlange vete over geluidsoverlast. Politie erbij, heibel en mee naar het bureau. Maar dat was een van de schaarse onaardige figuren in het leven. Net als de exhibitionist die regelmatig in een te kort sportbroekje urenlang op de bank in de foyer kwam zitten op een kopje koffie.

En dan ineens trok hij zijn broek naar beneden voor een kassameisje als er verder niemand bij was En dan de vaste bezoekers. De oude vrouw die met de bus kwam, de Pakistaanse heer, alleen, maar met een hele familie thuis, filmverslaafd. De leveranciers en de buren van de Resident, of de Kunstkring Er gebeurde van alles, iedereen was bezig, met werk of met de liefde.

Een hilarische anekdote vond ik het verhaal van Carlie die net van haar vriend Piet af was en die achter de bar stond. Piet kon zich soms niet bedwingen en dan kocht hij impulsief computerspullen. Zonder dat te overleggen. En als Carlie dan thuiskwam dan stond Piet te stofzuigen en dan wist ze al hoe laat het was: Piet had weer wat onverantwoordelijks gedaan. We noemden dat verschijnsel 'de schuldzuiver', een begrip dat wel vaker van toepassing bleek op al die relaties die je om je heen zag.

Later werd de grote liefde van Carlie, Guus. Een aardige vent en vormgever. Hij had nog eens het idee om een video steeds door te geven en dat de ontvanger dan een kopie zou maken en die weer doorgaf. Uiteindelijk zou er een kopie ontstaan van slechte kwaliteit.

Ik zag wel wat in dit soort conceptideeën. Hij was ook betrokken bij theater Zeebelt, om de hoek bij het Filmhuis. Ik kwam daar ook wel. Het werd geleid door de wat oudere Joop. Ben nog bij hem thuis geweest om over de jaren zestig te praten. Hij was mede-oprichter geweest van Oor en had alle jaargangen mooi ingebonden. Ook circuleerde rond het Filmhuis een vormgeversduo, Wout en Ben. Wout ging nog een tijdje met de Indische Els. Er was veel mogelijk in het Filmhuis en iedereen kon zich daar ontplooien.

Ik had daar verder weinig mee te maken, behalve dan als bezoeker. Ik zat ook helemaal in de nieuwe media. Door het festival met veel dingen kennis gemaakt en veel interessante mensen ontmoet.

Zoals William Gibson, de bedenker van het woord cyberspace. Lester en ik namen hem op een avond nog mee naar de Doubletstraat, het hoerenstraatje dat ook een vorm van virtual reality was.

En dan eerst langs het standbeeld van Spinoza. William Gibson was amazed. En ook de telepresence en virtual reality-pionier Scott Fisher kan ik niet ongenoemd laten. Hij werkte bij de NASA en kwam een paar dagen naar het festival. Een indrukwekkende man en visionair. Jammer alleen dat virtual reality eigenlijk nooit is doorgebroken. Door mijn werk voor het Filmhuis kreeg ik ook ieder jaar een bioscoopkaart. Kon je gratis naar alle Haagse bioscopen en mocht je een introducee meenemen voor half geld.

Heel veel gebruik van gemaakt. Ik herinner me nog het laatste twijfeljaar of ik de kaart wel kon krijgen. Het boterde niet tussen mij en de bedrijfsleidster Ina Annemarie was vertrokken , maar ze kwam me de nieuwe kaart hoogst persoonlijk uitreiken.

Ik hoorde er nog steeds bij. En dus heel veel films gezien, alleen en ook met Lester, in het Filmhuis en in alle andere Haagse bioscopen. Ik hield niet van tv, maar wel van de onderdompeling en concentratie van een donkere zaal, een groot doek en goed geluid. Film was een grote passie. Legendarisch was het afscheidsfeestje in van de Denneweg, de verhuizing naar het Spui. Ik organiseerde het met Erik en met Willy. De stoelen waren al uit zaal 1 en werd de tweede danslokatie, naast de bibliotheek.

Overal was film te zien en de aankleding was verder aangevuld met grote decorstukken uit de films van Peter Greenaway. Ik heb een deel van de party met Edo op video vastgelegd. Er is ook een dvd van die ik nog naar het Filmhuis moet sturen.

Een mooie herinnering en afsluiting van de Denneweg. Mijn favoriete plekje in het Filmhuis was het alkoofje naast de ingang. De wat donkere video kun je op YouTube bekijken: Het was niet een deel van mijn leven, het was toen mijn leven. Een club cineasten en videoten met een werkplaats in de Van Woudenbergstraat. Ze organiseerden later ook avonden in het Paard toen die een eigen kleine filmzaal kreeg. Ik had er verder niks mee te maken, maar kende de meeste mensen wel.

Ik kwam ook op de avonden. In de kring zaten namen als Paul de M. Een maal op de werkplaats geweest vanwege mijn latere docu-drama-video. Ik heb daar toen ook de steen uit De Steen in de vensterbank gezet. De steen had ik eind december in de kou van een gesloopt parkeerterrein naast Artis gevonden en meegenomen.

Was nog een heel gewicht. Misschien staat die steen er nog wel. Een ongelofelijk tentje in vele opzichten. Het was er verschrikkelijk vies en smerig en het herentoilet was het dieptepunt. Het was ook een mannencafé, voor de jonge Haagse rock-'n-rollers. Vrouwen voor en achter de bar waren schaars, maar als ze er waren kregen ze alle aandacht.

Hier ontstond ook een vriendenclub met Marco en Edo later ging hij steady met de wat oudere Ernie, no kids, two cats en de fotograaf Desmondo met zijn vriendin Sandra. Ik heb hen goed leren kennen. Ik kwam ook bij San en Des thuis over de vloer. Desomondo zit nog met een rolletje in de Steen en Sandra ook, alleen beeld.

De stem is van Liesbeth. Maar dat was in En dan waren er nog de broers André en Willem die een rockband vormden onder de naam The Maniac Mulocks met Joachim op keyboard, zijn broer Joshua op bas en Marco op drums, André en Willem gitaar. Altijd ouwehoeren over muziek en de Stones waren hun voorbeelden.

Opvallend was ook dat de GJ vaak na sluitingstijd nog gewoon bleef doorschenken, wel tot vier, vijf uur 's ochtends. Nooit enig probleem met de politie. Soms was de deur al dicht, maar dan tikten we op het raam, werden we binnengelaten en ging de bar gewoon nog een paar uur open.

Wat een tijd daar doorgebracht en verspild. Vooral met Lester en Dino, verspilde tijd, maar wel een fantastische tijd. Een keer ben ik 's nachts uit mijn dak gegaan en heb ik met ontbloot bovenlijf op een zomeravond op een tafel staan dansen.

Jaren erna moest ik dat nog aanhoren. Maar het was allemaal vrolijkheid en geen agressie of problemen. Later ging Willem met de jonge Blanche, een van de weinige vrouwelijke bezoeksters van het tentje. Emma de bouvier en nog een glad monster. Apart toilet en sleutel voor het damestoilet, was ook hard nodig. Wie daar ook wel kwamen en die ik sprak: Adje Lagerwaard en Michel van Rijn. We zaten ook zomers altijd buiten bij de Ganja, de GJ. En dan liep je een stukje door en dan keek je tegen de achterkant van hotel Des Indes, op een balkonnetje bij een achterkamer.

Wij -Lester en Dino- noemden dat het Mussolinibalkonnetje. Als we nog eens geld hadden dan zouden we die kamer afhuren voor een klein bacchanaal en we zouden dan vooral vanaf het balkon over de Denneweg heersen. Het Paard Hoe ik bij het Paard terechtkwam weet ik niet meer precies, mogelijk door een contact met Petra die toen de programmering deed. Ik leerde haar kennen en ging wat computerklusjes op kantoor doen. Ook had ik een goed contact met de directeur, Herbert.

Later ben ik de staf- en bestuursvergaderingen gaan notuleren. Een aardige en ook wel belangrijke rol; ik wist overal van. Een maal zelfs ingesprongen toen tijdens een bestuursvergadering Herbert zijn ontslag aanbood vanwege een terroriserende portier waar het Paard niet vanaf kwam. Ook heb ik nog een goede rol gespeeld toen de gemeente een ton op het Paard wilde bezuinigen.

Met Marianne heb ik een plan op touw gezet om in de gemeenteraad te protesteren. Iemand verzon de slogan: They Shoot Horses Don't They. Ik heb toen een tiental T-shirts ontworpen met daarop het skelet van een paard en de slogan.

Ook schreef ik de speeches van Herbert en een vrijwilligster toen ze tegen de korting in de gemeenteraad hun bezwaren mochten inspreken. Ook was Hans van den Burg er met zijn gitaar en zong een protestliedje.

En het had succes. De bezuiniging werd verlaagd tot Zelf stond ik niet op de loonlijst maar werd betaald met muziek- en computerspullen die ik aanschafte. Verder werkten in het Paard nog Marco bij de techniek, Elsa voor de publiciteit, Martin als manusje-van-alles, Jan de timmerman en later Chris voor de culturele programmering Ik heb ook nog drie grote feesten in het Paard georganiseerd.

Daar schrijf ik nog apart over. Het was een initiatief van Eelco die ik in de Paas had leren kennen. Hij was stenograaf in de Tweede Kamer, maar zijn droom was een eigen uitgeverij. Hij was een dromer en luchtfietser, maar het kwam er uiteindelijk toch van. Ik hielp Eelco met de financiën, automatisering en publiciteit.

De doorbraak kwam toen de SDU de papieren uitgeverij een half miljoen gulden leende. De SDU was net verzelfstandigd en had een grote bruidsschat meegekregen.

En aldus kon de droom beginnen. Kantoortje, een paar mensen in dienst Meta en Joyce voor de beeldredactie, daarnaast Bram als vormgever en adviseur Maar dat alles ging zeer moeizaam.

Vanaf het begin af aan voorzag ik een mislukking. Er kwamen te weinig titels uit. Eigenlijk is er maar één groot boek verschenen, Treindesign, over de ontwerpen van Nederlandse treinen. Zag er prachtig en goed verzorgd uit. Het was voor mij veel tussen Den Haag en Amsterdam reizen, maar ik kon beginnen wanneer ik wilde. Vaak ook 's avonds werken. Dan laat de metro in om de laatste trein te halen. Dan nog in Den Haag ergens een afzakkertje halen.

Op een gegeven moment moesten ze overal mee stoppen en wilde het geld terug. Dat was er nauwelijks meer en AHA Books hield op te bestaan. Net daarvoor was ik al vertrokken, het beviel me totaal niet.

Nog een mooi moment was toen we op een museumbeurs in Den Haag stonden. We gaven twee boeken uit nota bene in samenwerking met de museumacademie waar ik op had gezeten. Het gaf een goed gevoel toen ik de boeken aan mijn ex-docenten kon geven.

Ik was toen wel een beetje -aan de buitenkant- een yuppie in die tijd. Een culturele yuppie, maar zonder geld.

Tijdens die beurs ontmoette ik ook een aantal studenten die toen op de Reinwardt Academie zaten. Een lief en aardig meisje was Annet. Later mee afgesproken en haar nog bezocht op een stage-adres in Antwerpen.

Een kleine, liefdevolle romance. Maar ik was niet op zoek naar een relatie. Korte, bedwelmende, bevrijdende sex. Ik ken mensen die over Eelco een boek kunnen schrijven. En veel geleerd in het uitgeversvak. Operatie luchtbel in boekvorm. Lester Lester leerde ik in kennen, ik was toen twaalf jaar en net verhuisd van Bezuidenhout naar het sjiekere Benoordenhout.

Ik werd toen voor een paar jaar ook min of meer een kakker Later meer progressief en neutraal. Een liberale socialist en rationeel humanist, of humanistisch rationalist. Maar over politiek, religie, en multi-cul gaat mijn verhaal niet. En maar zijdelings over teluhvisie.

Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd. In leerde ik in de straat Joan kennen en werd een goede symfonische-rockvriend. Zijn vier jaar oudere broer was Lester. Leerde ik oppervlakkig kennen. Ook een groot leeftijdsverschil. Bovendien wilde Joan niet dat zijn vrienden contact hadden met Lester. Het was en is altijd water en vuur tussen beiden gebleven.

Maar Lester kon heel goed piano spelen. Hij speelde boogie-woogie, jazz en popnummers van blad. Grote bewondering, vooral voor pianisten. Ik ga mijn eigen weg en sla nieuwe wegen in. Ik kom Lester nog een keer bij toeval tegen.

Begin jaren 80 heb ik iets te vieren met mijn familie en op een zomerse zaterdagavond lopen we over de boulevard op Scheveningen. Stom toevallig zie ik Lester bij een strandtent zitten piano spelen, met de Zomerband. Ik was toen reuze opgewonden en ben met familie naar de strandtent gegaan.

Heb ik Lester in de pauze gesproken. Ik kende toen vrijwel niemand en zeker niet iemand in de muziek Een paar jaar gaan voorbij en ik zit al in het hectische leven van het Kijkhuis en Filmhuis.

Ik kom Lester tegen in het uitgaanscircuit en we ouwehoeren over van alles. We delen een zelfde voorkeur voor muziek en films. Hij vertelt over zijn muziekleven en ik over mijn activiteiten.

Hij is nieuwsgierig naar het Kijkhuis en ik neem hem een paar keer mee. Zo leert hij andere mensen kennen. Hij wordt ook medewerker van het Word Wide Video Festival.

Met mij starten we video's vanuit de controlekamer, het jaar daarop is hij portier en de jaren erna vertaler. Daarna volgt het Filmhuis en worden we bijkans onafscheidelijk. Lester ging altijd gekleed in een fourties-look met hoed op. Pakken met brede revers en two-tone-shoes. Een levende Humphrey Bogart. Hij wilde ook verder in de film, met acteren en regisseren.

Voor acteren schreef hij zich in bij castingbureau Harry Klooster. Later schreef hij het script voor een fim-noirethriller, genaamd Kiss The Dust. Is niks van terechtgekomen, maar hij heeft wel her en der geacteerd. En hij deed hier en daar computerklusjes en niet te vergeten Engelse vertalingen. Na de middelbare school had hij een jaar Engels gestudeerd in Oxford. Altijd een Anglofiel gebleven. Lester was ook een specialist op het gebied van special-effects in de film.

Bij een aflevering van het festival Image and Sound heeft hij er een heel aardig boekje over geschreven en een programma ingevuld. Ook deed hij toen een interview met de special-effects pionier en nestor Ray Harryhoussen.

Lester was een binnenzitter, het liefst altijd achter de pc, maar ook wel het terras. Een paar keer heb ik hem onaangekondigd meegenomen voor een uitstapje naar Scheveningen. Ik herinner me een zomers middagje met een Corona-surfbiertje met een stukje citroen in de hals van de fles op strandtent de Seagul.

Ik zie ons ineens 's avonds laat lopen over het strand op zoek naar een andere strandtent waar een feestje was met veel bekenden. We hadden zes voorgedraaide joints bij ons die we voor de avond met pen hadden genummerd. We begonnen bij number one en eindigden bij de gevreesde number six.

Het heeft heel lang geduurd voor we de strandtent vonden en dat zal wel door number three zijn geweest. Ik herinner me van de avond alleen nog Maarten in zwembroek die spontaan een rare dansact deed met een surfplank. Number six rookten we op de lange terugweg. In die jaren betaalde Lester om principiële redenen geen kijk- en luistergeld. Hij keek niet naar de Nederlandse omroepen en wenste alleen te betalen voor waar hij wel naar keek.

Jarenlange, slepende rechtszaak die Lester bleef doorzetten. Uiteindelijk toch doodgebloed en nog later zijn de kijk- en luistergelden opgenomen in de algemene belastingen.

Ik ben nog bij een rechtszitting geweest, met Lester en Linda. Linda schreef er een stukje over in het Binnenhof. Ik herinner me nog een verjaardag van Lester, aan het begin van de lente. Toen zijn we naar hotel Corona gegaan op het Buitenhof en om te beginnen hebben we daar ieder 's middags een cassis gedronken in de serre.

De rekening heb ik nog in een doos liggen. Ik ging ook wel avonden en nachten alleen op stap. Geen vrienden mee, alleen op zoek naar verhalen en mensen. Ook genieten van de stad. Als ik met Lester aan de zwier ging noemden we dat wel zwerfzuipen. Lijstjes Ik heb wat met lijstjes, maar ook helemaal niks. Ik hou ervan, maar ze laten me vaak ook koud. Waarom hou ik van lijstjes? Hieronder mijn actuele top-5 met beste Beatlenummers.

A day in the life 2. Happiness is a warm gun 3. Love me do 4. I'am the walrus 5. Let it be Lijstjes suggereren een macht en greep op de werkelijkheid.

Het rangschikken en ordenen van gedachten over de wereld: Vooral mannen houden van lijstjes, van lijstjes-lijstjes. Mannen houden niet van boodschappenlijstjes of dingen-nog-te-doen- lijstjes bij een verhuizing.

Mannen gezocht voor oma s natte kut

Alles wat ik nodig heb, is kwaliteit'', zegt ze na de draaidagen in Oostende. Ook gereputeerde namen maken weleens vergissingen, en hun mislukkingen zijn vaak de ergste. Het zijn niet meer de grote namen als Woody Allen Stardust memories , en Sidney Lumet The verdict , die haar vragen voor prominente hoofdrollen. Ze is meer te zien in onbeduidende tv-films dan in de bioscoop. En de schaarse rolprenten die wel in roulatie komen, zoals The wings of a dove , trekken bijna geen toeschouwers.

Voor filmliefhebbers onder de dertig is Rampling een vergane glorie, een verbleekte ster uit het verleden. Een naam op de hoezen van smoezelige videobanden die niemand nog huurt. Haar instinct voor fascinerende rollen, hoe ongewis ook, redt haar van een anonieme ondergang.

De onbekende is dit keer de talentvolle Franse regisseur François Ozon. Hij heeft geen geld. En ook geen uitzicht op financiering. Hij heeft nauwelijks meer dan een idee voor een film, maar hij wil die met haar maken. Hij wil de schoonheid van rimpels filmen, vertelt hij haar met zijn vriendelijkste glimlach.

De schoonheid van ouderdom, zonder make-up geacteerd, zonder filter geschoten. Rampling zal 95 minuten onafgebroken in beeld zijn. Ze hoeft alleen maar toe te happen. Het wordt geen gemakkelijke productie. Het geld dat Ozon nergens kon vinden, komt ook niet uit de lucht vallen zodra hij kan schermen met de naam van Rampling.

Hij neemt een gok: Het laatste restje krediet van Rampling en het eerste, voorzichtig opgebouwde krediet van hemzelf, halen uiteindelijk voldoende productiebedrijven over de streep. Uit Duitsland, Japan en Italië. Een halfjaar later kunnen ze de film voltooien. Het resultaat is Sous le sable , dat onmiddellijk wordt herkend als een meesterwerk. Het toont het verdriet van Marie Drillon. Haar man verdwijnt tijdens een dagje uit aan het strand. Zomaar, zonder een spoor achter te laten.

Niemand die kan zeggen of hij is verdronken of weggelopen. Met haar dubbelzinnige blik en een stem die op hetzelfde moment alles en niets verraadt, weet alleen Rampling alle conflicterende en verwarrende emoties over te brengen.

De vanzelfsprekendheid waarmee ze uit de kleren gaat, is even overtuigend als toen ze doorbrak met Il portiere di notte. Haar aanwezigheid schroeit van het doek. De glansrol zet Rampling terug in het centrum van de aandacht. Vele mensen zien haar weer eens. Nieuwe filmliefhebbers ontdekken haar, en ze fluiten de jury op het filmfestival van San Sebastián uit als Sous le sable niet alle prijzen wint.

Nog geen jaar later krijgt ze een ere-César voor haar hele oeuvre. En, het belangrijkste, ook regisseurs weten haar weer te vinden. In dit nog altijd prille decennium gaf ze al meer intrigerende vrouwen gestalte dan in de hele jaren De Internet Movie Database geeft maar liefst vijf titels, in verschillende fases van productie, waaraan Rampling meedoet. Dat juist Sous le sable voor een ommekeer zorgde, is geen toeval.

De rol van Marie Drillon is de rol van Ramplings leven. Voor het eerst gaf ze artistiek uiting aan het grootste verdriet uit haar leven. De rouw om de echtgenoot in de film is de rouw om haar oudere zuster in het echte leven. Sarah Rampling was 23 toen ze in overleed aan een hersenbloeding. Zij was Charlottes soulmate , ,,ongeveer de enige vriend die ik had. Samen zongen ze als The Rampling Sisters Franse chansons in donkere nachtclubs.

Tot hun vader, een strenge kolonel bij de Navo, daar een eind aan maakte. De jonge Charlotte ° 5 februari had tot dan een onbezonnen, losgeslagen leven geleid.

Het swinging London van de jaren was de ideale plek om te rebelleren tegen de vader voor wie ze nooit iets goed kon doen. Ze vroeg op haar vijftiende aan een vriend van haar vader of hij met haar naar bed wilde.

Ze werd drie keer zwanger, en elke keer onderging ze een abortus. De volgende dag stond ik alweer te tennissen. Charlotte Rampling leed aan anorexia en was vreselijk in de war. Ze vluchtte naar ashrams in India en reisde enkele maanden met zigeuners door Afghanistan. Later kwam ze terecht in een boeddhistisch klooster in Eskdalemuir, in Schotland. De ,,geile'' Tibetaanse monniken die uit China waren ontsnapt, bevroren er van de kou.

Ze bleef net zo lang tot de kalme en zwijgzame atmosfeer haar tot rust had gebracht. Ook als actrice veranderde ze voorgoed. Na haar ontdekking in een reclamespot speelde ze een slanke, goed gebouwde en bleke brunette in The knack Ze leek voorbestemd voor een carrière als archetypische schoonheid-met-hoge-jukbeenderen tot ze zou verwelken en zou worden vervangen door de volgende inwisselbare schoonheid. Maar ze koos een ander pad. Ze kon geen entertainment meer maken. Ik kon geen lol meer hebben.

Ze beklaagt zich over de leegheid en de nep van de entertainment-industrie. Ook de toen al sterke marketingmachine, gericht op de sterrencultus, wijst ze af. Het leidt er alleen maar toe dat acteurs de verhalen gaan geloven die over hen worden verteld -- en zo hun eigen talenten verwoesten. Ik werk niet met iemand voor wie ik geen sympathie heb en wiens ideeën tegengesteld zijn aan de mijne. Ik wil regisseurs die me uit mijn eigen mysterie halen en me van het gebaande pad halen'', wees ze onlangs als constante in haar rollen aan.

Maar wie is Chanel anders dan Chanel? En zie je me al in de rol van Jackie Onassis? Ik kreeg nochtans de kans om Jackie Onassis te spelen. Dat is toch pure waanzin? De films die, met haar aanlokkelijke hoofd op het affiche, van de lopende band rolden, vindt ze de minste uit haar oeuvre. Begrijp het niet verkeerd. Ze heeft niets tegen films die de hypocrisie van het leven bedekken met aangename muziek, aangename acteurs en aangename verhaaltjes. Maar het zijn niet de films die zij kan maken.

Als ze de keus heeft tussen twee rollen, dan duikt ze altijd op de mooie en gevaarlijke. Ook al weet ze dat ze daarvoor diep in haar eigen psyche moet graven. Als het moet tot op de bodem, zoals in Sous le sable. Halverwege de jaren stond Rampling op het toppunt van haar roem.

Haar rol in Il portiere di notte The night porter uit van Liliana Cavani veroorzaakte een schokgolf. Het was een van de grote schandaalfilms in die tijd. Rampling speelt het concentratiekampslachtoffer Lucia Atherton, die twaalf jaar na de oorlog haar vroegere beul ontmoet.

De beul, opnieuw een rol van Dirk Bogarde, werkt als nachtportier in het Weense hotel waar Lucia en haar echtgenoot verblijven. Stap voor stap vallen ze terug in hun sadomasochistische relatie.

De herinneringen aan de martelingen zijn niet alleen bitter. De film werd geschoten in een kil ziekenhuis, dat al vijftien jaar leegstond. De verhouding met Cavani was slecht.

Een harde, ondoorgrondelijke vrouw die haar acteurs nooit helpt met hun rol, maar zich vooral concentreert op het theoretisch traktaat dat de film moet worden, vond Rampling van haar.

Ze steunde op Bogarde, met wie ze een eigen visie op het verhaal van schuld en boete probeerde te drukken. Helemaal lukte dat niet. De eerste jaren na de film bazuinde ze herhaaldelijk rond dat ze na de première zo geschokt waren, dat ze allebei het acteren eraan wilden geven.

Ondanks de schok -- of misschien wel juist daardoor -- werd Rampling door Il portiere di notte een sekssymbool voor de intelligentsia. En als Carlie dan thuiskwam dan stond Piet te stofzuigen en dan wist ze al hoe laat het was: Piet had weer wat onverantwoordelijks gedaan. We noemden dat verschijnsel 'de schuldzuiver', een begrip dat wel vaker van toepassing bleek op al die relaties die je om je heen zag. Later werd de grote liefde van Carlie, Guus.

Een aardige vent en vormgever. Hij had nog eens het idee om een video steeds door te geven en dat de ontvanger dan een kopie zou maken en die weer doorgaf. Uiteindelijk zou er een kopie ontstaan van slechte kwaliteit. Ik zag wel wat in dit soort conceptideeën. Hij was ook betrokken bij theater Zeebelt, om de hoek bij het Filmhuis. Ik kwam daar ook wel. Het werd geleid door de wat oudere Joop. Ben nog bij hem thuis geweest om over de jaren zestig te praten. Hij was mede-oprichter geweest van Oor en had alle jaargangen mooi ingebonden.

Ook circuleerde rond het Filmhuis een vormgeversduo, Wout en Ben. Wout ging nog een tijdje met de Indische Els. Er was veel mogelijk in het Filmhuis en iedereen kon zich daar ontplooien. Ik had daar verder weinig mee te maken, behalve dan als bezoeker.

Ik zat ook helemaal in de nieuwe media. Door het festival met veel dingen kennis gemaakt en veel interessante mensen ontmoet. Zoals William Gibson, de bedenker van het woord cyberspace. Lester en ik namen hem op een avond nog mee naar de Doubletstraat, het hoerenstraatje dat ook een vorm van virtual reality was. En dan eerst langs het standbeeld van Spinoza. William Gibson was amazed. En ook de telepresence en virtual reality-pionier Scott Fisher kan ik niet ongenoemd laten.

Hij werkte bij de NASA en kwam een paar dagen naar het festival. Een indrukwekkende man en visionair. Jammer alleen dat virtual reality eigenlijk nooit is doorgebroken.

Door mijn werk voor het Filmhuis kreeg ik ook ieder jaar een bioscoopkaart. Kon je gratis naar alle Haagse bioscopen en mocht je een introducee meenemen voor half geld. Heel veel gebruik van gemaakt. Ik herinner me nog het laatste twijfeljaar of ik de kaart wel kon krijgen. Het boterde niet tussen mij en de bedrijfsleidster Ina Annemarie was vertrokken , maar ze kwam me de nieuwe kaart hoogst persoonlijk uitreiken. Ik hoorde er nog steeds bij. En dus heel veel films gezien, alleen en ook met Lester, in het Filmhuis en in alle andere Haagse bioscopen.

Ik hield niet van tv, maar wel van de onderdompeling en concentratie van een donkere zaal, een groot doek en goed geluid. Film was een grote passie. Legendarisch was het afscheidsfeestje in van de Denneweg, de verhuizing naar het Spui. Ik organiseerde het met Erik en met Willy. De stoelen waren al uit zaal 1 en werd de tweede danslokatie, naast de bibliotheek. Overal was film te zien en de aankleding was verder aangevuld met grote decorstukken uit de films van Peter Greenaway.

Ik heb een deel van de party met Edo op video vastgelegd. Er is ook een dvd van die ik nog naar het Filmhuis moet sturen. Een mooie herinnering en afsluiting van de Denneweg. Mijn favoriete plekje in het Filmhuis was het alkoofje naast de ingang. De wat donkere video kun je op YouTube bekijken: Het was niet een deel van mijn leven, het was toen mijn leven. Een club cineasten en videoten met een werkplaats in de Van Woudenbergstraat.

Ze organiseerden later ook avonden in het Paard toen die een eigen kleine filmzaal kreeg. Ik had er verder niks mee te maken, maar kende de meeste mensen wel.

Ik kwam ook op de avonden. In de kring zaten namen als Paul de M. Een maal op de werkplaats geweest vanwege mijn latere docu-drama-video. Ik heb daar toen ook de steen uit De Steen in de vensterbank gezet. De steen had ik eind december in de kou van een gesloopt parkeerterrein naast Artis gevonden en meegenomen. Was nog een heel gewicht. Misschien staat die steen er nog wel.

Een ongelofelijk tentje in vele opzichten. Het was er verschrikkelijk vies en smerig en het herentoilet was het dieptepunt. Het was ook een mannencafé, voor de jonge Haagse rock-'n-rollers.

Vrouwen voor en achter de bar waren schaars, maar als ze er waren kregen ze alle aandacht. Hier ontstond ook een vriendenclub met Marco en Edo later ging hij steady met de wat oudere Ernie, no kids, two cats en de fotograaf Desmondo met zijn vriendin Sandra.

Ik heb hen goed leren kennen. Ik kwam ook bij San en Des thuis over de vloer. Desomondo zit nog met een rolletje in de Steen en Sandra ook, alleen beeld. De stem is van Liesbeth. Maar dat was in En dan waren er nog de broers André en Willem die een rockband vormden onder de naam The Maniac Mulocks met Joachim op keyboard, zijn broer Joshua op bas en Marco op drums, André en Willem gitaar.

Altijd ouwehoeren over muziek en de Stones waren hun voorbeelden. Opvallend was ook dat de GJ vaak na sluitingstijd nog gewoon bleef doorschenken, wel tot vier, vijf uur 's ochtends.

Nooit enig probleem met de politie. Soms was de deur al dicht, maar dan tikten we op het raam, werden we binnengelaten en ging de bar gewoon nog een paar uur open. Wat een tijd daar doorgebracht en verspild. Vooral met Lester en Dino, verspilde tijd, maar wel een fantastische tijd. Een keer ben ik 's nachts uit mijn dak gegaan en heb ik met ontbloot bovenlijf op een zomeravond op een tafel staan dansen. Jaren erna moest ik dat nog aanhoren. Maar het was allemaal vrolijkheid en geen agressie of problemen.

Later ging Willem met de jonge Blanche, een van de weinige vrouwelijke bezoeksters van het tentje. Emma de bouvier en nog een glad monster. Apart toilet en sleutel voor het damestoilet, was ook hard nodig.

Wie daar ook wel kwamen en die ik sprak: Adje Lagerwaard en Michel van Rijn. We zaten ook zomers altijd buiten bij de Ganja, de GJ. En dan liep je een stukje door en dan keek je tegen de achterkant van hotel Des Indes, op een balkonnetje bij een achterkamer. Wij -Lester en Dino- noemden dat het Mussolinibalkonnetje. Als we nog eens geld hadden dan zouden we die kamer afhuren voor een klein bacchanaal en we zouden dan vooral vanaf het balkon over de Denneweg heersen. Het Paard Hoe ik bij het Paard terechtkwam weet ik niet meer precies, mogelijk door een contact met Petra die toen de programmering deed.

Ik leerde haar kennen en ging wat computerklusjes op kantoor doen. Ook had ik een goed contact met de directeur, Herbert. Later ben ik de staf- en bestuursvergaderingen gaan notuleren. Een aardige en ook wel belangrijke rol; ik wist overal van. Een maal zelfs ingesprongen toen tijdens een bestuursvergadering Herbert zijn ontslag aanbood vanwege een terroriserende portier waar het Paard niet vanaf kwam.

Ook heb ik nog een goede rol gespeeld toen de gemeente een ton op het Paard wilde bezuinigen. Met Marianne heb ik een plan op touw gezet om in de gemeenteraad te protesteren.

Iemand verzon de slogan: They Shoot Horses Don't They. Ik heb toen een tiental T-shirts ontworpen met daarop het skelet van een paard en de slogan. Ook schreef ik de speeches van Herbert en een vrijwilligster toen ze tegen de korting in de gemeenteraad hun bezwaren mochten inspreken. Ook was Hans van den Burg er met zijn gitaar en zong een protestliedje. En het had succes. De bezuiniging werd verlaagd tot Zelf stond ik niet op de loonlijst maar werd betaald met muziek- en computerspullen die ik aanschafte.

Verder werkten in het Paard nog Marco bij de techniek, Elsa voor de publiciteit, Martin als manusje-van-alles, Jan de timmerman en later Chris voor de culturele programmering Ik heb ook nog drie grote feesten in het Paard georganiseerd.

Daar schrijf ik nog apart over. Het was een initiatief van Eelco die ik in de Paas had leren kennen. Hij was stenograaf in de Tweede Kamer, maar zijn droom was een eigen uitgeverij. Hij was een dromer en luchtfietser, maar het kwam er uiteindelijk toch van.

Ik hielp Eelco met de financiën, automatisering en publiciteit. De doorbraak kwam toen de SDU de papieren uitgeverij een half miljoen gulden leende. De SDU was net verzelfstandigd en had een grote bruidsschat meegekregen. En aldus kon de droom beginnen. Kantoortje, een paar mensen in dienst Meta en Joyce voor de beeldredactie, daarnaast Bram als vormgever en adviseur Maar dat alles ging zeer moeizaam. Vanaf het begin af aan voorzag ik een mislukking. Er kwamen te weinig titels uit. Eigenlijk is er maar één groot boek verschenen, Treindesign, over de ontwerpen van Nederlandse treinen.

Zag er prachtig en goed verzorgd uit. Het was voor mij veel tussen Den Haag en Amsterdam reizen, maar ik kon beginnen wanneer ik wilde. Vaak ook 's avonds werken. Dan laat de metro in om de laatste trein te halen. Dan nog in Den Haag ergens een afzakkertje halen.

Op een gegeven moment moesten ze overal mee stoppen en wilde het geld terug. Dat was er nauwelijks meer en AHA Books hield op te bestaan. Net daarvoor was ik al vertrokken, het beviel me totaal niet.

Nog een mooi moment was toen we op een museumbeurs in Den Haag stonden. We gaven twee boeken uit nota bene in samenwerking met de museumacademie waar ik op had gezeten. Het gaf een goed gevoel toen ik de boeken aan mijn ex-docenten kon geven.

Ik was toen wel een beetje -aan de buitenkant- een yuppie in die tijd. Een culturele yuppie, maar zonder geld. Tijdens die beurs ontmoette ik ook een aantal studenten die toen op de Reinwardt Academie zaten. Een lief en aardig meisje was Annet. Later mee afgesproken en haar nog bezocht op een stage-adres in Antwerpen.

Een kleine, liefdevolle romance. Maar ik was niet op zoek naar een relatie. Korte, bedwelmende, bevrijdende sex. Ik ken mensen die over Eelco een boek kunnen schrijven. En veel geleerd in het uitgeversvak. Operatie luchtbel in boekvorm. Lester Lester leerde ik in kennen, ik was toen twaalf jaar en net verhuisd van Bezuidenhout naar het sjiekere Benoordenhout.

Ik werd toen voor een paar jaar ook min of meer een kakker Later meer progressief en neutraal. Een liberale socialist en rationeel humanist, of humanistisch rationalist. Maar over politiek, religie, en multi-cul gaat mijn verhaal niet. En maar zijdelings over teluhvisie.

Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd. In leerde ik in de straat Joan kennen en werd een goede symfonische-rockvriend. Zijn vier jaar oudere broer was Lester. Leerde ik oppervlakkig kennen. Ook een groot leeftijdsverschil. Bovendien wilde Joan niet dat zijn vrienden contact hadden met Lester. Het was en is altijd water en vuur tussen beiden gebleven. Maar Lester kon heel goed piano spelen. Hij speelde boogie-woogie, jazz en popnummers van blad. Grote bewondering, vooral voor pianisten.

Ik ga mijn eigen weg en sla nieuwe wegen in. Ik kom Lester nog een keer bij toeval tegen. Begin jaren 80 heb ik iets te vieren met mijn familie en op een zomerse zaterdagavond lopen we over de boulevard op Scheveningen. Stom toevallig zie ik Lester bij een strandtent zitten piano spelen, met de Zomerband.

Ik was toen reuze opgewonden en ben met familie naar de strandtent gegaan. Heb ik Lester in de pauze gesproken. Ik kende toen vrijwel niemand en zeker niet iemand in de muziek Een paar jaar gaan voorbij en ik zit al in het hectische leven van het Kijkhuis en Filmhuis. Ik kom Lester tegen in het uitgaanscircuit en we ouwehoeren over van alles.

We delen een zelfde voorkeur voor muziek en films. Hij vertelt over zijn muziekleven en ik over mijn activiteiten. Hij is nieuwsgierig naar het Kijkhuis en ik neem hem een paar keer mee. Zo leert hij andere mensen kennen. Hij wordt ook medewerker van het Word Wide Video Festival. Met mij starten we video's vanuit de controlekamer, het jaar daarop is hij portier en de jaren erna vertaler. Daarna volgt het Filmhuis en worden we bijkans onafscheidelijk.

Lester ging altijd gekleed in een fourties-look met hoed op. Pakken met brede revers en two-tone-shoes. Een levende Humphrey Bogart. Hij wilde ook verder in de film, met acteren en regisseren. Voor acteren schreef hij zich in bij castingbureau Harry Klooster. Later schreef hij het script voor een fim-noirethriller, genaamd Kiss The Dust. Is niks van terechtgekomen, maar hij heeft wel her en der geacteerd. En hij deed hier en daar computerklusjes en niet te vergeten Engelse vertalingen.

Na de middelbare school had hij een jaar Engels gestudeerd in Oxford. Altijd een Anglofiel gebleven. Lester was ook een specialist op het gebied van special-effects in de film.

Bij een aflevering van het festival Image and Sound heeft hij er een heel aardig boekje over geschreven en een programma ingevuld. Ook deed hij toen een interview met de special-effects pionier en nestor Ray Harryhoussen. Lester was een binnenzitter, het liefst altijd achter de pc, maar ook wel het terras.

Een paar keer heb ik hem onaangekondigd meegenomen voor een uitstapje naar Scheveningen. Ik herinner me een zomers middagje met een Corona-surfbiertje met een stukje citroen in de hals van de fles op strandtent de Seagul.

Ik zie ons ineens 's avonds laat lopen over het strand op zoek naar een andere strandtent waar een feestje was met veel bekenden. We hadden zes voorgedraaide joints bij ons die we voor de avond met pen hadden genummerd. We begonnen bij number one en eindigden bij de gevreesde number six. Het heeft heel lang geduurd voor we de strandtent vonden en dat zal wel door number three zijn geweest.

Ik herinner me van de avond alleen nog Maarten in zwembroek die spontaan een rare dansact deed met een surfplank. Number six rookten we op de lange terugweg. In die jaren betaalde Lester om principiële redenen geen kijk- en luistergeld. Hij keek niet naar de Nederlandse omroepen en wenste alleen te betalen voor waar hij wel naar keek. Jarenlange, slepende rechtszaak die Lester bleef doorzetten. Uiteindelijk toch doodgebloed en nog later zijn de kijk- en luistergelden opgenomen in de algemene belastingen.

Ik ben nog bij een rechtszitting geweest, met Lester en Linda. Linda schreef er een stukje over in het Binnenhof. Ik herinner me nog een verjaardag van Lester, aan het begin van de lente. Toen zijn we naar hotel Corona gegaan op het Buitenhof en om te beginnen hebben we daar ieder 's middags een cassis gedronken in de serre.

De rekening heb ik nog in een doos liggen. Ik ging ook wel avonden en nachten alleen op stap. Geen vrienden mee, alleen op zoek naar verhalen en mensen. Ook genieten van de stad. Als ik met Lester aan de zwier ging noemden we dat wel zwerfzuipen. Lijstjes Ik heb wat met lijstjes, maar ook helemaal niks. Ik hou ervan, maar ze laten me vaak ook koud. Waarom hou ik van lijstjes? Hieronder mijn actuele top-5 met beste Beatlenummers.

A day in the life 2. Happiness is a warm gun 3. Love me do 4. I'am the walrus 5. Let it be Lijstjes suggereren een macht en greep op de werkelijkheid. Het rangschikken en ordenen van gedachten over de wereld: Vooral mannen houden van lijstjes, van lijstjes-lijstjes. Mannen houden niet van boodschappenlijstjes of dingen-nog-te-doen- lijstjes bij een verhuizing. Mannen houden van lijstjes van beste actie-films, tv-babes, snacks, stripboeken, muziek en andere pulp. Wie is de beste, de mooiste, de slechtste de lekkerste.

Het begon bij mij met het noteren van nummerplaten van auto's. Ik was toen 5 jaar en kon net de cijfers en letters schrijven. En dan ging ik met een schriftje en een pennetje naar buiten en ging alle nummerplaten opschrijven. Niet veel later toen ik ook woorden kon schrijven, schreef ik een lijstje van plaatsaanduidingen in vooral stripboeken. Het was het lijstje van wie je was en waar je je bevond: Later kwamen de lijstjes van platen, muziekbands, zangers en zangeressen, films en boeken die je moest lezen voor school.

Niet voor niets dat hitparades voor tieners worden gemaakt. Die houden nog het meest van lijstjes. En een top heeft twee functies: In mijn tienertijd heb ik ooit met Sinterklaas een editie gekregen van het boek met alle records, het Guinness Book of Records.

En ik vond het wel gezellig om op een middag met een zak drop door het boek te bladeren en je te verbazen. Hoe is het mogelijk. En dan als je ouder wordt de overzichtslijstjes.

Van de vrouwen met wie je hebt geslapen en hoeveel biertjes je op een avond en nacht hebt gedronken. Maar ook de overzichtslijstjes van all-time favoriete muziek en films. Die scoren nog steeds het hoogst. Hieronder mijn top-5 van beste films. Ze haken allemaal in op de trend van nostalgie en gemakkelijk sentiment. Overal is wel een lijstje van te maken.

Ik hou van lijstjes, het biedt even wat houvast, maar na de rangschikking volgt altijd weer de chaos van de leegte. Vrijheid Ik loop vooruit op de verhalen, maar dit schrijf ik op het allerlaatst, domweg omdat ik het me pas onlangs herinnerde. Ik was wezen stappen met J. Ik stel voor om over het Binnenhof te lopen en wat we ook doen. Ze heeft een grote Borsalino-hoed op. Op de trappen van de Ridderzaal gaan we even zitten en beginnen te zoenen.

Dat dat kan en vroeger ondenkbaar was. Den Haag, zomeravond Ik vrij met J. Ik stop met vrijen en wacht af. Er stapt een vrouwelijke agente uit de auto en komt controleren, of alles wel ok is. Vooral met de vrouw naast me. Niks aan de hand en de politie verdwijnt ook weer. Wij gaan ook naar huis, samen. Twee eigen festivalletjes Ik werkte als vrijwilliger in het Kijkhuis en al snel als leerlingoperateur in het Filmhuis. Er bestond al jaren enige onduidelijke animositeit tussen beide instellingen, maar ik vond dat onzin.

Juist samen iets organiseren zou beide instellingen juist versterken. En zo bedacht en organiseerde ik kort na elkaar twee kleine festivalletje. Een retrospectief van de jaren zestig, met als titel Blow Up The Sixties en een terugblik op de jaren zeventig, met als titel De Zeventiger Jaren. In het Filmhuis zouden films worden gedraaid en in het Kijkhuis video van met name tv-programma's. Ook was er in het Kijkhuis live-muziek, de Remotobs, een soort Zappa. Daar waren Marc en Maarten gek op. Zie hielden ook van andere muziek dan ik, ze luisterden naar The Smiths en Joy Division.

Maar we vonden elkaar wel in de soul en de jazz. Ik heb het georganiseerd met Marc die daar zeer goed in was. Ik introduceerde hem -en ook Maarten en Lester- toen bij het Filmhuis. Contacten leggen en kijken wat er verder te doen zou zijn.

In het Kijkhuis draaide zijn drieluik Allemaal Rebellen over de drugs scene in Amsterdam eind jaren 50, begin jaren Ik heb toen regelmatig contact met Louis van Gasteren gehad.

Later met mijn sixtiesdocumentaire belde hij me wel eens op als hem wat te binnen schoot. Zat ik zo een half uur aan de telefoon, hij met een glas wijn. Altijd een bewonderaar van Louis van Gasteren geweest. Een documentaire is er over hem nog nooit gemaakt. Ook heb ik toen de oorspronkelijke afleveringen van het legendarische VPRO-programma Hoepla vertoond, ook de verloren gewaande laatste aflevering die nooit is uitgezonden.

Was er gewoon allemaal nog. Op de avond van vertoning was ook de maker Hans Verhagen aanwezig. Met het Kijkhuis werkte ik samen met Karin. Voor De Zeventiger Jaren heeft Marc het affiche ontworpen.

Die hangt nu in mijn slaapkamer. Willem de Ridder kende ik uit de jaren zeventig van zijn legendarische radioprogramma's waarin hij mensen opriep om naar een bepaalde plek te komen. Hij was ook de oprichter van Hitweek. Ook kunstenaar die begin jaren zestig samenwerkte met Wim T.

En natuurlijk van de sm-performance in het Kijkhuis Voor mijn jaren zeventig festivalletje in het Kijkhuis en Filmhuis kwam Karin met het idee om Willem de Ridder te vragen voor een avond in het Kijkhuis. Hij kreeg als opdracht om een sprookje over televisie te vertellen. Prachtige avond en een aanstekelijk verteller. Ik organiseerde de festivalletje ook als visionair omdat ik verwachtte dat er een permanente trend naar retro- en nostalgieprogramma's zou opkomen. Ik vond snel twee sponsors: Campbell Soep en Coca Cola.

In de etalage van het Filnhuis stonden de blikjes soep gestapeld, en op de eerste verdiepingen een paar honderd flesjes Coca Cola. Er hing ook een originele zeefdruk van Andy Warhol. En ook het media-surfen met het festivalconcept was geslaagd. Later maakten we altijd grappen over een Festival van Haagse festivalletjes; de Haagse Festivaldagen.

Alles kon je herdenken, ophalen en hervertonen Ze noemden mij de stressfazant. Ik was geen organisator of producent, maar moest toch alles zelf doen. Altijd door de stad met mijn plastic tasjes en later mijn rode koffertje. Altijd gestrest en op de rand. Maar wel veel lol in de nazit; weken, maanden, jarenlang. Computers en spelletjes Door kantoor was ik snel geheel aangeraakt door de computer. Van alles mee gedaan. Allereerst de tekstverwerker WP, WordPerfect , daarnaast de spreadsheets, boekhoudprogramma's en een database-programma.

Dat was nog een hele klus om dat goed onder de knie te krijgen, maar ik werd een expert, net als Lester. Ik heb hem de eerste geheimen en kneepjes op computergebied geleerd, maar al snel streefde hij mij voorbij. En net als ik deed hij overal computerklusjes; bij mensen thuis en op werkplekken. Maar we werkten ook vaak samen, voor een etentje of een brieffie van 25 en dan doorzakken bij Ton. Zo hebben we samen zo'n tien computers in het Paard gesynchroniseerd. Legendarisch was dat we met een theewagen door de vertrekken reden met een computer erop.

Ik wilde me ook verder bekwamen in Dbase4 en dat heeft geresulteerd in een afgerond programma waarmee het Filmhuis alle mailingen kon verzorgen. Het was een simpel adressenprogramma met etikettenuitvoer. Ik kon het maken met, dank aan Diana. Die leverde ook de bètaversie van WordPerfect 5. Die floppy's zijn mogelijk tientallen keren gekopieerd door iedereen die interesse had.

Lester en ik hebben ook een eigengemaakt bat-programma gemaakt, om allerlei computerhandelingen te versnellen en verbeteren. We noemden het Dynaflex, dynamisch en flexibel. Precies wat wij ook waren. Met Lester ook vaak spelletjes op de pc gespeeld. Memorabel waren de sessies met diverse afleveringen en levels van Commander Keen, Duke Nukem en Lemmings. Lester deed dat ook met zijn vriend Tjitse, de maffe stehgeiger. Die kwam soms middenin de nacht bij Lester aanzetten, totaal sikker, en dan verklapte hij bepaalde tips en trucs om de spelletjes uit te spelen.

Hij was een expert. We zaten helemaal in de pc en de virtual reality, maar internet zagen we niet aankomen. Al mijn verhalen gaan dan ook voor de komst van internet, eind Ik was toen al wel aangesloten bij een lokaal bulletinboard van de club Hank Moir Brandts. Met Thomas en Huib al de sysop. Ik vond het wel aardig, maar je kon nog niet surfen en ik kende vrijwel niemand met een e-mailadres.

Ik kreeg later wel van Ruud, die werkte als student-ouvreur uit Delft in Asta, een digitaal bestand toegestuurd met allemaal foto's van Sherlilyn Fenn. Ik heb daar toen nog eens een selectie van gekopieerd in een oplage van tien. Later verscheen een van de foto's op het T-shirt en de promo's van de laatste KultNite.

Ik heb later die T-shirts met Cor staan maken, boven het Paard. Cor was de leider van een alternatieve galerie naast het Paard. Ik werd daar min of meer adviseur van. Op financieel en administratief gebied. En natuurlijk de computer. Paul Pasman hing daar nog met zijn Keith Haring imitaties.

Als er wat verkocht was stond hij gelijk op de stoep om te cashen. Later nam hij met zijn broer Frank vinoloog de Paas over. Nog een kleine computeranekdote.

Op een zomerse namiddag ging ik naar Lester toe en liep door de binnenstad. Ik passeerde een aantal openbare telefooncellen en plots kwam er een pizzakoerier uit één van de telefooncellen tevoorschijn met een supergrote pizzadoos.

Hij had er zwaar de pest over in, maar wat had ik er mee te maken? Heb jij trek in pizza? De grootste en alles zit erop. Tuurlijk wilde ik hem wel hebben. Kwam mooi uit om 'm met Lester op te eten Ik bedankte de jongen en spoedde me naar Lester. Daar trokken we bij de pc een halve liter bier open en aten smakelijk de gratis pizza.

Alleen de voordeur open doen en afrekenen. En doorgaan totdat je ogen dichtvallen. Lift naar het Schavot Ik was achttien jaar geworden, maar wist nog weinig van het leven. Ik had een vriendin en een serieuze studie.

Mijn grootste hobby was muziek en die was van symfonische rock naar jazzrock geëvolueerd, en daarnaast top muziek. Ik was bij Joan op bezoek en op één of andere manier zat ik later op de kamer van zijn oudere broer, Lester. Hij was jazzpianist in een coverbandje en ik kende hem al wat jaren.

Maar door het toen nog grote leeftijdsverschil geen echt contact. Dat kwam pas jaren later toen ik Lester weer opnieuw tegenkwam in de stad, maar dan zonder de context van zijn broer. Ik nam hem mee op sleeptouw naar het Kijkhuis en later het Haags Filmhuis. Een jarenlange vriendschap ontstond. Maar jaren ervoor geeft hij mij de lp van de soundtrack van de film l' Ascenseur pour L'échafaud, van Miles Davis uit Het werd een sleutelplaat en een sleutelbeleving. Ik heb de plaat honderden malen gedraaid en de eerste keer was een allereerste kennismaking met de jazz van de cool en wat later de bebop.

Ik had toen nog nooit van Charlie Parker gehoord. Dat zou snel veranderen en die hele kunstmatige symfo-jazz-rock zwoer ik af. Onvoorstelbaar nu en ook toen al. L'Ascenseur pour l'échafaud kwam aan als een mokerslag. Het was van een diepe melancholie die precies mijn gevoel weerspiegelde over de onbereikbaarheid van mijn stille geliefde: Ik vond het miraculeus hoe Miles Davis met zijn trompet mijn gevoelens hierover kon weergeven.

Ik had nog nooit zulke muziek gehoord. Daar heb ik me later nog wel over verbaasd, maar zo was het. Ik heb de lp nooit meer terug hoeven geven.

En als ik nu mijn hoofd achter de pc iets naar rechts wend, dan zie ik aan de muur de hoes van de lp hangen, boven de tv, een bruine hoes tegen een bruin geverfde muur. Een blijvende herinnering, zo'n indruk, zoveel emotie en een wereld van nieuwe muziek ging open. De film zag ik pas een kleine tien jaar later.

Een heel aardige nouvelle-vaquethriller, vooral door de dwaalscene van Jeanne Moreau door een nachtelijk Parijs. De film nog een tweede keer gezien en beluisterd toen Jeanne Moreau eregaste was in het Haags Filmhuis. Ik heb haar toen even kunnen begroeten. En één keer back-stage toen ik er werkte. Een van mijn grootste muziekhelden. Thriller Rond ben ik pas echt uitgegaan. Daarvoor opgesloten en geïsoleerd in een tragische liefde.

Geen ambities, maar leven. Ik kom via het Kijkhuis en Filmhuis in contact met doordeweekse stappers. Mensen die alle nachtcafeetjes kennen Enfin, ik stap het nachtleven in van Den Haag. Ik raak op een dinsdagnacht verzeild met wat mensen uit het Filmhuis waaronder Reinier en geluidsman Arno in de Silver Cat in de Herenstraat. Cokie-nachttent, alles van chroom en clean en een portier.

Maar wel een tap die 's nachts open is. Ik ga naar het toilet en ik wil gaan plassen, staat er -bleu als ik ben- een vent te snuiven op een plateautje in de wc.

Ik maak een kleine opmerking, maar voordat ik het in de gaten heb richt de man zich op en geeft me een loeiharde kaakslag en slaat me zo de wc uit, languit de zaak in. Consternatie, zeker ook bij mij. Ik heb een behoorlijke bloedneus.

Twee portiers tillen me overeind. Om een lang verhaal kort te houden. De man van de kaakslag is verdwenen en buiten beeld, ook de meeste andere klanten. Maar ik moet van de portiers blijven, want van één van hen is zijn overhemd besmeurd met een spatje bloed, van mij. En dat moet ik vergoeden. Of ik direct geld wilde trekken voor een nieuw shirt of hoge stomerij-kosten.

Het ging om een heel klein vlekje en geld had ik niet. De zaak ging in de ochtend dicht en ik zat daar nog vastgehouden door die portiers. Na sluitingstijd werd ik naar shoarmazaak Caïro begeleid. Daar kon ik eindelijk mijn bebloede gezicht wassen. Maar ik moest betalen. Tien minuten later zit ik op de achterbank van een Mercedes tussen twee gangsters in en ze willen naar mijn huis rijden.

Daar moet ik mijn Postbank-pinpas afgeven. In het ochtendgloren vertrekken ze met pincode en ben ik verlost. Drie dagen later is gulden van mijn rekening opgenomen op een kantoor in Leiden. De dag erna vind ik in een plastic zakje mijn pinpasje terug in mijn brievenbus Welkom in het Haagse nachtleven!

De les die ik toen leerde was om je in het Haagse uitgaansleven, nooit met iemand te bemoeien. Het is nooit goed. Daarna ook nooit meer gedaan en zonder opzienbarende problemen Vind je haar niet mooi? En als je zegt ja krijg je ruzie en als je nee zegt helemaal Je tik ertegen en het zinkt! Irmgard Werken in het Filmhuis was samenleven binnen een grote familie van gelijkgestemden en ook veel leeftijdgenoten.

Ik werkte af en toe als boekhouder en was invaloperateur. Bij noodgevallen scheurde ik ook wel eens kaartjes. Stond je aan de bar, was er verder niemand en moest ik het doen. Je had natuurlijk ook veel contact met het vrijwel dagelijks wisselende bar- en kassapersoneel. Achter de bar veel jongens, achter de kassa alleen maar meisjes.

Vaak allemaal studenten, of die net klaar waren. Sommigen hadden nog een baan tje ernaast, en de meesten deden het ook voor de lol. Je hoorde ergens bij. Een zo'n kassameisje was Irmgard, begin twintig en net iets jonger dan ik. Ik weet niet of ik haar mooi kan noemen, maar ze was beslist heel aantrekkelijk. Mooi haar, grote ogen en opvallend grote lippen, zoenlippen.

En haar hele hoofdhuid was bedekt met een laagje blonde donshaartjes, heel apart en sensueel. Ik had haar niet echt op mijn verlanglijstje staan, want ze woonde samen met Jaap, een tien jaar oudere kunstschilder van Pulchri. Daar kwam ze ook vaak.

Maar we leerden elkaar kennen. Ze was bibliothecaresse en kwam uit het zuiden, ze had ook een fluweel-sensueel accent. Op een avond staat ze achter het glas van de kassa en ik stond aan de bar.

De eerste voorstelling was net begonnen en er was niemand meer in de foyer. Ik loop naar de kassa toe voor een praatje. Ik heb vannacht over je gedroomd. De rest van het gesprek ben ik vergeten, want ik werd gelijk opgetild in een verliefdheid. Dat zegt ze niet zomaar. Ik onderneem niks, maar het contact wordt closer. Zelfs zo close dat ze voorstelt om een dagje naar Brussel te gaan met de trein. Dat leek me een prima idee en aldus hebben we dat dagje ook beleefd.

Ik zie me na terugkomst 's avonds laat nog staan op de tramhalte voor Hollands Spoor. We gingen ieder weer naar ons eigen huis, zij naar Jaap, ik naar de mijne in de Hannemanstraat. Het was wat ongemakkelijk, er hing een spanning, maar die werd niet ingelost. Ook niet toen ik later werd uitgenodigd om bij haar thuis te komen eten. Jaap had lekker gekookt, met een haringsalade erbij. Gezellig en ik was een vriend van Irmgard geworden. Maar toen sloeg de vonk over en niet lang daarna zaten we in het Filmhuis te vrijen.

Ze was smoorverliefd, al die tijd al, maar ze durfde niet. En ze wilde bij Jaap weg, dat was zeker. We zouden eerst naar de film gaan, de romance duurde voort en Jaap wist van niks. We gingen naar Breathless met Richard Gere. Al na twintig minuten moesten we de film uitlopen omdat Irmgard de betekenisvolle beelden niet meer aankon, gezien de situatie.

Ik stelde voor dat ze met Jaap zou breken. Het liep toen tegen kerst. De volgende dag zei ze dat ze de romance wilde beëindigen en toch bij Jaap bleef, ook vanwege de kerstfestiviteiten in Pulchri, ze zou zich eenzaam voelen. Ik liet het zo en genoot die dagen van een mooie voorbijgaande verliefdheid.

Verder dan lekker zoenen was het nooit gekomen. Maar na de kerst en in het nieuwe jaar staat op een avond Irmgard huilend bij mij op de stoep. Ze wil bij Jaap definitief weg en of ik haar wil helpen. Jaap weet inmiddels ook over mij en wat er gebeurd is. Hij is ziedend, ook op mij. Ik moest maar oppassen. Irmgard gaat bij Jaap weg en betrekt een kameretage. De romance bloeit op, maar van echte sex is geen sprake. Ik bleef wel bij haar slapen, maar ze wilde geen sex.

Mogelijk heel negatief over haar curieuze, maar aantrekkelijke lichaam en grote borsten. Ze klapt helemaal dicht en ik laat het erbij. Ook vertelt ze een paar maal dat ze 's avonds zebravinken en kabouters op de kast heeft gezien in haar slaapkamer. Rare hallucinaties, terwijl ze verder niet vreemd was. Ze kwam die dagen veel bij mij op de Ieplaan en ze maakte ook contact met mijn benedenbuurman Leo.

Ze was weer helemaal vrolijk en had de toekomst in eigen hand. Tussen ons klikte het steeds minder. Op een gegeven moment wilde ze er een punt achter zetten en bleek ik gefungeerd te hebben als breekijzer om bij Jaap weg te gaan, die zoop en blowde alleen maar.

Ze was niet meer verliefd op mij. Mogelijk wel op Leo En zo ging weer een dame van hand tot hand. Irmgard was een lieve meid. Ik heb van haar het recept van gegrilde broccoli met cashewnoten en camembert.

Ze heeft me als eerste aangezet om te gaan koken. Het echte werk zou daarna pas komen met Liesbeth, net als met de echte liefde. Er zit er ook één op Scheveningen, ook wel geweest. Maar ik werkte toen ook in het Kijkhuis in de Prinsestraat en het waren bijna buren. En zo konden de medewerkers van het Kijkhuis daar tegen half geld eten. We namen dan altijd de grootste zogenaamde taco-pizza: Dan deed je daar heel veel ijsbergsla overheen, geraspte kaas en afsauzen met veel rode taco-saus.

Was heerlijk, maar had weinig met een pizza te maken. Eljo Eljo werkte als algemeen assistente van de directie en de programmeur. Ze was net afgestudeerd grafisch vormgeefster van de Koninklijke Academie. Ze maakte ook het maandelijkse affiche, wat nogal veel werk was omdat er minstens dertig plaatjes van films in verwerkt moesten worden. Ze was altijd ietwat neurotisch, gestrest en slordig. Maar lief, elegant en mooi. Ze had iets meisjesachtig. Iedereen vond haar wel aantrekkelijk en Leendert was zelfs openlijk verliefd.

Ondanks dat hij homo was wilde hij wel met Eljo trouwen, of met een vrouw als Audrey Hepburn. Ik werkte toen veel op het kantoor achter en zag en sprak Eljo veel. We aten ook vaak met zijn allen en Eljo was wel de leidende moeder van de filmhuisfamilie. Voor Eljo was het allemaal nieuw en bijzonder, al die artistieke mensen in een culturele, vrije sfeer. Heel anders dan haar burgerlijke afkomst uit een van de Rades bij de Leyweg. Eljo zoog -net als ik en vele anderen- het filmhuisleven op als een droge spons.

Hoe het kwam weet ik niet, maar het gebeurde op een dag. Ik werd smoorverliefd op Eljo. Ik ging haar meer opzoeken en wilde in de buurt van haar zijn. Ik was helemaal in de ban van haar en ik kon haar altijd aan horen komen lopen op de gang, want dan rinkelden haar twintig dunne armbanden.

Mijn hart sloeg dan over. Na een paar dagen vond ik het een onhoudbare situatie.




Een vliegtuig, maar dan ondergronds en met een buis errond. Voor studenten van de TU Delft is de hyp Seksverslaafden kijken dwangmatig porno, masturberen tegen heug en meug, en zien in elke bedpartner Ze ogen stoer, vloeken veel en schieten raak, maar eigenlijk zijn de jongens van het hiphopcollectie Wat is het verband tussen de terreur van IS en een Nigeriaanse prostituee die wordt uitgebuit in Bru Lees de volledige krant digitaal.

De jarige actrice geeft zichzelf bloot, letterlijk en figuurlijk. Zij is op dat moment een wereldberoemd actrice, hij een volstrekt onbekende Belgische regisseur.

Toch geeft hij haar het Toch geeft hij haar het mede door Hugo Claus geschreven script van Mascara. Of ze niet geïnteresseerd is in de rol van Gaby Hart, de zuster van commissaris Sanders? Ze leest het pak papier en zegt ja als Conrad bereid blijkt om zich aan haar agenda aan te passen en de opname uitstelt. Ze voelt sympathie voor hem, en het verhaal over de notabelen die zich in een mondaine badplaats uitleven, ,,blijft haar bezig houden'', zoals ze later aan verbaasde journalisten uitlegt.

Rampling volgt als actrice altijd haar instinct. Het hoogste salaris en de meest ambitieuze Hollywood-projecten -- altijd gemeten in budget -- interesseren haar niet. Opmerkelijke rollen, opmerkelijke regisseurs, dat telt.

Alles wat ik nodig heb, is kwaliteit'', zegt ze na de draaidagen in Oostende. Ook gereputeerde namen maken weleens vergissingen, en hun mislukkingen zijn vaak de ergste. Het zijn niet meer de grote namen als Woody Allen Stardust memories , en Sidney Lumet The verdict , die haar vragen voor prominente hoofdrollen.

Ze is meer te zien in onbeduidende tv-films dan in de bioscoop. En de schaarse rolprenten die wel in roulatie komen, zoals The wings of a dove , trekken bijna geen toeschouwers. Voor filmliefhebbers onder de dertig is Rampling een vergane glorie, een verbleekte ster uit het verleden. Een naam op de hoezen van smoezelige videobanden die niemand nog huurt. Haar instinct voor fascinerende rollen, hoe ongewis ook, redt haar van een anonieme ondergang.

De onbekende is dit keer de talentvolle Franse regisseur François Ozon. Hij heeft geen geld. En ook geen uitzicht op financiering. Hij heeft nauwelijks meer dan een idee voor een film, maar hij wil die met haar maken. Hij wil de schoonheid van rimpels filmen, vertelt hij haar met zijn vriendelijkste glimlach.

De schoonheid van ouderdom, zonder make-up geacteerd, zonder filter geschoten. Rampling zal 95 minuten onafgebroken in beeld zijn. Ze hoeft alleen maar toe te happen.

Het wordt geen gemakkelijke productie. Het geld dat Ozon nergens kon vinden, komt ook niet uit de lucht vallen zodra hij kan schermen met de naam van Rampling. Hij neemt een gok: Het laatste restje krediet van Rampling en het eerste, voorzichtig opgebouwde krediet van hemzelf, halen uiteindelijk voldoende productiebedrijven over de streep. Uit Duitsland, Japan en Italië.

Een halfjaar later kunnen ze de film voltooien. Het resultaat is Sous le sable , dat onmiddellijk wordt herkend als een meesterwerk. Het toont het verdriet van Marie Drillon. Haar man verdwijnt tijdens een dagje uit aan het strand. Zomaar, zonder een spoor achter te laten. Niemand die kan zeggen of hij is verdronken of weggelopen. Met haar dubbelzinnige blik en een stem die op hetzelfde moment alles en niets verraadt, weet alleen Rampling alle conflicterende en verwarrende emoties over te brengen.

De vanzelfsprekendheid waarmee ze uit de kleren gaat, is even overtuigend als toen ze doorbrak met Il portiere di notte. Haar aanwezigheid schroeit van het doek. De glansrol zet Rampling terug in het centrum van de aandacht. Vele mensen zien haar weer eens. Nieuwe filmliefhebbers ontdekken haar, en ze fluiten de jury op het filmfestival van San Sebastián uit als Sous le sable niet alle prijzen wint.

Nog geen jaar later krijgt ze een ere-César voor haar hele oeuvre. En, het belangrijkste, ook regisseurs weten haar weer te vinden. In dit nog altijd prille decennium gaf ze al meer intrigerende vrouwen gestalte dan in de hele jaren De Internet Movie Database geeft maar liefst vijf titels, in verschillende fases van productie, waaraan Rampling meedoet.

Dat juist Sous le sable voor een ommekeer zorgde, is geen toeval. De rol van Marie Drillon is de rol van Ramplings leven. Voor het eerst gaf ze artistiek uiting aan het grootste verdriet uit haar leven. De rouw om de echtgenoot in de film is de rouw om haar oudere zuster in het echte leven. Sarah Rampling was 23 toen ze in overleed aan een hersenbloeding. Zij was Charlottes soulmate , ,,ongeveer de enige vriend die ik had.

Samen zongen ze als The Rampling Sisters Franse chansons in donkere nachtclubs. Tot hun vader, een strenge kolonel bij de Navo, daar een eind aan maakte.

De jonge Charlotte ° 5 februari had tot dan een onbezonnen, losgeslagen leven geleid. Het swinging London van de jaren was de ideale plek om te rebelleren tegen de vader voor wie ze nooit iets goed kon doen. Ze vroeg op haar vijftiende aan een vriend van haar vader of hij met haar naar bed wilde.

Ze werd drie keer zwanger, en elke keer onderging ze een abortus. De volgende dag stond ik alweer te tennissen. Charlotte Rampling leed aan anorexia en was vreselijk in de war. Ze vluchtte naar ashrams in India en reisde enkele maanden met zigeuners door Afghanistan. Later kwam ze terecht in een boeddhistisch klooster in Eskdalemuir, in Schotland.

De ,,geile'' Tibetaanse monniken die uit China waren ontsnapt, bevroren er van de kou. Ze bleef net zo lang tot de kalme en zwijgzame atmosfeer haar tot rust had gebracht.

Ook als actrice veranderde ze voorgoed. Na haar ontdekking in een reclamespot speelde ze een slanke, goed gebouwde en bleke brunette in The knack Ze leek voorbestemd voor een carrière als archetypische schoonheid-met-hoge-jukbeenderen tot ze zou verwelken en zou worden vervangen door de volgende inwisselbare schoonheid.

Maar ze koos een ander pad. Ze kon geen entertainment meer maken. Ik kon geen lol meer hebben. Ze beklaagt zich over de leegheid en de nep van de entertainment-industrie. Ook de toen al sterke marketingmachine, gericht op de sterrencultus, wijst ze af. Het leidt er alleen maar toe dat acteurs de verhalen gaan geloven die over hen worden verteld -- en zo hun eigen talenten verwoesten. Ik werk niet met iemand voor wie ik geen sympathie heb en wiens ideeën tegengesteld zijn aan de mijne.

Ik wil regisseurs die me uit mijn eigen mysterie halen en me van het gebaande pad halen'', wees ze onlangs als constante in haar rollen aan. Maar wie is Chanel anders dan Chanel?

En zie je me al in de rol van Jackie Onassis? Ik kreeg nochtans de kans om Jackie Onassis te spelen. Dat is toch pure waanzin? De films die, met haar aanlokkelijke hoofd op het affiche, van de lopende band rolden, vindt ze de minste uit haar oeuvre.

Begrijp het niet verkeerd. Ze heeft niets tegen films die de hypocrisie van het leven bedekken met aangename muziek, aangename acteurs en aangename verhaaltjes. Maar het zijn niet de films die zij kan maken.

Als ze de keus heeft tussen twee rollen, dan duikt ze altijd op de mooie en gevaarlijke. Ook een keer zelf georganiseerd, in de tijd met mijn eerste vriendin. Over het spel zelf zou ik nog veel kunnen schrijven en ik ben er veel mee bezig geweest.

Een sterk punt van mij was om tijdens het spelen niet de spellen te analyseren en een discussie met je partner aan te gaan over begane fouten. Dat is niet bevorderlijk voor de spellen die nog komen. En ook dat leverde extra punten op. Vele echtparen maakten liever tijdens het spelen al veel ruzie. En na de bridgeavond met andere, bevriende jonge bridgers geregeld doorzakken in de Pijpenla, het nachtcafé vlak naast de sociëteit. En dan de volgende morgen brak weer aan het werk. Ook mijn zus Hélène, mijn jonge tante Diana en later ook nog mijn moeder heb ik aan het bridgen en de club geholpen.

Diana vond daar later haar man met wie ze later zou trouwen, Jan Overwater, hij speelde met zijn vriend Casper Smits. Maar ik vond het een te klein en benauwd wereldje en had wel mijn hoogtepunten bereikt binnen de club. Ik zou naar een betere club moeten gaan en dan nog serieuzer gaan trainen en studeren. Maar daar had ik geen enkele zin in en op een dag ergens in ben ik met Overtricks en het bridgen gestopt. Het echte leven lonkte met veel aantrekkingskracht.

Een Haagse culturele instelling en vertoningsplek voor kunstvideo's, documentaires, installaties en avantgarde-muziek. Ze hadden een bescheiden zaal met een beamer, mm-projectie en een podium. En het was ook een café. Praten met mensen, dingen doen en aan de bar hangen.

Tom was de directeur en daar had ik direct een goed contact mee. Later werden we enige tijd goed bevriend. Gingen we samen squashen en daarna lunchen in de kokschool in het Bezuidenhout. Hij was ook een enorme womanizer en om de haverklap een nieuwe vriendin, vaak een buitenlandse. Als ik met Tom op stap ging zei hij altijd: Aardige kerel en met veel humor.

Op een gegeven moment heeft hij zelf een enorme kabelschakelstellage gebouwd om alle monitorpunten in het gebouw met elkaar te verbinden. Maar het werd een chaos aan kabels met onduidelijke labels. Ik noemde het de Leotron.

Vaste gasten waren ook de boek vormgever Ludo en zijn vrouw Grietje die een modezaak had in de Molenstraat, ik geloof alleen zwarte kleding. Ik denk ook aan Adelbert, ook vormgever. Op een gegeven moment hing er van de Kijkhuisvrijwilliger Hennie een affiche in de stad. Zijn portret groot in zwart-wit en de tekst erbij luidde ongeveer: Kom donderdag naar het Kijkhuis voor de saaiste man van de wereld. En dan zijn naam ergens. Even enorme heisa en veel verdachten in Kijkhuiskring. Later bleek het om een grap van onbekende huisgenoten van Hennie te gaan.

Er was ook nog de boekhouder Auke, annex fotograaf. Die exposeerde een keer in het Kijkhuis, daar waren wel vaker foto- of video-exposities. Achter de bar stonden Wilma en Ank. Later ging die laatste relatie na lange tijd voorbij. Wilma en Ank waren ook altijd bezig met bloemen en bloemschikken. De zus van Ank, Dien, ging later voor de films van Peter Greenaway werken voor de kleding.

Maar de bar in het Kijkhuis liep voor geen meter; buitenstaanders vonden het café niks, te veel insidegebeuren. Dat was waar, maar ik trok me er weinig van aan. En hier leerde ik mijn eerste twee nieuwe vrienden kennen. Maarten die schoonmaakte en vrijwilliger was en zijn beste vriend Marc. Hij werd later ook vrijwilliger. Maarten en Marc kenden elkaar al lang en ik kwam daar als derde persoon aanhangen. Maarten studeerde toen nog geschiedenis en Marc werkte als boekbinder op het Rijksarchief.

We waren alle drie even oud en waren alle drie tweelingen. En we hadden alle drie vaders die aan de alcohol waren, net als wij. Maarten zat altijd goed in de losse contacten met vrouwen en Marc had al jaren een vaste vriendin, Linda. Die leerde ik ook goed kennen omdat ze aan de overkant van mij woonde op de Ieplaan, in het mooie kraakpand. Linda was een beeldschone slimme meid, wilde verder in de journalistiek.

Ik kwam ook wel eens alleen bij haar op de thee en ze knipte ook wel mijn haren. Overigens net als mijn tante Diana dat wel eens deed. Linda haar beste vriendin was Daphne en ook die leerde ik kennen. Veel mee gelachen en geouwehoerd. Het waren een soort van echte vriendinnen, zonder bedoelingen. Ik leerde ook de andere mensen uit Linda haar pand kennen, Harm de ex-drummer van de Mo met zijn geluidsstudio in de kelder, Hans de fotograaf, Pieter en Maarten, de eigenaar van de Nastasta.

Daphne ging lange tijd met Harm, maar ze werd slecht behandeld en ging uiteindelijk bij hem weg. Later is ze de Kunstacademie gaan doen. Ik herinner me ook nog een bijzonder verjaardagsfeestje bij Linda. Met alle aanwezigen hebben we 's nachts in een kring elkaars hand vastgehouden en een rituele, sentimentele dans uitgevoerd op Shine on You crazy Diamond van Pink Floyd. In de eerste maanden bij het Kijkhuis ben ik een keer stomdronken geworden.

Puur uit vrolijkheid en niet naar huis willen. Toen de zaak diep in de nacht sloot kon ik niet meer naar huis. Het Kijkhuis werd afgesloten en ik bleef en ging slapen op een paar stoeltjes in de achterzaal. De volgende morgen word ik wakker gemaakt door Wilma. Die had in een spoor mijn schoenen en broek gevonden toen ze aan het werk wilde. Ze was totaal verrast. Ik stond op en voelde me kiplekker en op en top, over de top.

Ik was voor het eerst dronken geworden vanuit pure vrolijkheid en niet uit ellende. Het voelde als een doorbraakmoment, ondanks de drank. Wilma hielp me verder op de been met een ontbijtje en een sapje. Daarna een dubbele cappuccino. Wilma kende ik overigens van de Puchposter uit begin jaren zeventig.

Zit een blond meisje op een Puch, had ik in mijn kamer hangen. En dat meisje was Wilma. Dat heeft me altijd getroffen. Met Marc en Maarten ook veel op stap, ieder weekend en ook door de week. Uit eten, café's, de nachtdisco. En snacken 's nachts bij Hugo Snackcar. En er waren vaak ook andere mensen van het Kijkhuis bij, zoals Jan en Anja. Jan was een vriend van Tom en architect, hij vormde met Anja een hecht stel.

Anja was zelfstandig etaleuse voor modezaken. Ook deed ze de inrichting voor het Kijkhuis en het Videofestival. Ik heb ze goed leren kennen. Er zat een heel kringetje omheen met ook veel losse figuren die soms opdoken. Legendarisch in kleine kring waren de World Wide Video Festivals die het Kijkhuis ieder jaar organiseerde.

Weinig publiek, maar wel veel buitenlandse makers die werden uitgenodigd. Waanzinnig hectische dagen en lange nazitten aan de bar.

Ik introduceer Lester bij het Kijkhuis en hij wordt portier bij het festival. Maarten, Marc, Chris en ik doen de techniek van het starten van de video's, verspreid over de diverse locaties. Ook de weken die eraan vooraf gingen waren druk en levendig. Bijvoorbeeld de catalogus die op tijd af moest zijn, altijd over de deadline heen. Allerlei mensen die van 's ochtends tot 's nachts aan het werk waren.

Met de nodige fricties af en toe. Ook Erik werkte voor het Kijkhuis, later zou hij ook voor het Filmhuis gaan werken.

Ik heb ook nog met Lester later samen video's gestart vanuit de controleroom. Van een festival herinner ik me ook de komst en het verblijf van de Duitse cultacteur Udo Kier.

Een homo die met zijn dronken kop zijn liefde voor Lester bekende die toen portierde. Over Lester zei hij steeds: He's just the doorman. Een andere kwoot van Udo was: Dann treffen wir uns im Buldog.

Ik heb hem toen nog een keer 's nachts overeind geholpen toen hij op de grond ging liggen voor de Nieuwe kerk. Hij kon niet meer overeind komen zo lam. Hij had ook geen cent bij zich, alles moest het Kijkhuis of anderen betalen.

En zo raakte je met allerlei internationale mensen, mannen en vrouwen in contact. Ik heb ook nog de videokunstenaar Servaas geholpen bij het inrichten van een installatie.

Later nog bij hem thuis geweest in Hoorn. Ging zijn dochtertje op mijn schoot zitten. Nog een visje gegeten in de haven. Maar tien dagen later krijg ik opeens allemaal blaasjes op mijn buik en gezicht. Ik denk aan een soa of erger. Naar de dokter en die begint te lachen. Ik heb de waterpokken gekregen. Normaal krijg je dat als kind, komt bij volwassenen zelden voor. Later bleek uit een intentingsboekje bij mijn ouders dat ik inderdaad de waterpokken niet had gehad. Maar in ieder geval wel tien dagen ziekjes binnen moeten zitten.

Maar waar zou ik nu door besmet zijn geraakt? Ik dacht toen na mijn herstel dat het mijn laatste kinderziekte was en dat ik nu echt volwassen was geworden. Was dat maar waar. Het Kijkhuis organiseerde ook een paar maal tv-avonden rondom het werk van Wim T.

Schippers en Koot en Bie. Een maal op zo'n avond aan de bar gestaan met Harry Touw, alias Fred Hachee. Omringd door alleen maar nostalgische mannen. Jaren later zou ik een interview met Harry Touw doen voor Doen. Maar hij krijgt kanker en heeft nog maar kort te leven. Toen dacht ik nog, een reden te meer om hem op te zoeken.

Maar ik kreeg hem aan de telefoon en de man was totaal gebroken en niet in staat tot een interview. Ik heb het daar toen bij gelaten. Ik ben altijd een liefhebber geweest van Haagse humor. Het Kijkhuis werkte ook een keer mee aan een grote tentoonstelling van videokunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik heb daar ook geholpen. Ik was ook op de besloten opening aanwezig waar zo'n honderd genodigden aan tafeltjes een uitgebreide Indische rijsttafel kregen geserveerd. Ik zat naast de theaterontwerper en operaregisseur Bob Wilson.

Aan een tafeltje achter mij zat Brian Eno. Bob Wilson kende ik al van een enscenering van Philip Glass zijn opera Einstein on the Beach, gezien in het Circustheater op Scheveningen. Op het einde kwam Philip Glass nog het toneel op. Ik was toen diep onder de indruk van zijn muziek. Later zou die belangstelling volledig verdwijnen.

Laurie Anderson versus Madonna. Maarten was schoonmaker en had de sleutels van het Kijkhuis. Een paar uitzonderlijke keren 's nachts nog met Maarten en Marc naar binnen gegaan. Dan namen we de zogenaamde Bomba. Een flesje Brandtbier upje en daarnaast een tequila. Een keer legendarische nachtbroodjes in de oven gemaakt met warme paté en druipende camembert. We haalden ook jointjes in de Dizzy Duck in het Zeeheldenkwartier.

Het waren de eersete keren dat ik blowde. Veel gekkigheid die nergens over ging. Marc, Maarten en ik zijn nog eens in een taxi naar onze huizen gebracht. Maarten zou als eerste uitstappen, maar kon dat niet. Laat de meter maar doorlopen, zei hij en bleef minstens vijf minuten in de taxi zitten om bij te komen. Schieten me ineens nog twee festivalgenodigden te binnen.

Tony Ousler en Cindy Klein. En Albert als creatief mede-directeur en programmeur. En zijn latere vrouw Gerda. Ze waren altijd in de stemming voor een laatste drankje en gesprekje. Albert stond op de festivals 's avonds altijd op dezelfde plek. Daar stond hij om bekend. Het jaar daarop komt er een Franse videokunstenares 's middags weer het Kijkhuis inlopen. Het laatste moment van toen ze weg ging was Albert aan de bar. En verdomd, ze komt een jaar later weer binnen en staat Albert daar met een calvados nog steeds, op precies dezelfde plek aan de bar.

En Dino die nog serieus heeft geflikflooid met een dame in de kelder. Willem de Ridder zou een sm-performance geven in het Kijkhuis. Het was verwant aan de gewelddadige, erotische salons van de Amerikaanse Annie Sprinkle.

Ik had daar wel video's van gezien: De performance in het Kijkhuis bestond uit een band die continu muziek maakte en met Willem op keyboard. Dan liep er nog een cameraman rond Jan van Meatball die alles live opnam en waarvan je de beelden direct op monitoren voor het podium kon zien.

De hoofdact bestond uit sm-sessies met een meesteres en een aantal slaven. Zwepen en ook gewichten. Willem de Ridder had carte blanche gekregen en niemand wist wat er van te voren ging gebeuren. De kleine zaal zat vol. Ik was er met Liesbeth, Marc en Linda. Al snel liepen mensen weg. En na een half uur zat er nog een man of tien.

Ik vond het niet aangenaam om naar te kijken, maar wilde toch blijven zitten. Ook kon je je fixeren op de monitoren en dan was het niet echt, maar tv en makkelijker verdraagbaar. Toch zijn Liesbeth en ik net niet tot het einde gebleven en verlieten de zaal. Marc en Linda bleven zitten. Veel nagepraat, ook met Willem en met de sm-ers die meededen. Ze waren ingehuurd van de bekende Haagse sm-salon Domo. Nog nooit zoiets meegemaakt.

En als het Kijkhuis dicht ging, dan gingen we door naar de Pijpela. Een nachtcafé op het Noordeinde. Kwam ik al op woensdagnacht na de bridgeclub. Maar met het Kijkhuis gingen we dan met een heel clubje. Cees benoemde zich dan wel tot de reisleider. Eindigden we in de Schele Indiaan. En Gradje met zijn vriendin. Gradje zei altijd als we naar een nachtkroeg zochten: En dan gaan we zo, dan gaan we zo en dan gaan we zo, en dan zijn we thuis.

Mensen die er ook bij hoorden, Rolf met zijn vriendin Thea en de kleine Gerrit die zelf de videokunst in ging en later een relatie kreeg met de veel grotere en struise Jaqueline. Er hing ook een jonge vrouw bij die overal opdook. Ik kon niet met haar overweg, maar Dino weer wel.

Haags Filmhuis Naast mijn halve baan op kantoor en het vrijwilligerswerk in het Kijkhuis had ik nog volop tijd over.

Ik ben toen het Filmhuis aan de Denneweg binnengestapt en gevraagd of ze nog vrijwilligers konden gebruiken. De eerste directrice, Dorine, was net weg en werd opgevolgd door het producentenduo Kees en Denis. En ik kon gelijk aan de slag als leerling-operateur.

De nieuwe directie programmeerde iedere dag een klassieker in de cinematheek en er werden meer dingen georganiseerd. Ik denk nu aan de festivals rondom Audrey Hepburn en Jeanne Moreau.

Beiden waren ook aanwezig. Het waren de hoogtijdagen dat het Filmhuis het grootste filmhuis van Nederland was. Ook werden er vanuit het Filmhuis films geproduceerd.

Het was in die jaren een levendige bijenkorf met veel mensen die met film bezig waren. En wij die aan het kantoor waren verbonden vormden een kleine, hechte familie: We zagen elkaar dagelijks en aten ook vaak in het Filmhuis of gingen eten bij toko Frederik.

Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Maar ik wilde meer dan alleen projecteren en ondernam eigen initiatieven. Ook was ik een voortrekker rondom de automatisering en verleende ik hand- en spandiensten voor de administratie. Later werd ik betrokken bij de vrienden van het Filmhuis. Ik organiseerde mede tientallen zondagmiddagprogramma's. Ik inviteerde voor een programma allerlei Haagse filmmakers die ik had leren kennen. Ook heb ik met Nico de piano voor het Filmhuis gekocht.

Daar werden zwijgende films mee begeleid door een paar bekwame, jonge pianisten. Van Nico kwam het idee om een Haagse filmprijs in te stellen ter gelegenheid van de toen gehouden Haagse Salon in Pulchri. Er kwam een eenmalige uitreiking van de Willy Mullensprijs die gewonnen werd door Heimrich Faassen voor een video-installatie. Verder deden vrijwel alle Haagse film- en videomakers mee.

Van Nico Bunnik tot Paul Driessen. De fraaie oorkonde en koker was gemaakt door Marc. In de jury zaten in ieder geval Lilly en Gert. De eerste voorzitter was Sjoerd, later Nico en daarna Erik. Ik herinner me nog een mooie zondagmiddag en de vrienden het filmpaar Jaques Demie en Agnes Varda hadden uitgenodigd. Ik was van beiden hun -tegengestelde- werk bijzonder enthousiast.

Het werd een genoegelijke middag en ontmoeting. Met weemoed denk ik terug aan al die bar- en kassameisjes, aan al die uren voor de bar, vooral als Willy er achter stond. Hij bracht weer zijn eigen mensen mee. En altijd lekkere muziek. Willy zorgde ook voor de legendarische Filmhuisfeestjes die een tijd lang iedere maand werden georganiseerd. Ook werd er ieder jaar een gezellig personeelsuitje georganiseerd, zoals een keer naar Tim Burton's Batman en een nazit in de Cocktail Lounge in het Zeeheldenkwartier, georganiseerd door Eljo.

Ik denk verder nog aan Barbara met haar noorderlijke accent, Willemien, Els, Irmgard, Domenique, Guido de brombeer die later ging met het zusje van Carlie, Ingrid , Jan de wiskunde-operateur, inval-operateur Theo, de lekkere Nicolette, Jannah en haar moeder Liesbeth, Tom met wie ik het cryptogram van zaterdag uit de Volkskrant en NRC wel mee deed en ging later met Angelique en nog zo veel anderen.

Zoals Marcel, de vrijwilliger in de bibliotheek Kees, de barman en conservatoriumstudent. En ook de fotograaf Lars, die wilde ik vragen voor de hoofdrol in mijn drama-video. Maar in de periode van opnamen zat hij voor lange tijd in het buitenland. Toen moest ik de rol spelen. Natuurlijk de charmante Zizi met Italiaanse invloeden. De Vlaamse operateur Eric die contrabassist was, de aantrekkelijke Willemien. Beiden beginnend fotografen en een stel. Hans achter de bar en Annemarie achter de kassa.

Hij met bril, zij klein. En dan waren er nog twee Karinnen, de ene wilde in de publiciteit werken en de andere was net van de fotovakschool, de laatste Karin was een bekende van Edo en Marco. En Maarten heeft ook nog een tijdje achter de bar gestaan. Hij had toen een korte, onzichtbare relatie met Carlie. Later stond ook Wilma van het Kijkhuis achter de kassa, vanwege haar relatie met Rien die Kees en Denis was opgevolgd als directeur van het Filmhuis. Herinner me nu ook nog André, was een soort van stagiair of iets, was wat ouder dan ik en manusje van alles.

Een bijzondere herinnering is Tjitske, een heel mooie jonge vrouw die zwanger werd en nog mooier. Niet van mij, nooit iets mee gehad. En Anniek, die was net van de filmacademie af. Had een korte Sinterklaasfilm gemaakt. Die werd later uitgezonden op tv. Ik heb er voor gezorgd dat de film ook minstens een week in het Filmhuis heeft gedraaid als voorprogramma. En Kees-barman kreeg wat met Anniek of andersom. En dan was er nog het leuke zusje van Denis dat Nederlands studeerde.

Monica, ze werd kassameisje. Veel mee gepraat en geflirt. En dan waren er ook de onbekende liefdeslevens van Kees Dorine en Eveline en later de bedrijfsleidster van Schlemmer en Denis in ieder geval kort Eljo , die later trouwde met de mooie en elegante Simone.

Ik kon goed samenwerken met Denis. En in zijn slipstream zaten er voor korte of langere tijd allerlei productiemensen in het Filmhuis, vanwege de productiemaatschappij AllArts van Kees en Denis.

Maar ik bemoeide me alleen met het Filmhuis en de familie die we daar met elkaar vormden. Toch was die synergie het succes van het Filmhuis. Veel namen, veel mensen en dan ben ik er nog een aantal vergeten.

Zoals dat schonkige jonge meisje dat achter de kassa stond, heel meisjesachtig. En heete dat dikke meisje niet Lisa? En de boekhouder achter de Sperry, de computer die ik later thuis kreeg als mijn eerste eigen computer.

Later nam Hans met zijn vrouw en bedrijfje de boekhouding van het Filmnhuis over. En dan nog twee gezichten zonder namen; een jong meisje, vrouw met kort haar, niet uit Den Haag afkomstig, kassameisje.

Net als -ik noem haar maar zo- Nathalie, een dame van Franse afkomst, ook achter de kassa. Later had ze wat met Erik, heette ze niet Tina? Erik woonde tot hoge leeftijd nog bij zijn ouders.

De bloedmooie dochter van Paul Driessen, de boze buurman Jan die op een feestje in het Filmhuis voor mijn neus met zijn dronken kop honderd gestapelde bierglazen van de bar afschuift. Een jarenlange vete over geluidsoverlast. Politie erbij, heibel en mee naar het bureau. Maar dat was een van de schaarse onaardige figuren in het leven. Net als de exhibitionist die regelmatig in een te kort sportbroekje urenlang op de bank in de foyer kwam zitten op een kopje koffie. En dan ineens trok hij zijn broek naar beneden voor een kassameisje als er verder niemand bij was En dan de vaste bezoekers.

De oude vrouw die met de bus kwam, de Pakistaanse heer, alleen, maar met een hele familie thuis, filmverslaafd. De leveranciers en de buren van de Resident, of de Kunstkring Er gebeurde van alles, iedereen was bezig, met werk of met de liefde. Een hilarische anekdote vond ik het verhaal van Carlie die net van haar vriend Piet af was en die achter de bar stond. Piet kon zich soms niet bedwingen en dan kocht hij impulsief computerspullen. Zonder dat te overleggen. En als Carlie dan thuiskwam dan stond Piet te stofzuigen en dan wist ze al hoe laat het was: Piet had weer wat onverantwoordelijks gedaan.

We noemden dat verschijnsel 'de schuldzuiver', een begrip dat wel vaker van toepassing bleek op al die relaties die je om je heen zag. Later werd de grote liefde van Carlie, Guus.

Een aardige vent en vormgever. Hij had nog eens het idee om een video steeds door te geven en dat de ontvanger dan een kopie zou maken en die weer doorgaf. Uiteindelijk zou er een kopie ontstaan van slechte kwaliteit. Ik zag wel wat in dit soort conceptideeën. Hij was ook betrokken bij theater Zeebelt, om de hoek bij het Filmhuis. Ik kwam daar ook wel. Het werd geleid door de wat oudere Joop. Ben nog bij hem thuis geweest om over de jaren zestig te praten. Hij was mede-oprichter geweest van Oor en had alle jaargangen mooi ingebonden.

Ook circuleerde rond het Filmhuis een vormgeversduo, Wout en Ben. Wout ging nog een tijdje met de Indische Els. Er was veel mogelijk in het Filmhuis en iedereen kon zich daar ontplooien. Ik had daar verder weinig mee te maken, behalve dan als bezoeker.

Ik zat ook helemaal in de nieuwe media. Door het festival met veel dingen kennis gemaakt en veel interessante mensen ontmoet. Zoals William Gibson, de bedenker van het woord cyberspace. Lester en ik namen hem op een avond nog mee naar de Doubletstraat, het hoerenstraatje dat ook een vorm van virtual reality was.

En dan eerst langs het standbeeld van Spinoza. William Gibson was amazed. En ook de telepresence en virtual reality-pionier Scott Fisher kan ik niet ongenoemd laten. Hij werkte bij de NASA en kwam een paar dagen naar het festival. Een indrukwekkende man en visionair. Jammer alleen dat virtual reality eigenlijk nooit is doorgebroken. Door mijn werk voor het Filmhuis kreeg ik ook ieder jaar een bioscoopkaart. Kon je gratis naar alle Haagse bioscopen en mocht je een introducee meenemen voor half geld.

Heel veel gebruik van gemaakt. Ik herinner me nog het laatste twijfeljaar of ik de kaart wel kon krijgen. Het boterde niet tussen mij en de bedrijfsleidster Ina Annemarie was vertrokken , maar ze kwam me de nieuwe kaart hoogst persoonlijk uitreiken.

Ik hoorde er nog steeds bij. En dus heel veel films gezien, alleen en ook met Lester, in het Filmhuis en in alle andere Haagse bioscopen. Ik hield niet van tv, maar wel van de onderdompeling en concentratie van een donkere zaal, een groot doek en goed geluid. Film was een grote passie. Legendarisch was het afscheidsfeestje in van de Denneweg, de verhuizing naar het Spui. Ik organiseerde het met Erik en met Willy. De stoelen waren al uit zaal 1 en werd de tweede danslokatie, naast de bibliotheek.

Overal was film te zien en de aankleding was verder aangevuld met grote decorstukken uit de films van Peter Greenaway. Ik heb een deel van de party met Edo op video vastgelegd. Er is ook een dvd van die ik nog naar het Filmhuis moet sturen. Een mooie herinnering en afsluiting van de Denneweg. Mijn favoriete plekje in het Filmhuis was het alkoofje naast de ingang. De wat donkere video kun je op YouTube bekijken: Het was niet een deel van mijn leven, het was toen mijn leven.

Een club cineasten en videoten met een werkplaats in de Van Woudenbergstraat. Ze organiseerden later ook avonden in het Paard toen die een eigen kleine filmzaal kreeg. Ik had er verder niks mee te maken, maar kende de meeste mensen wel. Ik kwam ook op de avonden.

In de kring zaten namen als Paul de M. Een maal op de werkplaats geweest vanwege mijn latere docu-drama-video. Ik heb daar toen ook de steen uit De Steen in de vensterbank gezet. De steen had ik eind december in de kou van een gesloopt parkeerterrein naast Artis gevonden en meegenomen.

Was nog een heel gewicht. Misschien staat die steen er nog wel. Een ongelofelijk tentje in vele opzichten. Het was er verschrikkelijk vies en smerig en het herentoilet was het dieptepunt. Het was ook een mannencafé, voor de jonge Haagse rock-'n-rollers. Vrouwen voor en achter de bar waren schaars, maar als ze er waren kregen ze alle aandacht. Hier ontstond ook een vriendenclub met Marco en Edo later ging hij steady met de wat oudere Ernie, no kids, two cats en de fotograaf Desmondo met zijn vriendin Sandra.

Ik heb hen goed leren kennen. Ik kwam ook bij San en Des thuis over de vloer. Desomondo zit nog met een rolletje in de Steen en Sandra ook, alleen beeld.

De stem is van Liesbeth. Maar dat was in En dan waren er nog de broers André en Willem die een rockband vormden onder de naam The Maniac Mulocks met Joachim op keyboard, zijn broer Joshua op bas en Marco op drums, André en Willem gitaar. Altijd ouwehoeren over muziek en de Stones waren hun voorbeelden. Opvallend was ook dat de GJ vaak na sluitingstijd nog gewoon bleef doorschenken, wel tot vier, vijf uur 's ochtends. Nooit enig probleem met de politie. Soms was de deur al dicht, maar dan tikten we op het raam, werden we binnengelaten en ging de bar gewoon nog een paar uur open.

Wat een tijd daar doorgebracht en verspild. Vooral met Lester en Dino, verspilde tijd, maar wel een fantastische tijd. Een keer ben ik 's nachts uit mijn dak gegaan en heb ik met ontbloot bovenlijf op een zomeravond op een tafel staan dansen.

Jaren erna moest ik dat nog aanhoren. Maar het was allemaal vrolijkheid en geen agressie of problemen. Later ging Willem met de jonge Blanche, een van de weinige vrouwelijke bezoeksters van het tentje. Emma de bouvier en nog een glad monster. Apart toilet en sleutel voor het damestoilet, was ook hard nodig.

Wie daar ook wel kwamen en die ik sprak: Adje Lagerwaard en Michel van Rijn. We zaten ook zomers altijd buiten bij de Ganja, de GJ. En dan liep je een stukje door en dan keek je tegen de achterkant van hotel Des Indes, op een balkonnetje bij een achterkamer. Wij -Lester en Dino- noemden dat het Mussolinibalkonnetje. Als we nog eens geld hadden dan zouden we die kamer afhuren voor een klein bacchanaal en we zouden dan vooral vanaf het balkon over de Denneweg heersen. Het Paard Hoe ik bij het Paard terechtkwam weet ik niet meer precies, mogelijk door een contact met Petra die toen de programmering deed.

Ik leerde haar kennen en ging wat computerklusjes op kantoor doen. Ook had ik een goed contact met de directeur, Herbert. Later ben ik de staf- en bestuursvergaderingen gaan notuleren. Een aardige en ook wel belangrijke rol; ik wist overal van. Een maal zelfs ingesprongen toen tijdens een bestuursvergadering Herbert zijn ontslag aanbood vanwege een terroriserende portier waar het Paard niet vanaf kwam. Ook heb ik nog een goede rol gespeeld toen de gemeente een ton op het Paard wilde bezuinigen.

Met Marianne heb ik een plan op touw gezet om in de gemeenteraad te protesteren. Iemand verzon de slogan: They Shoot Horses Don't They.

Ik heb toen een tiental T-shirts ontworpen met daarop het skelet van een paard en de slogan. Ook schreef ik de speeches van Herbert en een vrijwilligster toen ze tegen de korting in de gemeenteraad hun bezwaren mochten inspreken.

Ook was Hans van den Burg er met zijn gitaar en zong een protestliedje. En het had succes. De bezuiniging werd verlaagd tot Zelf stond ik niet op de loonlijst maar werd betaald met muziek- en computerspullen die ik aanschafte. Verder werkten in het Paard nog Marco bij de techniek, Elsa voor de publiciteit, Martin als manusje-van-alles, Jan de timmerman en later Chris voor de culturele programmering Ik heb ook nog drie grote feesten in het Paard georganiseerd.

Daar schrijf ik nog apart over. Het was een initiatief van Eelco die ik in de Paas had leren kennen. Hij was stenograaf in de Tweede Kamer, maar zijn droom was een eigen uitgeverij. Hij was een dromer en luchtfietser, maar het kwam er uiteindelijk toch van.

Ik hielp Eelco met de financiën, automatisering en publiciteit. De doorbraak kwam toen de SDU de papieren uitgeverij een half miljoen gulden leende. De SDU was net verzelfstandigd en had een grote bruidsschat meegekregen.

En aldus kon de droom beginnen. Kantoortje, een paar mensen in dienst Meta en Joyce voor de beeldredactie, daarnaast Bram als vormgever en adviseur Maar dat alles ging zeer moeizaam. Vanaf het begin af aan voorzag ik een mislukking.

Er kwamen te weinig titels uit. Eigenlijk is er maar één groot boek verschenen, Treindesign, over de ontwerpen van Nederlandse treinen.

Zag er prachtig en goed verzorgd uit. Het was voor mij veel tussen Den Haag en Amsterdam reizen, maar ik kon beginnen wanneer ik wilde. Vaak ook 's avonds werken. Dan laat de metro in om de laatste trein te halen. Dan nog in Den Haag ergens een afzakkertje halen. Op een gegeven moment moesten ze overal mee stoppen en wilde het geld terug.

Dat was er nauwelijks meer en AHA Books hield op te bestaan. Net daarvoor was ik al vertrokken, het beviel me totaal niet. Nog een mooi moment was toen we op een museumbeurs in Den Haag stonden. We gaven twee boeken uit nota bene in samenwerking met de museumacademie waar ik op had gezeten. Het gaf een goed gevoel toen ik de boeken aan mijn ex-docenten kon geven. Ik was toen wel een beetje -aan de buitenkant- een yuppie in die tijd. Een culturele yuppie, maar zonder geld. Tijdens die beurs ontmoette ik ook een aantal studenten die toen op de Reinwardt Academie zaten.

Een lief en aardig meisje was Annet. Later mee afgesproken en haar nog bezocht op een stage-adres in Antwerpen. Een kleine, liefdevolle romance. Maar ik was niet op zoek naar een relatie.

Korte, bedwelmende, bevrijdende sex. Ik ken mensen die over Eelco een boek kunnen schrijven. En veel geleerd in het uitgeversvak. Operatie luchtbel in boekvorm. Lester Lester leerde ik in kennen, ik was toen twaalf jaar en net verhuisd van Bezuidenhout naar het sjiekere Benoordenhout. Ik werd toen voor een paar jaar ook min of meer een kakker Later meer progressief en neutraal. Een liberale socialist en rationeel humanist, of humanistisch rationalist.

Maar over politiek, religie, en multi-cul gaat mijn verhaal niet. En maar zijdelings over teluhvisie. Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd. In leerde ik in de straat Joan kennen en werd een goede symfonische-rockvriend. Zijn vier jaar oudere broer was Lester. Leerde ik oppervlakkig kennen. Ook een groot leeftijdsverschil. Bovendien wilde Joan niet dat zijn vrienden contact hadden met Lester. Het was en is altijd water en vuur tussen beiden gebleven. Maar Lester kon heel goed piano spelen. Hij speelde boogie-woogie, jazz en popnummers van blad.

Grote bewondering, vooral voor pianisten. Ik ga mijn eigen weg en sla nieuwe wegen in. Ik kom Lester nog een keer bij toeval tegen. Begin jaren 80 heb ik iets te vieren met mijn familie en op een zomerse zaterdagavond lopen we over de boulevard op Scheveningen.

Stom toevallig zie ik Lester bij een strandtent zitten piano spelen, met de Zomerband. Ik was toen reuze opgewonden en ben met familie naar de strandtent gegaan. Heb ik Lester in de pauze gesproken. Ik kende toen vrijwel niemand en zeker niet iemand in de muziek Een paar jaar gaan voorbij en ik zit al in het hectische leven van het Kijkhuis en Filmhuis.

Ik kom Lester tegen in het uitgaanscircuit en we ouwehoeren over van alles. We delen een zelfde voorkeur voor muziek en films. Hij vertelt over zijn muziekleven en ik over mijn activiteiten. Hij is nieuwsgierig naar het Kijkhuis en ik neem hem een paar keer mee. Zo leert hij andere mensen kennen. Hij wordt ook medewerker van het Word Wide Video Festival. Met mij starten we video's vanuit de controlekamer, het jaar daarop is hij portier en de jaren erna vertaler.

Daarna volgt het Filmhuis en worden we bijkans onafscheidelijk. Lester ging altijd gekleed in een fourties-look met hoed op. Pakken met brede revers en two-tone-shoes. Een levende Humphrey Bogart. Hij wilde ook verder in de film, met acteren en regisseren. Voor acteren schreef hij zich in bij castingbureau Harry Klooster. Later schreef hij het script voor een fim-noirethriller, genaamd Kiss The Dust.

Is niks van terechtgekomen, maar hij heeft wel her en der geacteerd. En hij deed hier en daar computerklusjes en niet te vergeten Engelse vertalingen. Na de middelbare school had hij een jaar Engels gestudeerd in Oxford. Altijd een Anglofiel gebleven. Lester was ook een specialist op het gebied van special-effects in de film.

Bij een aflevering van het festival Image and Sound heeft hij er een heel aardig boekje over geschreven en een programma ingevuld. Ook deed hij toen een interview met de special-effects pionier en nestor Ray Harryhoussen. Lester was een binnenzitter, het liefst altijd achter de pc, maar ook wel het terras. Een paar keer heb ik hem onaangekondigd meegenomen voor een uitstapje naar Scheveningen. Ik herinner me een zomers middagje met een Corona-surfbiertje met een stukje citroen in de hals van de fles op strandtent de Seagul.

Ik zie ons ineens 's avonds laat lopen over het strand op zoek naar een andere strandtent waar een feestje was met veel bekenden. We hadden zes voorgedraaide joints bij ons die we voor de avond met pen hadden genummerd. We begonnen bij number one en eindigden bij de gevreesde number six.

Het heeft heel lang geduurd voor we de strandtent vonden en dat zal wel door number three zijn geweest. Ik herinner me van de avond alleen nog Maarten in zwembroek die spontaan een rare dansact deed met een surfplank. Number six rookten we op de lange terugweg. In die jaren betaalde Lester om principiële redenen geen kijk- en luistergeld. Hij keek niet naar de Nederlandse omroepen en wenste alleen te betalen voor waar hij wel naar keek.

Jarenlange, slepende rechtszaak die Lester bleef doorzetten. Uiteindelijk toch doodgebloed en nog later zijn de kijk- en luistergelden opgenomen in de algemene belastingen. Ik ben nog bij een rechtszitting geweest, met Lester en Linda. Linda schreef er een stukje over in het Binnenhof. Ik herinner me nog een verjaardag van Lester, aan het begin van de lente.

Toen zijn we naar hotel Corona gegaan op het Buitenhof en om te beginnen hebben we daar ieder 's middags een cassis gedronken in de serre. De rekening heb ik nog in een doos liggen. Ik ging ook wel avonden en nachten alleen op stap.

Geen vrienden mee, alleen op zoek naar verhalen en mensen. Ook genieten van de stad. Als ik met Lester aan de zwier ging noemden we dat wel zwerfzuipen. Lijstjes Ik heb wat met lijstjes, maar ook helemaal niks. Ik hou ervan, maar ze laten me vaak ook koud. Waarom hou ik van lijstjes? Hieronder mijn actuele top-5 met beste Beatlenummers.

A day in the life 2. Happiness is a warm gun 3. Love me do 4. I'am the walrus 5. Let it be Lijstjes suggereren een macht en greep op de werkelijkheid. Het rangschikken en ordenen van gedachten over de wereld: Vooral mannen houden van lijstjes, van lijstjes-lijstjes. Mannen houden niet van boodschappenlijstjes of dingen-nog-te-doen- lijstjes bij een verhuizing.






Geile blote meiden penis likken


Rampling volgt als actrice altijd haar instinct. Het hoogste salaris en de meest ambitieuze Hollywood-projecten -- altijd gemeten in budget -- interesseren haar niet. Opmerkelijke rollen, opmerkelijke regisseurs, dat telt. Alles wat ik nodig heb, is kwaliteit'', zegt ze na de draaidagen in Oostende. Ook gereputeerde namen maken weleens vergissingen, en hun mislukkingen zijn vaak de ergste. Het zijn niet meer de grote namen als Woody Allen Stardust memories , en Sidney Lumet The verdict , die haar vragen voor prominente hoofdrollen.

Ze is meer te zien in onbeduidende tv-films dan in de bioscoop. En de schaarse rolprenten die wel in roulatie komen, zoals The wings of a dove , trekken bijna geen toeschouwers. Voor filmliefhebbers onder de dertig is Rampling een vergane glorie, een verbleekte ster uit het verleden. Een naam op de hoezen van smoezelige videobanden die niemand nog huurt.

Haar instinct voor fascinerende rollen, hoe ongewis ook, redt haar van een anonieme ondergang. De onbekende is dit keer de talentvolle Franse regisseur François Ozon. Hij heeft geen geld. En ook geen uitzicht op financiering. Hij heeft nauwelijks meer dan een idee voor een film, maar hij wil die met haar maken. Hij wil de schoonheid van rimpels filmen, vertelt hij haar met zijn vriendelijkste glimlach. De schoonheid van ouderdom, zonder make-up geacteerd, zonder filter geschoten.

Rampling zal 95 minuten onafgebroken in beeld zijn. Ze hoeft alleen maar toe te happen. Het wordt geen gemakkelijke productie. Het geld dat Ozon nergens kon vinden, komt ook niet uit de lucht vallen zodra hij kan schermen met de naam van Rampling.

Hij neemt een gok: Het laatste restje krediet van Rampling en het eerste, voorzichtig opgebouwde krediet van hemzelf, halen uiteindelijk voldoende productiebedrijven over de streep. Uit Duitsland, Japan en Italië. Een halfjaar later kunnen ze de film voltooien. Het resultaat is Sous le sable , dat onmiddellijk wordt herkend als een meesterwerk. Het toont het verdriet van Marie Drillon. Haar man verdwijnt tijdens een dagje uit aan het strand.

Zomaar, zonder een spoor achter te laten. Niemand die kan zeggen of hij is verdronken of weggelopen. Met haar dubbelzinnige blik en een stem die op hetzelfde moment alles en niets verraadt, weet alleen Rampling alle conflicterende en verwarrende emoties over te brengen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze uit de kleren gaat, is even overtuigend als toen ze doorbrak met Il portiere di notte. Haar aanwezigheid schroeit van het doek. De glansrol zet Rampling terug in het centrum van de aandacht.

Vele mensen zien haar weer eens. Nieuwe filmliefhebbers ontdekken haar, en ze fluiten de jury op het filmfestival van San Sebastián uit als Sous le sable niet alle prijzen wint. Nog geen jaar later krijgt ze een ere-César voor haar hele oeuvre.

En, het belangrijkste, ook regisseurs weten haar weer te vinden. In dit nog altijd prille decennium gaf ze al meer intrigerende vrouwen gestalte dan in de hele jaren De Internet Movie Database geeft maar liefst vijf titels, in verschillende fases van productie, waaraan Rampling meedoet. Dat juist Sous le sable voor een ommekeer zorgde, is geen toeval. De rol van Marie Drillon is de rol van Ramplings leven. Voor het eerst gaf ze artistiek uiting aan het grootste verdriet uit haar leven.

De rouw om de echtgenoot in de film is de rouw om haar oudere zuster in het echte leven. Sarah Rampling was 23 toen ze in overleed aan een hersenbloeding. Zij was Charlottes soulmate , ,,ongeveer de enige vriend die ik had.

Samen zongen ze als The Rampling Sisters Franse chansons in donkere nachtclubs. Tot hun vader, een strenge kolonel bij de Navo, daar een eind aan maakte. De jonge Charlotte ° 5 februari had tot dan een onbezonnen, losgeslagen leven geleid.

Het swinging London van de jaren was de ideale plek om te rebelleren tegen de vader voor wie ze nooit iets goed kon doen.

Ze vroeg op haar vijftiende aan een vriend van haar vader of hij met haar naar bed wilde. Ze werd drie keer zwanger, en elke keer onderging ze een abortus. De volgende dag stond ik alweer te tennissen. Charlotte Rampling leed aan anorexia en was vreselijk in de war. Ze vluchtte naar ashrams in India en reisde enkele maanden met zigeuners door Afghanistan. Later kwam ze terecht in een boeddhistisch klooster in Eskdalemuir, in Schotland.

De ,,geile'' Tibetaanse monniken die uit China waren ontsnapt, bevroren er van de kou. Ze bleef net zo lang tot de kalme en zwijgzame atmosfeer haar tot rust had gebracht. Ook als actrice veranderde ze voorgoed. Na haar ontdekking in een reclamespot speelde ze een slanke, goed gebouwde en bleke brunette in The knack Ze leek voorbestemd voor een carrière als archetypische schoonheid-met-hoge-jukbeenderen tot ze zou verwelken en zou worden vervangen door de volgende inwisselbare schoonheid.

Maar ze koos een ander pad. Ze kon geen entertainment meer maken. Ik kon geen lol meer hebben. Ze beklaagt zich over de leegheid en de nep van de entertainment-industrie. Ook de toen al sterke marketingmachine, gericht op de sterrencultus, wijst ze af. Het leidt er alleen maar toe dat acteurs de verhalen gaan geloven die over hen worden verteld -- en zo hun eigen talenten verwoesten.

Ik werk niet met iemand voor wie ik geen sympathie heb en wiens ideeën tegengesteld zijn aan de mijne. Ik wil regisseurs die me uit mijn eigen mysterie halen en me van het gebaande pad halen'', wees ze onlangs als constante in haar rollen aan. Maar wie is Chanel anders dan Chanel? En zie je me al in de rol van Jackie Onassis? Ik kreeg nochtans de kans om Jackie Onassis te spelen. Dat is toch pure waanzin? De films die, met haar aanlokkelijke hoofd op het affiche, van de lopende band rolden, vindt ze de minste uit haar oeuvre.

Begrijp het niet verkeerd. Ze heeft niets tegen films die de hypocrisie van het leven bedekken met aangename muziek, aangename acteurs en aangename verhaaltjes. Maar het zijn niet de films die zij kan maken. Als ze de keus heeft tussen twee rollen, dan duikt ze altijd op de mooie en gevaarlijke. Ook al weet ze dat ze daarvoor diep in haar eigen psyche moet graven.

Als het moet tot op de bodem, zoals in Sous le sable. Halverwege de jaren stond Rampling op het toppunt van haar roem. Haar rol in Il portiere di notte The night porter uit van Liliana Cavani veroorzaakte een schokgolf.

Het was een van de grote schandaalfilms in die tijd. Rampling speelt het concentratiekampslachtoffer Lucia Atherton, die twaalf jaar na de oorlog haar vroegere beul ontmoet. De beul, opnieuw een rol van Dirk Bogarde, werkt als nachtportier in het Weense hotel waar Lucia en haar echtgenoot verblijven. Stap voor stap vallen ze terug in hun sadomasochistische relatie. De herinneringen aan de martelingen zijn niet alleen bitter. De film werd geschoten in een kil ziekenhuis, dat al vijftien jaar leegstond.

De verhouding met Cavani was slecht. Een harde, ondoorgrondelijke vrouw die haar acteurs nooit helpt met hun rol, maar zich vooral concentreert op het theoretisch traktaat dat de film moet worden, vond Rampling van haar. Ze steunde op Bogarde, met wie ze een eigen visie op het verhaal van schuld en boete probeerde te drukken. Alle Vrouwen Ik hou van alle vrouwen Mijn hart is veel te groot, Mijn hart is veel te groot. Daar ben ik mee geboren Daar ga ik ook mee dood, Daar ga ik ook mee dood.

Ik hou van alle vrouwen Dat is een groot verdriet, Ja, dat is een groot verdriet. Met één kan ik maar trouwen En daarom trouw ik niet, En daarom trouw ik niet.

Ik hou van alle ogen Ik kijk er zo graag in, Ik kijk er zo graag in. Hoe meer ik word bedrogen Hoe meer ik ze bemin, Hoe meer ik ze bemin.

Ik hou van heel het leven Het leven om een vrouw, Het leven om een vrouw. Om ieder wat te geven Ben ik ze allen trouw, Ben ik ze allen trouw. En het is nu eenmaal zo - dit zult u ook ervaren en dit ervaart iedereen - dat je in je leven dingen hebt die vervelend zijn, en dingen die minder vervelend zijn. Over de dingen die minder vervelend zijn, daar kun je met een zeker animo over schrijven.

De andere dingen laat je dus weg, maar daarmee is het geheel dat een autobiografie zou moeten zijn natuurlijk verbroken. Door de vervelende dingen of de te pijnlijke weg te laten, vervals je de werkelijkheid.

Door de komst van Italiaanse immigranten werd er al voor de oorlog veel Italiaans ijs verkocht. De bekendste Italiaanse familie is de familie Talamini die meerdere ijssalons hadden. Hun bekendste zaak is en was Florencia aan de Torenstraat. Vermaard door zijn ijs, beroemd door al het verschillende volk dat daar van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, binnen of buiten, koffie staat te drinken. Een pleisterplaats waar ik ook regelmatig een cappuccinootje heb gedronken.

Midden in de stad. Maar ik kende Florencia ook al van vroeger, uit de jaren zestig. Toen at ik er met mijn vader en moeder, en mijn niet veel oudere zus, wel eens een ijsje. Ook maakte Florencia de voorloper van de magnum en die in alle Haagse bioscopen werd verkocht. Ik herinner me die nog goed: En dat herinner ik me dan ook weer goed omdat ik als kind, verschillende malen in Florencia ben geweest op een bijzondere manier. Toen ik tien, elf jaar was, kwamen naast ons in Bezuidenhout nieuwe buren wonen.

De familie Goemans met hun drie dochters gingen verhuizen. Melanie, Monique lesbisch en Margreet. De vader werkte bij de BVD. Daarvoor in de plaats kwam een jong stel met twee jonge zonen, de familie Tettero met de jongens Patrick en Oscar. Hun vader Peter dreef een familiezaak die in de regio Den Haag alle ingrediënten voor ijszaken leverde.

Iedere dag trok hij er met zijn grote bus op uit. Maar in de twee zomers dat ik er nog woonde mocht ik met Peter een aantal dagen mee met de bus. In een kleine opslagplaats werden de bestellingen ingeladen en dan werd er een route gereden langs veel ijszaken. En ik mocht mee om te helpen sjouwen, maar het ging om de lol dat ik overal beloond werd met een ijsje.

Wat ik maar wilde. Ik heb me op die dagen bijkans misselijk gegeten aan de ijsjes en slagroom. Ik was dol op goed schepijs. En zo kwam ik ook bij Florencia en kon ik een kijkje nemen in de fabricage-afdeling, achter de zaak.

Daar stond de grote ijsmachine waar de vanille-ijsjes op een stokje in een chocoladebad werden gedompeld. En ik was de blonde bambino en of ik nog trek in een wafel met drie bolletjes had. Altijd, ik sloeg nooit wat af. En ook kwam ik een paar keer op de Veenkade bij een telg uit de Talamini-familie in de zaak die ook Talamini heette, om de hoek bij de oude grote bibliotheek. Ik ben ook bij de familie in hun woonhuis boven de zaak geweest. En dan sprak de oude Talamini over Italië.

En altijd op het einde, of ik nog een ijsje lustte. En niet voor het eerst dat ik zoiets deed. Als kind ben ik ook verschillende malen hele dagen met Gerrit de schillenboer mee geweest. Die kwam 's ochtends vroeg met zijn paard en wagen langs en dan vroeg ik of ik kon helpen.

Spring maar op de bok, zei hij dan. En dan ging ik portieken in om de mandjes met schillen en afval op te halen. Gek dat ik dat gedaan heb. Mijn ouders vonden het prima. Ik was ook graag op straat, altijd bezig, actie. Ik wilde ook wel helpen bij het Hus-bakkerswagentje en melkboer Van Der Steen die langs de deur kwamen, maar die stonden dat niet toe.

Als jonge tiener nog gewerkt in de snoepkeet van zwembad Overbosch en ik was zestien met mijn eerste baantje als kassier van bioscoop Du Midi. In werd mijn eerste kind geboren. Mijn verhaal begint in als ik uit militaire dienst kom. Een verschrikkelijke diensttijd en ik was blij dat ik eruit kon. Daarvoor had ik al gebroken met mijn vriendin V. Een tragische liefde met een later tragisch einde, maar ik wilde er niks meer mee te maken hebben.

Ik was vrij en daar stond ik dan in Den Haag. Ik had nog een paar vrienden die een eigen leven hadden en verder kende ik vrijwel niemand. Ik zat nog wel op mijn bridgeclub. Maar ik wilde daar niks mee doen, ik wilde een simpel baantje en vooral genieten van het leven na een jarenlange geïsoleerde relatie. We hebben ook korte tijd samengewoond, maar dat was geen succes. Daarna alleen maar op mezelf gewoond en nooit meer overwogen om samen te wonen.

Een kantoorbaantje voor halve dagen vond ik via een bekende van de bridgeclub, via Piet Hein. Ik kon bij hem op de administratie en boekhouding komen werken. Gedaan en door alle jaren heen altijd kantoorbaantjes gehouden in de financiën en boekhouding. Erg spannend was het allemaal niet, maar het gaf een zekere basis. Bovendien gaf een kantoorbaantje veel ruimte voor andere dingen.

En bedenk dat ik het eindjaar ook heb gekozen vanwege de komst van internet toen. Al mijn verhalen gaan van voor internet, maar wel van de opkomst van de fax en de voice-mail. Ook nog geen mobieltjes. Er kwamen wel meer tv-kanalen, maar daar keek ik nooit naar.

Geen zin en geen tijd. En natuurlijk de opkomst van de pc en de printertjes. Je kon zelf een kantoortje beginnen en je eigen projecten met al die nieuwe middelen opstarten. Maar daar stond ik dan, op de stoep voor mijn kamer op het Sweelinckplein in het Statenkwartier. Uit mijn dienstijd heb ik een vriend overgehouden, Chris. Chris had de school voor journalistiek gedaan en hij kende in Den Haag weer een studiegenoot, Walter, die zijn vervangende dienstplicht deed bij het Kijkhuis in de Prinsestraat.

Een instelling voor kunstvideo's en een podium voor geïmproviseerde muziek. Ik heb Daan toen een paar maal ontmoet en al snel rolde ik als vrijwilliger het Kijkhuis binnen. Daarna kwam daar ook het Filmhuis bij en nog later het Paard. Op het hoogtepunt werkte ik voor alle drie de instellingen.

De grootste overeenkomst tussen alle drie was dat er een bar was en waar ik gratis of voor half geld kon drinken. Achteraf misschien niet de beste omstandigheden voor een gezond leven. Chris ben ik later uit het oog verloren. Niet in de laatste plaats omdat zijn aardige vriendin Erna verliefd op mij was geworden. Wat kun je daar aan doen? Niks, ik deed ook niks en zocht maar geen contact meer. We waren wel met z'n drieën op vakantie geweest op Terschelling, op de tweede editie van het Oerolfestival.

Dronken geworden met veel jenever. Slapen in een caravan. Van het Sweelinckplein verhuisde ik naar twee kamers achter op de Ieplaan, gedeeld met andere bewoners. Hans mijn buurman, Leo de hovenier, Tanja en niet te vergeten Hannie en René, mijn benedenburen. Ze kon in trance in contact komen met een monnik in het Himalayagebergte, Babbechi. Veel over Babbechi gehoord en Hannie er René vereerden hem.

Heel spirituele types, maar zeer vriendelijk. Ik kwam er veel over de vloer en uiteindelijk hebben ze mijn jonge kat overgenomen omdat die nooit meer boven kwam.

Nog een keer in hun huis en tuin een nazit georganiseerd na North Sea. Hannie en René waren met vakantie, vonden ze geen probleem. Toen 's ochtends om zes uur forellen staan bakken met Ellie, de vriendin van Maarten toen. Marc en Linda waren er ook bij. Het begon met een knetterende, dronken ruzie En Linda woonde aan de overkant in het bekende kraakpand van de Ieplaan. Theo van Gogh had daar in de kelder zijn plaat met schuine liederen opgenomen Prettige buurt en het kantoor was om de hoek.

Daarna kreeg ik via Ellie, de toenmalige of latere vriendin van Maarten, de kans om naar een echt eigen huisje te verhuizen. Dat werd een heel aardige hofjeswoning in het midden van de Schilderswijk, de Hannemanstraat. Ik heb daar bijna tien jaar lang plezierig gewoond tot Daarna nog een nieuw kort zigeuneradres in het Statenkwartier, in afwachting van mijn vertrek naar Amsterdam. Maar veel thuis was ik niet. Pas later gaan koken en meer gaan cocoonen, heel af en toe. Het leven buiten wachtte; altijd op zoek naar actie en entertainment.

Mensen opzoeken, dingen ondernemen, napraten, bespiegelen, drinken, roken, vrijen, leven! Muziek Ik ben altijd een enorme muziekliefhebber geweest. Vooral vanaf mijn tienertijd in de jaren zeventig. Opgegroeid in een milieu met crooners en fourties- en fiftiesplaatjes. Lichte muziek en dixieland. Take Five vond ik toen een geweldig nummer. Op de middelbare school raakte ik helemaal verslingerd aan de symfonische rock van Genesis, Yes en Pink Floyd.

Ik deelde de muziek met mijn vrienden Joan en Tijs. Beurtelings kwamen we 's avonds bij elkaar op bezoek, luisterden naar de lp's, discussieerden en speelden soms schaak. En ik volgde de top en keek altijd naar Top Pop. In volgt een kentering en zweer ik voor altijd de symfonische rock af en ontdek de echte jazz van de bop en de cool. De hele jaren 80 is die belangstelling voor jazz gebleven. De soundtrack van die jaren wordt verder gevormd door de her ontdekking van de muziek van de jaren zestig.

Daar moest ik tien jaar eerder niks van weten. Ik word een verzamelaar van sixtiesmuziek, van soul tot psychedelische rock, van Motown tot The Doors. Maar de grootste ontdekking waren The Beatles. Bijna twintig jaar na dato. Ik vond en vind alles goed van The Beatles, alles verzameld en veel op vinyl gedraaid.

Vooral ook in de zomer. Ook de ontdekking van de Haagse beatbands, waaronder de Q65 met hun lp Revolution. Naast muziek luisteren thuis ging ik vaak naar concerten en was ik gek op live muziek, maakte me eigenlijk niet uit wat, als het maar live was. En ook zelf enigszins actief met muziek bezig geweest, maar enkel om mijn muziekhobby te verdiepen. Als kind een paar jaar piano gespeeld, maar dat liep op niks uit. Ik studeerde ook niet.

Rond mijn vijftiende een Spaanse gitaar gevraagd en autodidactisch alle akkoorden leren spelen. Later wilde ik een elektrische piano en rond 85 neem ik van Lester zijn Würlitzer over.

Maar dat piano spelen leek nergens op. Geen gevoel voor ritme en geen discipline over de linkerhand. Inmiddels had ik een boek met alle Beatleliedjes met akkoorden erbij. Heel veel uit gespeeld op gitaar en piano. Later kreeg Liesbeth thuis de piano van haar moeder. Daar heb ik heel veel plezier aan beleefd, en af en toe nog steeds. Alleen akkoorden en nummers spelen van een stapel uitgekozen popnummers, maar vooral Beatles, en er dan als een valse kraai bij zingen.

In militaire dienst een saxofoon geleend en pas twee jaar later weer ingeleverd. Mooi om een blaasinstrument te ontdekken. Dan probeerde ik met eenvoudige jazz-bluesplaten mee te spelen. Maar ik kon geen jazz, hoewel het fysiek bijzonder aangenaam was om te doen. De saxofoon is na een ochtendlijk bezoekje van de MP aan de Ieplaan weer ingeleverd door Tom van Vliet bij de kazerne aan de Van Alkemadelaan. Ik wilde de saxofoon houden als genoegdoening. De hele soundtrack van de jaren 80 waren voor mij een mix van jazz en pop.

En de opkomst van de cd en cd-speler. Ik kon mijn eerste cd-speler kopen door een klusje voor Het Paard. Kon ik ook gelijk tien cd's kopen. Drie albums die ik nog steeds goed kan horen. En in die jaren domineerden voor mij twee grootheden, Prince en Marvin Gaye. Marvin Gaye vertolkte alles wat er in mijn leven gebeurde. Meest onderschatte dubbelalbum, Here my dear. Prince nog live gezien in de Kuip tijdens zijn Alfabet-tour.

Het laatste grote concert waar ik naar toe ben geweest. Het werd me te groot en te massaal. Muziek was ook uitgaan en dansen. Dansen met vriendinnen, onbekende vrouwen, maar ook wel met Marc en Maarten, mannen onder elkaar of alleen. Radio luisterde ik toen niet zo naar. De actuele hitmuziek ging me steeds minder interesseren en met de house en de rap en hip-hop helemaal afgehaakt.

Liesbeth heb ik tijdelijk weten te interesseren in de soul en zij mij voor klassiek. Wel genoten van de opera's waar Liesbeth me mee naar toe nam. Een maal zelf kaarten gekocht, voor Rosa, a horse drama, de opera van Peter Greenaway en Louis Andriessen. In mijn film de Steen komt prominent een standbeeld voor van een Paard Haagse Schilderswijk. Voor de shots heb ik er met dik krijt Rosa op laten schrijven.

Bridgen In mijn tienertijd werd ik aangestoken door mijn vriendin om samen te gaan bridgen. Een paar jaar later ook samen op een club gegaan, Overtricks, op de Haagse bridgesociëteit aan het Noordeinde. We speelden altijd op de woensdagavond. Al voor ik de relatie resoluut beëindigde, speelde ze er al niet meer en ben ik nog een paar jaar lid gebleven.

Mijn nieuwe partners waren eerst Henk Uijlenbroek die rechtbankverslaggever was geweest voor de Volkskrant. Een aardige kerel die eruit zag als Dick Bos; een magere man met een smal gezicht en met achterover ingevet haar. En wij waren goed, zo niet de beste van de club, maar Overtricks was wel een middenmoter, dus wij regeerden ook wel als eenoog-koning.

Ik ben nooit een top-bridger geweest en had daar ook geen ambitie voor. Daarna werd mijn partner Loek, man van mijn leeftijd en een econoom. En ook wij bleven het beste paar van de club. En dat lag ook aan mij, en Henk en Loek waren wel wat slimmer dan ik, maar ik was weer wat creatiever. We vulden elkaar uitstekend aan en het waren twee mooie en succesvolle partnerships. De bridgeclub en het Haagse bridgewereldje was ook een sociaal gebeuren met tot laat in de nacht bridgen met bier en hapjes erbij.

Ook bij mensen thuis die een bridge-drive organiseerden. Ook een keer zelf georganiseerd, in de tijd met mijn eerste vriendin. Over het spel zelf zou ik nog veel kunnen schrijven en ik ben er veel mee bezig geweest.

Een sterk punt van mij was om tijdens het spelen niet de spellen te analyseren en een discussie met je partner aan te gaan over begane fouten. Dat is niet bevorderlijk voor de spellen die nog komen. En ook dat leverde extra punten op. Vele echtparen maakten liever tijdens het spelen al veel ruzie.

En na de bridgeavond met andere, bevriende jonge bridgers geregeld doorzakken in de Pijpenla, het nachtcafé vlak naast de sociëteit. En dan de volgende morgen brak weer aan het werk. Ook mijn zus Hélène, mijn jonge tante Diana en later ook nog mijn moeder heb ik aan het bridgen en de club geholpen. Diana vond daar later haar man met wie ze later zou trouwen, Jan Overwater, hij speelde met zijn vriend Casper Smits. Maar ik vond het een te klein en benauwd wereldje en had wel mijn hoogtepunten bereikt binnen de club.

Ik zou naar een betere club moeten gaan en dan nog serieuzer gaan trainen en studeren. Maar daar had ik geen enkele zin in en op een dag ergens in ben ik met Overtricks en het bridgen gestopt. Het echte leven lonkte met veel aantrekkingskracht.

Een Haagse culturele instelling en vertoningsplek voor kunstvideo's, documentaires, installaties en avantgarde-muziek. Ze hadden een bescheiden zaal met een beamer, mm-projectie en een podium. En het was ook een café. Praten met mensen, dingen doen en aan de bar hangen.

Tom was de directeur en daar had ik direct een goed contact mee. Later werden we enige tijd goed bevriend. Gingen we samen squashen en daarna lunchen in de kokschool in het Bezuidenhout. Hij was ook een enorme womanizer en om de haverklap een nieuwe vriendin, vaak een buitenlandse.

Als ik met Tom op stap ging zei hij altijd: Aardige kerel en met veel humor. Op een gegeven moment heeft hij zelf een enorme kabelschakelstellage gebouwd om alle monitorpunten in het gebouw met elkaar te verbinden.

Maar het werd een chaos aan kabels met onduidelijke labels. Ik noemde het de Leotron. Vaste gasten waren ook de boek vormgever Ludo en zijn vrouw Grietje die een modezaak had in de Molenstraat, ik geloof alleen zwarte kleding. Ik denk ook aan Adelbert, ook vormgever. Op een gegeven moment hing er van de Kijkhuisvrijwilliger Hennie een affiche in de stad. Zijn portret groot in zwart-wit en de tekst erbij luidde ongeveer: Kom donderdag naar het Kijkhuis voor de saaiste man van de wereld.

En dan zijn naam ergens. Even enorme heisa en veel verdachten in Kijkhuiskring. Later bleek het om een grap van onbekende huisgenoten van Hennie te gaan. Er was ook nog de boekhouder Auke, annex fotograaf. Die exposeerde een keer in het Kijkhuis, daar waren wel vaker foto- of video-exposities. Achter de bar stonden Wilma en Ank. Later ging die laatste relatie na lange tijd voorbij. Wilma en Ank waren ook altijd bezig met bloemen en bloemschikken. De zus van Ank, Dien, ging later voor de films van Peter Greenaway werken voor de kleding.

Maar de bar in het Kijkhuis liep voor geen meter; buitenstaanders vonden het café niks, te veel insidegebeuren. Dat was waar, maar ik trok me er weinig van aan. En hier leerde ik mijn eerste twee nieuwe vrienden kennen. Maarten die schoonmaakte en vrijwilliger was en zijn beste vriend Marc. Hij werd later ook vrijwilliger. Maarten en Marc kenden elkaar al lang en ik kwam daar als derde persoon aanhangen. Maarten studeerde toen nog geschiedenis en Marc werkte als boekbinder op het Rijksarchief.

We waren alle drie even oud en waren alle drie tweelingen. En we hadden alle drie vaders die aan de alcohol waren, net als wij. Maarten zat altijd goed in de losse contacten met vrouwen en Marc had al jaren een vaste vriendin, Linda.

Die leerde ik ook goed kennen omdat ze aan de overkant van mij woonde op de Ieplaan, in het mooie kraakpand. Linda was een beeldschone slimme meid, wilde verder in de journalistiek.

Ik kwam ook wel eens alleen bij haar op de thee en ze knipte ook wel mijn haren. Overigens net als mijn tante Diana dat wel eens deed. Linda haar beste vriendin was Daphne en ook die leerde ik kennen. Veel mee gelachen en geouwehoerd. Het waren een soort van echte vriendinnen, zonder bedoelingen. Ik leerde ook de andere mensen uit Linda haar pand kennen, Harm de ex-drummer van de Mo met zijn geluidsstudio in de kelder, Hans de fotograaf, Pieter en Maarten, de eigenaar van de Nastasta. Daphne ging lange tijd met Harm, maar ze werd slecht behandeld en ging uiteindelijk bij hem weg.

Later is ze de Kunstacademie gaan doen. Ik herinner me ook nog een bijzonder verjaardagsfeestje bij Linda. Met alle aanwezigen hebben we 's nachts in een kring elkaars hand vastgehouden en een rituele, sentimentele dans uitgevoerd op Shine on You crazy Diamond van Pink Floyd.

In de eerste maanden bij het Kijkhuis ben ik een keer stomdronken geworden. Puur uit vrolijkheid en niet naar huis willen. Toen de zaak diep in de nacht sloot kon ik niet meer naar huis. Het Kijkhuis werd afgesloten en ik bleef en ging slapen op een paar stoeltjes in de achterzaal.

De volgende morgen word ik wakker gemaakt door Wilma. Die had in een spoor mijn schoenen en broek gevonden toen ze aan het werk wilde. Ze was totaal verrast. Ik stond op en voelde me kiplekker en op en top, over de top.

Ik was voor het eerst dronken geworden vanuit pure vrolijkheid en niet uit ellende. Het voelde als een doorbraakmoment, ondanks de drank. Wilma hielp me verder op de been met een ontbijtje en een sapje. Daarna een dubbele cappuccino. Wilma kende ik overigens van de Puchposter uit begin jaren zeventig. Zit een blond meisje op een Puch, had ik in mijn kamer hangen.

En dat meisje was Wilma. Dat heeft me altijd getroffen. Met Marc en Maarten ook veel op stap, ieder weekend en ook door de week. Uit eten, café's, de nachtdisco. En snacken 's nachts bij Hugo Snackcar.

En er waren vaak ook andere mensen van het Kijkhuis bij, zoals Jan en Anja. Jan was een vriend van Tom en architect, hij vormde met Anja een hecht stel. Anja was zelfstandig etaleuse voor modezaken. Ook deed ze de inrichting voor het Kijkhuis en het Videofestival. Ik heb ze goed leren kennen. Er zat een heel kringetje omheen met ook veel losse figuren die soms opdoken. Legendarisch in kleine kring waren de World Wide Video Festivals die het Kijkhuis ieder jaar organiseerde.

Weinig publiek, maar wel veel buitenlandse makers die werden uitgenodigd. Waanzinnig hectische dagen en lange nazitten aan de bar. Ik introduceer Lester bij het Kijkhuis en hij wordt portier bij het festival.

Maarten, Marc, Chris en ik doen de techniek van het starten van de video's, verspreid over de diverse locaties. Ook de weken die eraan vooraf gingen waren druk en levendig.

Bijvoorbeeld de catalogus die op tijd af moest zijn, altijd over de deadline heen. Allerlei mensen die van 's ochtends tot 's nachts aan het werk waren. Met de nodige fricties af en toe. Ook Erik werkte voor het Kijkhuis, later zou hij ook voor het Filmhuis gaan werken. Ik heb ook nog met Lester later samen video's gestart vanuit de controleroom. Van een festival herinner ik me ook de komst en het verblijf van de Duitse cultacteur Udo Kier.

Een homo die met zijn dronken kop zijn liefde voor Lester bekende die toen portierde. Over Lester zei hij steeds: He's just the doorman. Een andere kwoot van Udo was: Dann treffen wir uns im Buldog.

Ik heb hem toen nog een keer 's nachts overeind geholpen toen hij op de grond ging liggen voor de Nieuwe kerk. Hij kon niet meer overeind komen zo lam. Hij had ook geen cent bij zich, alles moest het Kijkhuis of anderen betalen. En zo raakte je met allerlei internationale mensen, mannen en vrouwen in contact. Ik heb ook nog de videokunstenaar Servaas geholpen bij het inrichten van een installatie.

Later nog bij hem thuis geweest in Hoorn. Ging zijn dochtertje op mijn schoot zitten. Nog een visje gegeten in de haven. Maar tien dagen later krijg ik opeens allemaal blaasjes op mijn buik en gezicht.

Ik denk aan een soa of erger. Naar de dokter en die begint te lachen. Ik heb de waterpokken gekregen. Normaal krijg je dat als kind, komt bij volwassenen zelden voor. Later bleek uit een intentingsboekje bij mijn ouders dat ik inderdaad de waterpokken niet had gehad.

Maar in ieder geval wel tien dagen ziekjes binnen moeten zitten. Maar waar zou ik nu door besmet zijn geraakt? Ik dacht toen na mijn herstel dat het mijn laatste kinderziekte was en dat ik nu echt volwassen was geworden. Was dat maar waar. Het Kijkhuis organiseerde ook een paar maal tv-avonden rondom het werk van Wim T. Schippers en Koot en Bie.

Een maal op zo'n avond aan de bar gestaan met Harry Touw, alias Fred Hachee. Omringd door alleen maar nostalgische mannen. Jaren later zou ik een interview met Harry Touw doen voor Doen. Maar hij krijgt kanker en heeft nog maar kort te leven.

Toen dacht ik nog, een reden te meer om hem op te zoeken. Maar ik kreeg hem aan de telefoon en de man was totaal gebroken en niet in staat tot een interview. Ik heb het daar toen bij gelaten.

Ik ben altijd een liefhebber geweest van Haagse humor. Het Kijkhuis werkte ook een keer mee aan een grote tentoonstelling van videokunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik heb daar ook geholpen. Ik was ook op de besloten opening aanwezig waar zo'n honderd genodigden aan tafeltjes een uitgebreide Indische rijsttafel kregen geserveerd. Ik zat naast de theaterontwerper en operaregisseur Bob Wilson. Aan een tafeltje achter mij zat Brian Eno.

Bob Wilson kende ik al van een enscenering van Philip Glass zijn opera Einstein on the Beach, gezien in het Circustheater op Scheveningen. Op het einde kwam Philip Glass nog het toneel op. Ik was toen diep onder de indruk van zijn muziek. Later zou die belangstelling volledig verdwijnen. Laurie Anderson versus Madonna. Maarten was schoonmaker en had de sleutels van het Kijkhuis.

Een paar uitzonderlijke keren 's nachts nog met Maarten en Marc naar binnen gegaan. Dan namen we de zogenaamde Bomba. Een flesje Brandtbier upje en daarnaast een tequila. Een keer legendarische nachtbroodjes in de oven gemaakt met warme paté en druipende camembert. We haalden ook jointjes in de Dizzy Duck in het Zeeheldenkwartier.

Het waren de eersete keren dat ik blowde. Veel gekkigheid die nergens over ging. Marc, Maarten en ik zijn nog eens in een taxi naar onze huizen gebracht. Maarten zou als eerste uitstappen, maar kon dat niet.

Laat de meter maar doorlopen, zei hij en bleef minstens vijf minuten in de taxi zitten om bij te komen. Schieten me ineens nog twee festivalgenodigden te binnen. Tony Ousler en Cindy Klein. En Albert als creatief mede-directeur en programmeur. En zijn latere vrouw Gerda. Ze waren altijd in de stemming voor een laatste drankje en gesprekje. Albert stond op de festivals 's avonds altijd op dezelfde plek. Daar stond hij om bekend.

Het jaar daarop komt er een Franse videokunstenares 's middags weer het Kijkhuis inlopen. Het laatste moment van toen ze weg ging was Albert aan de bar. En verdomd, ze komt een jaar later weer binnen en staat Albert daar met een calvados nog steeds, op precies dezelfde plek aan de bar.

En Dino die nog serieus heeft geflikflooid met een dame in de kelder. Willem de Ridder zou een sm-performance geven in het Kijkhuis. Het was verwant aan de gewelddadige, erotische salons van de Amerikaanse Annie Sprinkle.

Ik had daar wel video's van gezien: De performance in het Kijkhuis bestond uit een band die continu muziek maakte en met Willem op keyboard. Dan liep er nog een cameraman rond Jan van Meatball die alles live opnam en waarvan je de beelden direct op monitoren voor het podium kon zien.

De hoofdact bestond uit sm-sessies met een meesteres en een aantal slaven. Zwepen en ook gewichten. Willem de Ridder had carte blanche gekregen en niemand wist wat er van te voren ging gebeuren. De kleine zaal zat vol. Ik was er met Liesbeth, Marc en Linda. Al snel liepen mensen weg. En na een half uur zat er nog een man of tien.

Ik vond het niet aangenaam om naar te kijken, maar wilde toch blijven zitten. Ook kon je je fixeren op de monitoren en dan was het niet echt, maar tv en makkelijker verdraagbaar. Toch zijn Liesbeth en ik net niet tot het einde gebleven en verlieten de zaal.

Marc en Linda bleven zitten. Veel nagepraat, ook met Willem en met de sm-ers die meededen. Ze waren ingehuurd van de bekende Haagse sm-salon Domo. Nog nooit zoiets meegemaakt. En als het Kijkhuis dicht ging, dan gingen we door naar de Pijpela. Een nachtcafé op het Noordeinde. Kwam ik al op woensdagnacht na de bridgeclub. Maar met het Kijkhuis gingen we dan met een heel clubje.

Cees benoemde zich dan wel tot de reisleider. Eindigden we in de Schele Indiaan. En Gradje met zijn vriendin. Gradje zei altijd als we naar een nachtkroeg zochten: En dan gaan we zo, dan gaan we zo en dan gaan we zo, en dan zijn we thuis. Mensen die er ook bij hoorden, Rolf met zijn vriendin Thea en de kleine Gerrit die zelf de videokunst in ging en later een relatie kreeg met de veel grotere en struise Jaqueline. Er hing ook een jonge vrouw bij die overal opdook.

Ik kon niet met haar overweg, maar Dino weer wel. Haags Filmhuis Naast mijn halve baan op kantoor en het vrijwilligerswerk in het Kijkhuis had ik nog volop tijd over.

Ik ben toen het Filmhuis aan de Denneweg binnengestapt en gevraagd of ze nog vrijwilligers konden gebruiken. De eerste directrice, Dorine, was net weg en werd opgevolgd door het producentenduo Kees en Denis. En ik kon gelijk aan de slag als leerling-operateur. De nieuwe directie programmeerde iedere dag een klassieker in de cinematheek en er werden meer dingen georganiseerd. Ik denk nu aan de festivals rondom Audrey Hepburn en Jeanne Moreau. Beiden waren ook aanwezig.

Het waren de hoogtijdagen dat het Filmhuis het grootste filmhuis van Nederland was. Ook werden er vanuit het Filmhuis films geproduceerd. Het was in die jaren een levendige bijenkorf met veel mensen die met film bezig waren.

En wij die aan het kantoor waren verbonden vormden een kleine, hechte familie: We zagen elkaar dagelijks en aten ook vaak in het Filmhuis of gingen eten bij toko Frederik.

Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Maar ik wilde meer dan alleen projecteren en ondernam eigen initiatieven. Ook was ik een voortrekker rondom de automatisering en verleende ik hand- en spandiensten voor de administratie. Later werd ik betrokken bij de vrienden van het Filmhuis. Ik organiseerde mede tientallen zondagmiddagprogramma's. Ik inviteerde voor een programma allerlei Haagse filmmakers die ik had leren kennen.

Ook heb ik met Nico de piano voor het Filmhuis gekocht. Daar werden zwijgende films mee begeleid door een paar bekwame, jonge pianisten. Van Nico kwam het idee om een Haagse filmprijs in te stellen ter gelegenheid van de toen gehouden Haagse Salon in Pulchri.

Er kwam een eenmalige uitreiking van de Willy Mullensprijs die gewonnen werd door Heimrich Faassen voor een video-installatie. Verder deden vrijwel alle Haagse film- en videomakers mee. Van Nico Bunnik tot Paul Driessen. De fraaie oorkonde en koker was gemaakt door Marc. In de jury zaten in ieder geval Lilly en Gert. De eerste voorzitter was Sjoerd, later Nico en daarna Erik.

Ik herinner me nog een mooie zondagmiddag en de vrienden het filmpaar Jaques Demie en Agnes Varda hadden uitgenodigd. Ik was van beiden hun -tegengestelde- werk bijzonder enthousiast. Het werd een genoegelijke middag en ontmoeting. Met weemoed denk ik terug aan al die bar- en kassameisjes, aan al die uren voor de bar, vooral als Willy er achter stond. Hij bracht weer zijn eigen mensen mee.

En altijd lekkere muziek. Willy zorgde ook voor de legendarische Filmhuisfeestjes die een tijd lang iedere maand werden georganiseerd. Ook werd er ieder jaar een gezellig personeelsuitje georganiseerd, zoals een keer naar Tim Burton's Batman en een nazit in de Cocktail Lounge in het Zeeheldenkwartier, georganiseerd door Eljo.

Ik denk verder nog aan Barbara met haar noorderlijke accent, Willemien, Els, Irmgard, Domenique, Guido de brombeer die later ging met het zusje van Carlie, Ingrid , Jan de wiskunde-operateur, inval-operateur Theo, de lekkere Nicolette, Jannah en haar moeder Liesbeth, Tom met wie ik het cryptogram van zaterdag uit de Volkskrant en NRC wel mee deed en ging later met Angelique en nog zo veel anderen. Zoals Marcel, de vrijwilliger in de bibliotheek Kees, de barman en conservatoriumstudent.

En ook de fotograaf Lars, die wilde ik vragen voor de hoofdrol in mijn drama-video. Maar in de periode van opnamen zat hij voor lange tijd in het buitenland. Toen moest ik de rol spelen. Natuurlijk de charmante Zizi met Italiaanse invloeden. De Vlaamse operateur Eric die contrabassist was, de aantrekkelijke Willemien.

Beiden beginnend fotografen en een stel. Hans achter de bar en Annemarie achter de kassa. Hij met bril, zij klein. En dan waren er nog twee Karinnen, de ene wilde in de publiciteit werken en de andere was net van de fotovakschool, de laatste Karin was een bekende van Edo en Marco. En Maarten heeft ook nog een tijdje achter de bar gestaan.

Hij had toen een korte, onzichtbare relatie met Carlie. Later stond ook Wilma van het Kijkhuis achter de kassa, vanwege haar relatie met Rien die Kees en Denis was opgevolgd als directeur van het Filmhuis. Herinner me nu ook nog André, was een soort van stagiair of iets, was wat ouder dan ik en manusje van alles.

Een bijzondere herinnering is Tjitske, een heel mooie jonge vrouw die zwanger werd en nog mooier. Niet van mij, nooit iets mee gehad. En Anniek, die was net van de filmacademie af. Had een korte Sinterklaasfilm gemaakt. Die werd later uitgezonden op tv. Ik heb er voor gezorgd dat de film ook minstens een week in het Filmhuis heeft gedraaid als voorprogramma.

En Kees-barman kreeg wat met Anniek of andersom. En dan was er nog het leuke zusje van Denis dat Nederlands studeerde. Monica, ze werd kassameisje. Veel mee gepraat en geflirt. En dan waren er ook de onbekende liefdeslevens van Kees Dorine en Eveline en later de bedrijfsleidster van Schlemmer en Denis in ieder geval kort Eljo , die later trouwde met de mooie en elegante Simone.

Ik kon goed samenwerken met Denis. En in zijn slipstream zaten er voor korte of langere tijd allerlei productiemensen in het Filmhuis, vanwege de productiemaatschappij AllArts van Kees en Denis. Maar ik bemoeide me alleen met het Filmhuis en de familie die we daar met elkaar vormden.

Toch was die synergie het succes van het Filmhuis. Veel namen, veel mensen en dan ben ik er nog een aantal vergeten. Zoals dat schonkige jonge meisje dat achter de kassa stond, heel meisjesachtig. En heete dat dikke meisje niet Lisa? En de boekhouder achter de Sperry, de computer die ik later thuis kreeg als mijn eerste eigen computer.

Later nam Hans met zijn vrouw en bedrijfje de boekhouding van het Filmnhuis over. En dan nog twee gezichten zonder namen; een jong meisje, vrouw met kort haar, niet uit Den Haag afkomstig, kassameisje.

Net als -ik noem haar maar zo- Nathalie, een dame van Franse afkomst, ook achter de kassa. Later had ze wat met Erik, heette ze niet Tina? Erik woonde tot hoge leeftijd nog bij zijn ouders.

De bloedmooie dochter van Paul Driessen, de boze buurman Jan die op een feestje in het Filmhuis voor mijn neus met zijn dronken kop honderd gestapelde bierglazen van de bar afschuift. Een jarenlange vete over geluidsoverlast. Politie erbij, heibel en mee naar het bureau. Maar dat was een van de schaarse onaardige figuren in het leven. Net als de exhibitionist die regelmatig in een te kort sportbroekje urenlang op de bank in de foyer kwam zitten op een kopje koffie.

En dan ineens trok hij zijn broek naar beneden voor een kassameisje als er verder niemand bij was En dan de vaste bezoekers. De oude vrouw die met de bus kwam, de Pakistaanse heer, alleen, maar met een hele familie thuis, filmverslaafd. De leveranciers en de buren van de Resident, of de Kunstkring Er gebeurde van alles, iedereen was bezig, met werk of met de liefde. Een hilarische anekdote vond ik het verhaal van Carlie die net van haar vriend Piet af was en die achter de bar stond.

Piet kon zich soms niet bedwingen en dan kocht hij impulsief computerspullen. Zonder dat te overleggen. En als Carlie dan thuiskwam dan stond Piet te stofzuigen en dan wist ze al hoe laat het was: Piet had weer wat onverantwoordelijks gedaan. We noemden dat verschijnsel 'de schuldzuiver', een begrip dat wel vaker van toepassing bleek op al die relaties die je om je heen zag. Later werd de grote liefde van Carlie, Guus.

Een aardige vent en vormgever. Hij had nog eens het idee om een video steeds door te geven en dat de ontvanger dan een kopie zou maken en die weer doorgaf.

Uiteindelijk zou er een kopie ontstaan van slechte kwaliteit. Ik zag wel wat in dit soort conceptideeën. Hij was ook betrokken bij theater Zeebelt, om de hoek bij het Filmhuis.

Ik kwam daar ook wel. Het werd geleid door de wat oudere Joop. Ben nog bij hem thuis geweest om over de jaren zestig te praten. Hij was mede-oprichter geweest van Oor en had alle jaargangen mooi ingebonden. Ook circuleerde rond het Filmhuis een vormgeversduo, Wout en Ben. Wout ging nog een tijdje met de Indische Els. Er was veel mogelijk in het Filmhuis en iedereen kon zich daar ontplooien. Ik had daar verder weinig mee te maken, behalve dan als bezoeker.

Ik zat ook helemaal in de nieuwe media. Door het festival met veel dingen kennis gemaakt en veel interessante mensen ontmoet. Zoals William Gibson, de bedenker van het woord cyberspace. Lester en ik namen hem op een avond nog mee naar de Doubletstraat, het hoerenstraatje dat ook een vorm van virtual reality was. En dan eerst langs het standbeeld van Spinoza. William Gibson was amazed. En ook de telepresence en virtual reality-pionier Scott Fisher kan ik niet ongenoemd laten.

Hij werkte bij de NASA en kwam een paar dagen naar het festival. Een indrukwekkende man en visionair. Jammer alleen dat virtual reality eigenlijk nooit is doorgebroken. Door mijn werk voor het Filmhuis kreeg ik ook ieder jaar een bioscoopkaart.

Kon je gratis naar alle Haagse bioscopen en mocht je een introducee meenemen voor half geld.

Rijpe vrouw zoekt man rijpe vrouwen


De volgende dag stond ik alweer te tennissen. Charlotte Rampling leed aan anorexia en was vreselijk in de war. Ze vluchtte naar ashrams in India en reisde enkele maanden met zigeuners door Afghanistan.

Later kwam ze terecht in een boeddhistisch klooster in Eskdalemuir, in Schotland. De ,,geile'' Tibetaanse monniken die uit China waren ontsnapt, bevroren er van de kou. Ze bleef net zo lang tot de kalme en zwijgzame atmosfeer haar tot rust had gebracht. Ook als actrice veranderde ze voorgoed. Na haar ontdekking in een reclamespot speelde ze een slanke, goed gebouwde en bleke brunette in The knack Ze leek voorbestemd voor een carrière als archetypische schoonheid-met-hoge-jukbeenderen tot ze zou verwelken en zou worden vervangen door de volgende inwisselbare schoonheid.

Maar ze koos een ander pad. Ze kon geen entertainment meer maken. Ik kon geen lol meer hebben. Ze beklaagt zich over de leegheid en de nep van de entertainment-industrie.

Ook de toen al sterke marketingmachine, gericht op de sterrencultus, wijst ze af. Het leidt er alleen maar toe dat acteurs de verhalen gaan geloven die over hen worden verteld -- en zo hun eigen talenten verwoesten. Ik werk niet met iemand voor wie ik geen sympathie heb en wiens ideeën tegengesteld zijn aan de mijne. Ik wil regisseurs die me uit mijn eigen mysterie halen en me van het gebaande pad halen'', wees ze onlangs als constante in haar rollen aan.

Maar wie is Chanel anders dan Chanel? En zie je me al in de rol van Jackie Onassis? Ik kreeg nochtans de kans om Jackie Onassis te spelen. Dat is toch pure waanzin?

De films die, met haar aanlokkelijke hoofd op het affiche, van de lopende band rolden, vindt ze de minste uit haar oeuvre. Begrijp het niet verkeerd. Ze heeft niets tegen films die de hypocrisie van het leven bedekken met aangename muziek, aangename acteurs en aangename verhaaltjes.

Maar het zijn niet de films die zij kan maken. Als ze de keus heeft tussen twee rollen, dan duikt ze altijd op de mooie en gevaarlijke.

Ook al weet ze dat ze daarvoor diep in haar eigen psyche moet graven. Als het moet tot op de bodem, zoals in Sous le sable. Halverwege de jaren stond Rampling op het toppunt van haar roem. Haar rol in Il portiere di notte The night porter uit van Liliana Cavani veroorzaakte een schokgolf. Het was een van de grote schandaalfilms in die tijd. Rampling speelt het concentratiekampslachtoffer Lucia Atherton, die twaalf jaar na de oorlog haar vroegere beul ontmoet. De beul, opnieuw een rol van Dirk Bogarde, werkt als nachtportier in het Weense hotel waar Lucia en haar echtgenoot verblijven.

Stap voor stap vallen ze terug in hun sadomasochistische relatie. De herinneringen aan de martelingen zijn niet alleen bitter.

De film werd geschoten in een kil ziekenhuis, dat al vijftien jaar leegstond. De verhouding met Cavani was slecht. Een harde, ondoorgrondelijke vrouw die haar acteurs nooit helpt met hun rol, maar zich vooral concentreert op het theoretisch traktaat dat de film moet worden, vond Rampling van haar. Ze steunde op Bogarde, met wie ze een eigen visie op het verhaal van schuld en boete probeerde te drukken.

Helemaal lukte dat niet. De eerste jaren na de film bazuinde ze herhaaldelijk rond dat ze na de première zo geschokt waren, dat ze allebei het acteren eraan wilden geven. Ondanks de schok -- of misschien wel juist daardoor -- werd Rampling door Il portiere di notte een sekssymbool voor de intelligentsia.

Uitgemergeld en naakt, fragiel en sterk tegelijk, met kleine borsten -- ze had iets onweerstaanbaars. De ,,hogepriesteres van het sadomasochisme'' en de ,,queen of kinky sex'' werd ze genoemd.

De zwartwitfoto's die Helmut Newton voor Playboy maakte, droegen daar nog aan bij. Als een elegante aristocrate staart ze, hautain en onderdanig, op hoge hakken, de voyeur aan. Het tijdschrift riep haar in , en uit tot sex star. Zelf hecht Rampling weinig waarde aan haar zo geadoreerde uiterlijk, waarvoor de stroom complimenten nog altijd niet is opgedroogd. Ze kijkt nooit naar de ongemonteerde beelden van haar scènes, wel naar die van de andere acteurs, om de ambiance van de film te proeven.

Ze kijkt nooit in de spiegel als het niet nodig is, zoals ook Ramplings jonge tegenspeelster Ludivine Sagnier tijdens de opname van Swimming pool opviel. Schoonheid is relatief -- Rampling herhaalt het tegenover elke interviewer die er stamelend iets over zegt. Zeker als ze ouder wordt, vindt ze, ,,hebben het gezicht en de allure die je hebt, alles te maken met wat je hebt gedaan en wie je bent.

Dan is er geen reden om het niet te doen. Je voelt je alleen ouder als je je niet lekker voelt. Als ze opnamen in het buitenland heeft, vliegt ze elk weekend terug om in de luxueuze woning in Croissy-sur-Seine te zijn. Ze heeft drie kinderen. Barnaby, uit haar eerste huwelijk met haar toenmalige agent Bryan Southcombe. Emilie, uit het eerste huwelijk van Jarre.

En hun gezamenlijke kind David, die ongeveer meteen na hun eerste ontmoeting verwekt werd. Rampling en Jarre leren elkaar in kennen in Saint Tropez, en het is liefde op het eerste gezicht. Enkele weken later verlaat ze Bryan Southcombe, van wie ze op de huwelijksdag eigenlijk al wist dat het niets zou worden, en ze trekt bij Jarre in. Ze valt voor zijn fysieke aantrekkingskracht en zijn artistiek doorzettingsvermogen. En ook Jarre heeft het gevoel dat Rampling zijn andere helft is.

Hij begrijpt haar helemaal, zegt hij: Maar het maakt het leven van Rampling niet harmonieus en idyllisch. Ze kan vreselijk doorslaan. Wie haar beter kent, weet dat ze het verdriet om haar zus Sarah niet heeft verwerkt.

Hij vindt haar de ideale tafelgenoot. Samen met de neurotische schrijvers Franz Kafka en Fjodor Dostojevski; in die categorie hoort Rampling thuis. Allen vond haar geknipt voor de vrouw die in Stardust memories door het lint gaat. Dorrie is drie dagen per maand de ideale vrouw en de andere dagen volstrekt in de war. Prachtig zijn de beelden aan het eind. De tranen waarmee ze instort. Tijdens een kerstvakantie op de Seychellen, acht jaar later, stort Rampling zelf in.

Ik had geen kracht meer. Iedereen heeft depressies, iedereen zit soms in een crisis. Maar als het volledig uit de hand loopt en het herhaaldelijk terugkomt, dan weet je dat je iets moet doen. Je doet alles liever dan zulke pijn te voelen. Lange tijd heb ik kunnen blijven werken en mijn familie bij elkaar kunnen houden, maar dat ging niet meer. Ik zei tegen Jean-Michel: In de tussentijd maakt ze drie films. Haar man staat haar lange tijd bij. Maar als er eindelijk licht aan het eind van de tunnel gloort, voelt het alsof ze niets meer heeft.

De laatste rollen zijn al vergeten nog voor iemand ze gezien heeft. En Jarre kan haar buien niet langer verdragen. Hij gaat ervandoor met Odile Fourment, een jonge ambtenaar.

Nu wil hij haar terug, zo wordt gezegd, maar het is te laat. Rampling heeft een nieuwe man in haar leven: Gescheiden zijn ze evenwel nooit. Het zou voelen alsof ze een deel van zichzelf zou afsnijden. Ze durft het eindelijk aan om het graf van haar zus in Argentinië te bezoeken. Maar waar zou ik nu door besmet zijn geraakt? Ik dacht toen na mijn herstel dat het mijn laatste kinderziekte was en dat ik nu echt volwassen was geworden.

Was dat maar waar. Het Kijkhuis organiseerde ook een paar maal tv-avonden rondom het werk van Wim T. Schippers en Koot en Bie. Een maal op zo'n avond aan de bar gestaan met Harry Touw, alias Fred Hachee. Omringd door alleen maar nostalgische mannen. Jaren later zou ik een interview met Harry Touw doen voor Doen. Maar hij krijgt kanker en heeft nog maar kort te leven. Toen dacht ik nog, een reden te meer om hem op te zoeken. Maar ik kreeg hem aan de telefoon en de man was totaal gebroken en niet in staat tot een interview.

Ik heb het daar toen bij gelaten. Ik ben altijd een liefhebber geweest van Haagse humor. Het Kijkhuis werkte ook een keer mee aan een grote tentoonstelling van videokunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik heb daar ook geholpen. Ik was ook op de besloten opening aanwezig waar zo'n honderd genodigden aan tafeltjes een uitgebreide Indische rijsttafel kregen geserveerd. Ik zat naast de theaterontwerper en operaregisseur Bob Wilson. Aan een tafeltje achter mij zat Brian Eno. Bob Wilson kende ik al van een enscenering van Philip Glass zijn opera Einstein on the Beach, gezien in het Circustheater op Scheveningen.

Op het einde kwam Philip Glass nog het toneel op. Ik was toen diep onder de indruk van zijn muziek. Later zou die belangstelling volledig verdwijnen. Laurie Anderson versus Madonna. Maarten was schoonmaker en had de sleutels van het Kijkhuis.

Een paar uitzonderlijke keren 's nachts nog met Maarten en Marc naar binnen gegaan. Dan namen we de zogenaamde Bomba. Een flesje Brandtbier upje en daarnaast een tequila. Een keer legendarische nachtbroodjes in de oven gemaakt met warme paté en druipende camembert.

We haalden ook jointjes in de Dizzy Duck in het Zeeheldenkwartier. Het waren de eersete keren dat ik blowde. Veel gekkigheid die nergens over ging. Marc, Maarten en ik zijn nog eens in een taxi naar onze huizen gebracht. Maarten zou als eerste uitstappen, maar kon dat niet. Laat de meter maar doorlopen, zei hij en bleef minstens vijf minuten in de taxi zitten om bij te komen. Schieten me ineens nog twee festivalgenodigden te binnen.

Tony Ousler en Cindy Klein. En Albert als creatief mede-directeur en programmeur. En zijn latere vrouw Gerda. Ze waren altijd in de stemming voor een laatste drankje en gesprekje.

Albert stond op de festivals 's avonds altijd op dezelfde plek. Daar stond hij om bekend. Het jaar daarop komt er een Franse videokunstenares 's middags weer het Kijkhuis inlopen. Het laatste moment van toen ze weg ging was Albert aan de bar. En verdomd, ze komt een jaar later weer binnen en staat Albert daar met een calvados nog steeds, op precies dezelfde plek aan de bar.

En Dino die nog serieus heeft geflikflooid met een dame in de kelder. Willem de Ridder zou een sm-performance geven in het Kijkhuis. Het was verwant aan de gewelddadige, erotische salons van de Amerikaanse Annie Sprinkle. Ik had daar wel video's van gezien: De performance in het Kijkhuis bestond uit een band die continu muziek maakte en met Willem op keyboard. Dan liep er nog een cameraman rond Jan van Meatball die alles live opnam en waarvan je de beelden direct op monitoren voor het podium kon zien.

De hoofdact bestond uit sm-sessies met een meesteres en een aantal slaven. Zwepen en ook gewichten. Willem de Ridder had carte blanche gekregen en niemand wist wat er van te voren ging gebeuren. De kleine zaal zat vol. Ik was er met Liesbeth, Marc en Linda. Al snel liepen mensen weg. En na een half uur zat er nog een man of tien. Ik vond het niet aangenaam om naar te kijken, maar wilde toch blijven zitten. Ook kon je je fixeren op de monitoren en dan was het niet echt, maar tv en makkelijker verdraagbaar.

Toch zijn Liesbeth en ik net niet tot het einde gebleven en verlieten de zaal. Marc en Linda bleven zitten. Veel nagepraat, ook met Willem en met de sm-ers die meededen. Ze waren ingehuurd van de bekende Haagse sm-salon Domo. Nog nooit zoiets meegemaakt.

En als het Kijkhuis dicht ging, dan gingen we door naar de Pijpela. Een nachtcafé op het Noordeinde. Kwam ik al op woensdagnacht na de bridgeclub. Maar met het Kijkhuis gingen we dan met een heel clubje. Cees benoemde zich dan wel tot de reisleider. Eindigden we in de Schele Indiaan. En Gradje met zijn vriendin. Gradje zei altijd als we naar een nachtkroeg zochten: En dan gaan we zo, dan gaan we zo en dan gaan we zo, en dan zijn we thuis.

Mensen die er ook bij hoorden, Rolf met zijn vriendin Thea en de kleine Gerrit die zelf de videokunst in ging en later een relatie kreeg met de veel grotere en struise Jaqueline. Er hing ook een jonge vrouw bij die overal opdook. Ik kon niet met haar overweg, maar Dino weer wel. Haags Filmhuis Naast mijn halve baan op kantoor en het vrijwilligerswerk in het Kijkhuis had ik nog volop tijd over. Ik ben toen het Filmhuis aan de Denneweg binnengestapt en gevraagd of ze nog vrijwilligers konden gebruiken.

De eerste directrice, Dorine, was net weg en werd opgevolgd door het producentenduo Kees en Denis. En ik kon gelijk aan de slag als leerling-operateur. De nieuwe directie programmeerde iedere dag een klassieker in de cinematheek en er werden meer dingen georganiseerd. Ik denk nu aan de festivals rondom Audrey Hepburn en Jeanne Moreau.

Beiden waren ook aanwezig. Het waren de hoogtijdagen dat het Filmhuis het grootste filmhuis van Nederland was. Ook werden er vanuit het Filmhuis films geproduceerd. Het was in die jaren een levendige bijenkorf met veel mensen die met film bezig waren. En wij die aan het kantoor waren verbonden vormden een kleine, hechte familie: We zagen elkaar dagelijks en aten ook vaak in het Filmhuis of gingen eten bij toko Frederik.

Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Maar ik wilde meer dan alleen projecteren en ondernam eigen initiatieven. Ook was ik een voortrekker rondom de automatisering en verleende ik hand- en spandiensten voor de administratie. Later werd ik betrokken bij de vrienden van het Filmhuis. Ik organiseerde mede tientallen zondagmiddagprogramma's.

Ik inviteerde voor een programma allerlei Haagse filmmakers die ik had leren kennen. Ook heb ik met Nico de piano voor het Filmhuis gekocht. Daar werden zwijgende films mee begeleid door een paar bekwame, jonge pianisten. Van Nico kwam het idee om een Haagse filmprijs in te stellen ter gelegenheid van de toen gehouden Haagse Salon in Pulchri. Er kwam een eenmalige uitreiking van de Willy Mullensprijs die gewonnen werd door Heimrich Faassen voor een video-installatie.

Verder deden vrijwel alle Haagse film- en videomakers mee. Van Nico Bunnik tot Paul Driessen. De fraaie oorkonde en koker was gemaakt door Marc. In de jury zaten in ieder geval Lilly en Gert. De eerste voorzitter was Sjoerd, later Nico en daarna Erik. Ik herinner me nog een mooie zondagmiddag en de vrienden het filmpaar Jaques Demie en Agnes Varda hadden uitgenodigd.

Ik was van beiden hun -tegengestelde- werk bijzonder enthousiast. Het werd een genoegelijke middag en ontmoeting. Met weemoed denk ik terug aan al die bar- en kassameisjes, aan al die uren voor de bar, vooral als Willy er achter stond. Hij bracht weer zijn eigen mensen mee. En altijd lekkere muziek.

Willy zorgde ook voor de legendarische Filmhuisfeestjes die een tijd lang iedere maand werden georganiseerd. Ook werd er ieder jaar een gezellig personeelsuitje georganiseerd, zoals een keer naar Tim Burton's Batman en een nazit in de Cocktail Lounge in het Zeeheldenkwartier, georganiseerd door Eljo.

Ik denk verder nog aan Barbara met haar noorderlijke accent, Willemien, Els, Irmgard, Domenique, Guido de brombeer die later ging met het zusje van Carlie, Ingrid , Jan de wiskunde-operateur, inval-operateur Theo, de lekkere Nicolette, Jannah en haar moeder Liesbeth, Tom met wie ik het cryptogram van zaterdag uit de Volkskrant en NRC wel mee deed en ging later met Angelique en nog zo veel anderen.

Zoals Marcel, de vrijwilliger in de bibliotheek Kees, de barman en conservatoriumstudent. En ook de fotograaf Lars, die wilde ik vragen voor de hoofdrol in mijn drama-video. Maar in de periode van opnamen zat hij voor lange tijd in het buitenland. Toen moest ik de rol spelen. Natuurlijk de charmante Zizi met Italiaanse invloeden.

De Vlaamse operateur Eric die contrabassist was, de aantrekkelijke Willemien. Beiden beginnend fotografen en een stel. Hans achter de bar en Annemarie achter de kassa. Hij met bril, zij klein. En dan waren er nog twee Karinnen, de ene wilde in de publiciteit werken en de andere was net van de fotovakschool, de laatste Karin was een bekende van Edo en Marco.

En Maarten heeft ook nog een tijdje achter de bar gestaan. Hij had toen een korte, onzichtbare relatie met Carlie. Later stond ook Wilma van het Kijkhuis achter de kassa, vanwege haar relatie met Rien die Kees en Denis was opgevolgd als directeur van het Filmhuis. Herinner me nu ook nog André, was een soort van stagiair of iets, was wat ouder dan ik en manusje van alles. Een bijzondere herinnering is Tjitske, een heel mooie jonge vrouw die zwanger werd en nog mooier.

Niet van mij, nooit iets mee gehad. En Anniek, die was net van de filmacademie af. Had een korte Sinterklaasfilm gemaakt. Die werd later uitgezonden op tv. Ik heb er voor gezorgd dat de film ook minstens een week in het Filmhuis heeft gedraaid als voorprogramma. En Kees-barman kreeg wat met Anniek of andersom. En dan was er nog het leuke zusje van Denis dat Nederlands studeerde.

Monica, ze werd kassameisje. Veel mee gepraat en geflirt. En dan waren er ook de onbekende liefdeslevens van Kees Dorine en Eveline en later de bedrijfsleidster van Schlemmer en Denis in ieder geval kort Eljo , die later trouwde met de mooie en elegante Simone. Ik kon goed samenwerken met Denis. En in zijn slipstream zaten er voor korte of langere tijd allerlei productiemensen in het Filmhuis, vanwege de productiemaatschappij AllArts van Kees en Denis. Maar ik bemoeide me alleen met het Filmhuis en de familie die we daar met elkaar vormden.

Toch was die synergie het succes van het Filmhuis. Veel namen, veel mensen en dan ben ik er nog een aantal vergeten. Zoals dat schonkige jonge meisje dat achter de kassa stond, heel meisjesachtig. En heete dat dikke meisje niet Lisa? En de boekhouder achter de Sperry, de computer die ik later thuis kreeg als mijn eerste eigen computer. Later nam Hans met zijn vrouw en bedrijfje de boekhouding van het Filmnhuis over. En dan nog twee gezichten zonder namen; een jong meisje, vrouw met kort haar, niet uit Den Haag afkomstig, kassameisje.

Net als -ik noem haar maar zo- Nathalie, een dame van Franse afkomst, ook achter de kassa. Later had ze wat met Erik, heette ze niet Tina? Erik woonde tot hoge leeftijd nog bij zijn ouders.

De bloedmooie dochter van Paul Driessen, de boze buurman Jan die op een feestje in het Filmhuis voor mijn neus met zijn dronken kop honderd gestapelde bierglazen van de bar afschuift.

Een jarenlange vete over geluidsoverlast. Politie erbij, heibel en mee naar het bureau. Maar dat was een van de schaarse onaardige figuren in het leven. Net als de exhibitionist die regelmatig in een te kort sportbroekje urenlang op de bank in de foyer kwam zitten op een kopje koffie.

En dan ineens trok hij zijn broek naar beneden voor een kassameisje als er verder niemand bij was En dan de vaste bezoekers. De oude vrouw die met de bus kwam, de Pakistaanse heer, alleen, maar met een hele familie thuis, filmverslaafd. De leveranciers en de buren van de Resident, of de Kunstkring Er gebeurde van alles, iedereen was bezig, met werk of met de liefde. Een hilarische anekdote vond ik het verhaal van Carlie die net van haar vriend Piet af was en die achter de bar stond.

Piet kon zich soms niet bedwingen en dan kocht hij impulsief computerspullen. Zonder dat te overleggen. En als Carlie dan thuiskwam dan stond Piet te stofzuigen en dan wist ze al hoe laat het was: Piet had weer wat onverantwoordelijks gedaan. We noemden dat verschijnsel 'de schuldzuiver', een begrip dat wel vaker van toepassing bleek op al die relaties die je om je heen zag. Later werd de grote liefde van Carlie, Guus. Een aardige vent en vormgever.

Hij had nog eens het idee om een video steeds door te geven en dat de ontvanger dan een kopie zou maken en die weer doorgaf.

Uiteindelijk zou er een kopie ontstaan van slechte kwaliteit. Ik zag wel wat in dit soort conceptideeën. Hij was ook betrokken bij theater Zeebelt, om de hoek bij het Filmhuis.

Ik kwam daar ook wel. Het werd geleid door de wat oudere Joop. Ben nog bij hem thuis geweest om over de jaren zestig te praten. Hij was mede-oprichter geweest van Oor en had alle jaargangen mooi ingebonden. Ook circuleerde rond het Filmhuis een vormgeversduo, Wout en Ben.

Wout ging nog een tijdje met de Indische Els. Er was veel mogelijk in het Filmhuis en iedereen kon zich daar ontplooien. Ik had daar verder weinig mee te maken, behalve dan als bezoeker. Ik zat ook helemaal in de nieuwe media.

Door het festival met veel dingen kennis gemaakt en veel interessante mensen ontmoet. Zoals William Gibson, de bedenker van het woord cyberspace. Lester en ik namen hem op een avond nog mee naar de Doubletstraat, het hoerenstraatje dat ook een vorm van virtual reality was. En dan eerst langs het standbeeld van Spinoza. William Gibson was amazed. En ook de telepresence en virtual reality-pionier Scott Fisher kan ik niet ongenoemd laten. Hij werkte bij de NASA en kwam een paar dagen naar het festival.

Een indrukwekkende man en visionair. Jammer alleen dat virtual reality eigenlijk nooit is doorgebroken. Door mijn werk voor het Filmhuis kreeg ik ook ieder jaar een bioscoopkaart. Kon je gratis naar alle Haagse bioscopen en mocht je een introducee meenemen voor half geld. Heel veel gebruik van gemaakt. Ik herinner me nog het laatste twijfeljaar of ik de kaart wel kon krijgen. Het boterde niet tussen mij en de bedrijfsleidster Ina Annemarie was vertrokken , maar ze kwam me de nieuwe kaart hoogst persoonlijk uitreiken.

Ik hoorde er nog steeds bij. En dus heel veel films gezien, alleen en ook met Lester, in het Filmhuis en in alle andere Haagse bioscopen. Ik hield niet van tv, maar wel van de onderdompeling en concentratie van een donkere zaal, een groot doek en goed geluid. Film was een grote passie. Legendarisch was het afscheidsfeestje in van de Denneweg, de verhuizing naar het Spui.

Ik organiseerde het met Erik en met Willy. De stoelen waren al uit zaal 1 en werd de tweede danslokatie, naast de bibliotheek. Overal was film te zien en de aankleding was verder aangevuld met grote decorstukken uit de films van Peter Greenaway.

Ik heb een deel van de party met Edo op video vastgelegd. Er is ook een dvd van die ik nog naar het Filmhuis moet sturen. Een mooie herinnering en afsluiting van de Denneweg.

Mijn favoriete plekje in het Filmhuis was het alkoofje naast de ingang. De wat donkere video kun je op YouTube bekijken: Het was niet een deel van mijn leven, het was toen mijn leven. Een club cineasten en videoten met een werkplaats in de Van Woudenbergstraat. Ze organiseerden later ook avonden in het Paard toen die een eigen kleine filmzaal kreeg. Ik had er verder niks mee te maken, maar kende de meeste mensen wel.

Ik kwam ook op de avonden. In de kring zaten namen als Paul de M. Een maal op de werkplaats geweest vanwege mijn latere docu-drama-video. Ik heb daar toen ook de steen uit De Steen in de vensterbank gezet.

De steen had ik eind december in de kou van een gesloopt parkeerterrein naast Artis gevonden en meegenomen. Was nog een heel gewicht.

Misschien staat die steen er nog wel. Een ongelofelijk tentje in vele opzichten. Het was er verschrikkelijk vies en smerig en het herentoilet was het dieptepunt. Het was ook een mannencafé, voor de jonge Haagse rock-'n-rollers.

Vrouwen voor en achter de bar waren schaars, maar als ze er waren kregen ze alle aandacht. Hier ontstond ook een vriendenclub met Marco en Edo later ging hij steady met de wat oudere Ernie, no kids, two cats en de fotograaf Desmondo met zijn vriendin Sandra. Ik heb hen goed leren kennen. Ik kwam ook bij San en Des thuis over de vloer. Desomondo zit nog met een rolletje in de Steen en Sandra ook, alleen beeld.

De stem is van Liesbeth. Maar dat was in En dan waren er nog de broers André en Willem die een rockband vormden onder de naam The Maniac Mulocks met Joachim op keyboard, zijn broer Joshua op bas en Marco op drums, André en Willem gitaar.

Altijd ouwehoeren over muziek en de Stones waren hun voorbeelden. Opvallend was ook dat de GJ vaak na sluitingstijd nog gewoon bleef doorschenken, wel tot vier, vijf uur 's ochtends. Nooit enig probleem met de politie. Soms was de deur al dicht, maar dan tikten we op het raam, werden we binnengelaten en ging de bar gewoon nog een paar uur open.

Wat een tijd daar doorgebracht en verspild. Vooral met Lester en Dino, verspilde tijd, maar wel een fantastische tijd. Een keer ben ik 's nachts uit mijn dak gegaan en heb ik met ontbloot bovenlijf op een zomeravond op een tafel staan dansen.

Jaren erna moest ik dat nog aanhoren. Maar het was allemaal vrolijkheid en geen agressie of problemen. Later ging Willem met de jonge Blanche, een van de weinige vrouwelijke bezoeksters van het tentje.

Emma de bouvier en nog een glad monster. Apart toilet en sleutel voor het damestoilet, was ook hard nodig. Wie daar ook wel kwamen en die ik sprak: Adje Lagerwaard en Michel van Rijn.

We zaten ook zomers altijd buiten bij de Ganja, de GJ. En dan liep je een stukje door en dan keek je tegen de achterkant van hotel Des Indes, op een balkonnetje bij een achterkamer. Wij -Lester en Dino- noemden dat het Mussolinibalkonnetje. Als we nog eens geld hadden dan zouden we die kamer afhuren voor een klein bacchanaal en we zouden dan vooral vanaf het balkon over de Denneweg heersen.

Het Paard Hoe ik bij het Paard terechtkwam weet ik niet meer precies, mogelijk door een contact met Petra die toen de programmering deed. Ik leerde haar kennen en ging wat computerklusjes op kantoor doen. Ook had ik een goed contact met de directeur, Herbert.

Later ben ik de staf- en bestuursvergaderingen gaan notuleren. Een aardige en ook wel belangrijke rol; ik wist overal van. Een maal zelfs ingesprongen toen tijdens een bestuursvergadering Herbert zijn ontslag aanbood vanwege een terroriserende portier waar het Paard niet vanaf kwam. Ook heb ik nog een goede rol gespeeld toen de gemeente een ton op het Paard wilde bezuinigen. Met Marianne heb ik een plan op touw gezet om in de gemeenteraad te protesteren.

Iemand verzon de slogan: They Shoot Horses Don't They. Ik heb toen een tiental T-shirts ontworpen met daarop het skelet van een paard en de slogan. Ook schreef ik de speeches van Herbert en een vrijwilligster toen ze tegen de korting in de gemeenteraad hun bezwaren mochten inspreken. Ook was Hans van den Burg er met zijn gitaar en zong een protestliedje.

En het had succes. De bezuiniging werd verlaagd tot Zelf stond ik niet op de loonlijst maar werd betaald met muziek- en computerspullen die ik aanschafte. Verder werkten in het Paard nog Marco bij de techniek, Elsa voor de publiciteit, Martin als manusje-van-alles, Jan de timmerman en later Chris voor de culturele programmering Ik heb ook nog drie grote feesten in het Paard georganiseerd.

Daar schrijf ik nog apart over. Het was een initiatief van Eelco die ik in de Paas had leren kennen. Hij was stenograaf in de Tweede Kamer, maar zijn droom was een eigen uitgeverij. Hij was een dromer en luchtfietser, maar het kwam er uiteindelijk toch van. Ik hielp Eelco met de financiën, automatisering en publiciteit. De doorbraak kwam toen de SDU de papieren uitgeverij een half miljoen gulden leende.

De SDU was net verzelfstandigd en had een grote bruidsschat meegekregen. En aldus kon de droom beginnen. Kantoortje, een paar mensen in dienst Meta en Joyce voor de beeldredactie, daarnaast Bram als vormgever en adviseur Maar dat alles ging zeer moeizaam.

Vanaf het begin af aan voorzag ik een mislukking. Er kwamen te weinig titels uit. Eigenlijk is er maar één groot boek verschenen, Treindesign, over de ontwerpen van Nederlandse treinen. Zag er prachtig en goed verzorgd uit. Het was voor mij veel tussen Den Haag en Amsterdam reizen, maar ik kon beginnen wanneer ik wilde. Vaak ook 's avonds werken. Dan laat de metro in om de laatste trein te halen.

Dan nog in Den Haag ergens een afzakkertje halen. Op een gegeven moment moesten ze overal mee stoppen en wilde het geld terug. Dat was er nauwelijks meer en AHA Books hield op te bestaan. Net daarvoor was ik al vertrokken, het beviel me totaal niet.

Nog een mooi moment was toen we op een museumbeurs in Den Haag stonden. We gaven twee boeken uit nota bene in samenwerking met de museumacademie waar ik op had gezeten. Het gaf een goed gevoel toen ik de boeken aan mijn ex-docenten kon geven. Ik was toen wel een beetje -aan de buitenkant- een yuppie in die tijd. Een culturele yuppie, maar zonder geld. Tijdens die beurs ontmoette ik ook een aantal studenten die toen op de Reinwardt Academie zaten. Een lief en aardig meisje was Annet.

Later mee afgesproken en haar nog bezocht op een stage-adres in Antwerpen. Een kleine, liefdevolle romance. Maar ik was niet op zoek naar een relatie. Korte, bedwelmende, bevrijdende sex. Ik ken mensen die over Eelco een boek kunnen schrijven. En veel geleerd in het uitgeversvak. Operatie luchtbel in boekvorm. Lester Lester leerde ik in kennen, ik was toen twaalf jaar en net verhuisd van Bezuidenhout naar het sjiekere Benoordenhout. Ik werd toen voor een paar jaar ook min of meer een kakker Later meer progressief en neutraal.

Een liberale socialist en rationeel humanist, of humanistisch rationalist. Maar over politiek, religie, en multi-cul gaat mijn verhaal niet. En maar zijdelings over teluhvisie. Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd. In leerde ik in de straat Joan kennen en werd een goede symfonische-rockvriend.

Zijn vier jaar oudere broer was Lester. Leerde ik oppervlakkig kennen. Ook een groot leeftijdsverschil. Bovendien wilde Joan niet dat zijn vrienden contact hadden met Lester. Het was en is altijd water en vuur tussen beiden gebleven. Maar Lester kon heel goed piano spelen. Hij speelde boogie-woogie, jazz en popnummers van blad. Grote bewondering, vooral voor pianisten.

Ik ga mijn eigen weg en sla nieuwe wegen in. Ik kom Lester nog een keer bij toeval tegen. Begin jaren 80 heb ik iets te vieren met mijn familie en op een zomerse zaterdagavond lopen we over de boulevard op Scheveningen.

Stom toevallig zie ik Lester bij een strandtent zitten piano spelen, met de Zomerband. Ik was toen reuze opgewonden en ben met familie naar de strandtent gegaan. Heb ik Lester in de pauze gesproken. Ik kende toen vrijwel niemand en zeker niet iemand in de muziek Een paar jaar gaan voorbij en ik zit al in het hectische leven van het Kijkhuis en Filmhuis.

Ik kom Lester tegen in het uitgaanscircuit en we ouwehoeren over van alles. We delen een zelfde voorkeur voor muziek en films. Hij vertelt over zijn muziekleven en ik over mijn activiteiten. Hij is nieuwsgierig naar het Kijkhuis en ik neem hem een paar keer mee. Zo leert hij andere mensen kennen. Hij wordt ook medewerker van het Word Wide Video Festival. Met mij starten we video's vanuit de controlekamer, het jaar daarop is hij portier en de jaren erna vertaler.

Daarna volgt het Filmhuis en worden we bijkans onafscheidelijk. Lester ging altijd gekleed in een fourties-look met hoed op. Pakken met brede revers en two-tone-shoes. Een levende Humphrey Bogart. Hij wilde ook verder in de film, met acteren en regisseren. Voor acteren schreef hij zich in bij castingbureau Harry Klooster. Later schreef hij het script voor een fim-noirethriller, genaamd Kiss The Dust. Is niks van terechtgekomen, maar hij heeft wel her en der geacteerd.

En hij deed hier en daar computerklusjes en niet te vergeten Engelse vertalingen. Na de middelbare school had hij een jaar Engels gestudeerd in Oxford. Altijd een Anglofiel gebleven. Lester was ook een specialist op het gebied van special-effects in de film.

Bij een aflevering van het festival Image and Sound heeft hij er een heel aardig boekje over geschreven en een programma ingevuld. Ook deed hij toen een interview met de special-effects pionier en nestor Ray Harryhoussen.

Lester was een binnenzitter, het liefst altijd achter de pc, maar ook wel het terras. Een paar keer heb ik hem onaangekondigd meegenomen voor een uitstapje naar Scheveningen. Ik herinner me een zomers middagje met een Corona-surfbiertje met een stukje citroen in de hals van de fles op strandtent de Seagul. Ik zie ons ineens 's avonds laat lopen over het strand op zoek naar een andere strandtent waar een feestje was met veel bekenden.

We hadden zes voorgedraaide joints bij ons die we voor de avond met pen hadden genummerd. We begonnen bij number one en eindigden bij de gevreesde number six.

Het heeft heel lang geduurd voor we de strandtent vonden en dat zal wel door number three zijn geweest. Ik herinner me van de avond alleen nog Maarten in zwembroek die spontaan een rare dansact deed met een surfplank.

Number six rookten we op de lange terugweg. In die jaren betaalde Lester om principiële redenen geen kijk- en luistergeld. Hij keek niet naar de Nederlandse omroepen en wenste alleen te betalen voor waar hij wel naar keek.

Jarenlange, slepende rechtszaak die Lester bleef doorzetten. Uiteindelijk toch doodgebloed en nog later zijn de kijk- en luistergelden opgenomen in de algemene belastingen. Ik ben nog bij een rechtszitting geweest, met Lester en Linda. Linda schreef er een stukje over in het Binnenhof. Ik herinner me nog een verjaardag van Lester, aan het begin van de lente. Toen zijn we naar hotel Corona gegaan op het Buitenhof en om te beginnen hebben we daar ieder 's middags een cassis gedronken in de serre.

De rekening heb ik nog in een doos liggen. Ik ging ook wel avonden en nachten alleen op stap. Geen vrienden mee, alleen op zoek naar verhalen en mensen. Ook genieten van de stad. Als ik met Lester aan de zwier ging noemden we dat wel zwerfzuipen. Lijstjes Ik heb wat met lijstjes, maar ook helemaal niks. Ik hou ervan, maar ze laten me vaak ook koud. Waarom hou ik van lijstjes? Hieronder mijn actuele top-5 met beste Beatlenummers. A day in the life 2. Happiness is a warm gun 3. Love me do 4.

I'am the walrus 5. Let it be Lijstjes suggereren een macht en greep op de werkelijkheid. Het rangschikken en ordenen van gedachten over de wereld: Vooral mannen houden van lijstjes, van lijstjes-lijstjes. Mannen houden niet van boodschappenlijstjes of dingen-nog-te-doen- lijstjes bij een verhuizing.

Mannen houden van lijstjes van beste actie-films, tv-babes, snacks, stripboeken, muziek en andere pulp. Wie is de beste, de mooiste, de slechtste de lekkerste. Het begon bij mij met het noteren van nummerplaten van auto's.

Ik was toen 5 jaar en kon net de cijfers en letters schrijven. En dan ging ik met een schriftje en een pennetje naar buiten en ging alle nummerplaten opschrijven. Niet veel later toen ik ook woorden kon schrijven, schreef ik een lijstje van plaatsaanduidingen in vooral stripboeken. Het was het lijstje van wie je was en waar je je bevond: Later kwamen de lijstjes van platen, muziekbands, zangers en zangeressen, films en boeken die je moest lezen voor school.

Niet voor niets dat hitparades voor tieners worden gemaakt. Die houden nog het meest van lijstjes. En een top heeft twee functies: In mijn tienertijd heb ik ooit met Sinterklaas een editie gekregen van het boek met alle records, het Guinness Book of Records. En ik vond het wel gezellig om op een middag met een zak drop door het boek te bladeren en je te verbazen. Hoe is het mogelijk. En dan als je ouder wordt de overzichtslijstjes. Van de vrouwen met wie je hebt geslapen en hoeveel biertjes je op een avond en nacht hebt gedronken.

Maar ook de overzichtslijstjes van all-time favoriete muziek en films. Die scoren nog steeds het hoogst. Hieronder mijn top-5 van beste films. Ze haken allemaal in op de trend van nostalgie en gemakkelijk sentiment. Overal is wel een lijstje van te maken. Ik hou van lijstjes, het biedt even wat houvast, maar na de rangschikking volgt altijd weer de chaos van de leegte. Vrijheid Ik loop vooruit op de verhalen, maar dit schrijf ik op het allerlaatst, domweg omdat ik het me pas onlangs herinnerde.

Ik was wezen stappen met J. Ik stel voor om over het Binnenhof te lopen en wat we ook doen. Ze heeft een grote Borsalino-hoed op. Op de trappen van de Ridderzaal gaan we even zitten en beginnen te zoenen. Dat dat kan en vroeger ondenkbaar was. Den Haag, zomeravond Ik vrij met J. Ik stop met vrijen en wacht af. Er stapt een vrouwelijke agente uit de auto en komt controleren, of alles wel ok is.

Vooral met de vrouw naast me. Niks aan de hand en de politie verdwijnt ook weer. Wij gaan ook naar huis, samen. Twee eigen festivalletjes Ik werkte als vrijwilliger in het Kijkhuis en al snel als leerlingoperateur in het Filmhuis.

Er bestond al jaren enige onduidelijke animositeit tussen beide instellingen, maar ik vond dat onzin. Juist samen iets organiseren zou beide instellingen juist versterken. En zo bedacht en organiseerde ik kort na elkaar twee kleine festivalletje. Een retrospectief van de jaren zestig, met als titel Blow Up The Sixties en een terugblik op de jaren zeventig, met als titel De Zeventiger Jaren. In het Filmhuis zouden films worden gedraaid en in het Kijkhuis video van met name tv-programma's. Ook was er in het Kijkhuis live-muziek, de Remotobs, een soort Zappa.

Daar waren Marc en Maarten gek op. Zie hielden ook van andere muziek dan ik, ze luisterden naar The Smiths en Joy Division. Maar we vonden elkaar wel in de soul en de jazz.

Ik heb het georganiseerd met Marc die daar zeer goed in was. Ik introduceerde hem -en ook Maarten en Lester- toen bij het Filmhuis. Contacten leggen en kijken wat er verder te doen zou zijn. In het Kijkhuis draaide zijn drieluik Allemaal Rebellen over de drugs scene in Amsterdam eind jaren 50, begin jaren Ik heb toen regelmatig contact met Louis van Gasteren gehad.

Later met mijn sixtiesdocumentaire belde hij me wel eens op als hem wat te binnen schoot. Zat ik zo een half uur aan de telefoon, hij met een glas wijn. Altijd een bewonderaar van Louis van Gasteren geweest. Een documentaire is er over hem nog nooit gemaakt. Ook heb ik toen de oorspronkelijke afleveringen van het legendarische VPRO-programma Hoepla vertoond, ook de verloren gewaande laatste aflevering die nooit is uitgezonden.

Was er gewoon allemaal nog. Op de avond van vertoning was ook de maker Hans Verhagen aanwezig. Met het Kijkhuis werkte ik samen met Karin. Voor De Zeventiger Jaren heeft Marc het affiche ontworpen.

Die hangt nu in mijn slaapkamer. Willem de Ridder kende ik uit de jaren zeventig van zijn legendarische radioprogramma's waarin hij mensen opriep om naar een bepaalde plek te komen. Hij was ook de oprichter van Hitweek. Ook kunstenaar die begin jaren zestig samenwerkte met Wim T. En natuurlijk van de sm-performance in het Kijkhuis Voor mijn jaren zeventig festivalletje in het Kijkhuis en Filmhuis kwam Karin met het idee om Willem de Ridder te vragen voor een avond in het Kijkhuis.

Hij kreeg als opdracht om een sprookje over televisie te vertellen. Prachtige avond en een aanstekelijk verteller. Ik organiseerde de festivalletje ook als visionair omdat ik verwachtte dat er een permanente trend naar retro- en nostalgieprogramma's zou opkomen. Ik vond snel twee sponsors: Campbell Soep en Coca Cola. In de etalage van het Filnhuis stonden de blikjes soep gestapeld, en op de eerste verdiepingen een paar honderd flesjes Coca Cola. Er hing ook een originele zeefdruk van Andy Warhol.

En ook het media-surfen met het festivalconcept was geslaagd. Later maakten we altijd grappen over een Festival van Haagse festivalletjes; de Haagse Festivaldagen. Alles kon je herdenken, ophalen en hervertonen Ze noemden mij de stressfazant. Ik was geen organisator of producent, maar moest toch alles zelf doen. Altijd door de stad met mijn plastic tasjes en later mijn rode koffertje.

Altijd gestrest en op de rand. Maar wel veel lol in de nazit; weken, maanden, jarenlang. Computers en spelletjes Door kantoor was ik snel geheel aangeraakt door de computer. Van alles mee gedaan. Allereerst de tekstverwerker WP, WordPerfect , daarnaast de spreadsheets, boekhoudprogramma's en een database-programma. Dat was nog een hele klus om dat goed onder de knie te krijgen, maar ik werd een expert, net als Lester.

Ik heb hem de eerste geheimen en kneepjes op computergebied geleerd, maar al snel streefde hij mij voorbij.

En net als ik deed hij overal computerklusjes; bij mensen thuis en op werkplekken. Maar we werkten ook vaak samen, voor een etentje of een brieffie van 25 en dan doorzakken bij Ton. Zo hebben we samen zo'n tien computers in het Paard gesynchroniseerd.

Legendarisch was dat we met een theewagen door de vertrekken reden met een computer erop. Ik wilde me ook verder bekwamen in Dbase4 en dat heeft geresulteerd in een afgerond programma waarmee het Filmhuis alle mailingen kon verzorgen. Het was een simpel adressenprogramma met etikettenuitvoer.

Ik kon het maken met, dank aan Diana. Die leverde ook de bètaversie van WordPerfect 5. Die floppy's zijn mogelijk tientallen keren gekopieerd door iedereen die interesse had. Lester en ik hebben ook een eigengemaakt bat-programma gemaakt, om allerlei computerhandelingen te versnellen en verbeteren.

We noemden het Dynaflex, dynamisch en flexibel. Precies wat wij ook waren. Met Lester ook vaak spelletjes op de pc gespeeld. Memorabel waren de sessies met diverse afleveringen en levels van Commander Keen, Duke Nukem en Lemmings.

Lester deed dat ook met zijn vriend Tjitse, de maffe stehgeiger. Die kwam soms middenin de nacht bij Lester aanzetten, totaal sikker, en dan verklapte hij bepaalde tips en trucs om de spelletjes uit te spelen. Hij was een expert. We zaten helemaal in de pc en de virtual reality, maar internet zagen we niet aankomen. Al mijn verhalen gaan dan ook voor de komst van internet, eind Ik was toen al wel aangesloten bij een lokaal bulletinboard van de club Hank Moir Brandts.

Met Thomas en Huib al de sysop. Ik vond het wel aardig, maar je kon nog niet surfen en ik kende vrijwel niemand met een e-mailadres. Ik kreeg later wel van Ruud, die werkte als student-ouvreur uit Delft in Asta, een digitaal bestand toegestuurd met allemaal foto's van Sherlilyn Fenn. Ik heb daar toen nog eens een selectie van gekopieerd in een oplage van tien. Later verscheen een van de foto's op het T-shirt en de promo's van de laatste KultNite. Ik heb later die T-shirts met Cor staan maken, boven het Paard.

Cor was de leider van een alternatieve galerie naast het Paard. Ik werd daar min of meer adviseur van. Op financieel en administratief gebied. En natuurlijk de computer. Paul Pasman hing daar nog met zijn Keith Haring imitaties. Als er wat verkocht was stond hij gelijk op de stoep om te cashen. Later nam hij met zijn broer Frank vinoloog de Paas over. Nog een kleine computeranekdote. Op een zomerse namiddag ging ik naar Lester toe en liep door de binnenstad.

Ik passeerde een aantal openbare telefooncellen en plots kwam er een pizzakoerier uit één van de telefooncellen tevoorschijn met een supergrote pizzadoos.